De executatiemachine van de Islamitische Republiek: van rebellie tot systematische eliminatie van activist “Benjamin Negadi”

De executatiemachine van de Islamitische Republiek zet met beschuldigingen van rebellie en dossiervorming haar systematische eliminatie van activisten en het zaaien van angst in de maatschappij voort.
In het verlengde van de toenemende onderdrukking in Iran heeft opnieuw een schokkenende zaak die de gerechtelijke bejegening van activisten door de Islamitische Republiek betreft, nieuwe dimensies van mensenrechtenschendingen blootgelegd. De zaak van “Benjamin Negadi”, een jonge sportman uit Shiraz, is een voorbeeld van een proces waarin beveiligings- en gerechtelijke instanties, door middel van ernstige beschuldigingen en geforceerde bekentenissen, activisten ter dood kunnen veroordelen.
Volgens een rapport van de mensenrechtenorganisatie Hengaw is de 26-jarige burger Benjamin Negadi, die tijdens de protesten in december 2025 is gearresteerd, momenteel gevangen gehouden in de gevangenis Adel Abad in Shiraz en wordt beschuldigd van “rebellie”; een beschuldiging die in het rechtssysteem van de Islamitische Republiek veelvuldig wordt gebruikt om doodvonnissen tegen politieke tegenstanders uit te vaardigen.
Deze politieke gevangene zit vast onder omstandigheden waarover berichten spreken van isolatiecel, ontzegging van bezoek en geen toegang tot een advocaat. Mensenrechtenorganisaties benadrukken eveneens dat de gerechtelijke procedure in zijn zaak in een volkomen ondoorzichtige sfeer verloopt zonder naleving van de minimale normen van een eerlijke rechtsbedeling.
Volgens openbare informatie werd Benjamin Negadi op zaterdag 13 december 2025 gearresteerd tijdens volksdemonstraties in Shiraz en ondergaan ondervraging onder druk en foltering om een bekentenis af te leggen. Kort na zijn arrestatie publiceerden regimegezinde media’s video’s van zijn geforceerde bekentenissen; een methode die de afgelopen jaren een van de voornaamste instrumenten van beveiligingsorganen voor legitimering van onderdrukking is geworden.
De beschuldiging van rebellie tegen deze sportman is alleen gebaseerd op zijn aanwezigheid bij de protesten en dezelfde onder druk verkregen bekentenissen; een zaak die opnieuw aantoont hoe het gerechtelijk apparaat van de Islamitische Republiek in plaats van gerechtigheid uit te voeren, in dienst staat van politieke onderdrukking.
Voordat hij werd gearresteerd was Benjamin Negadi een erkende sportman in kickboksen en muay thai, en werd hij erkend als kampioen in internationale competities. Zijn sportieve en maatschappelijke achtergrond kon echter niet alleen niet voorkomen dat hij gerechtelijk vervolgd werd, maar toont aan dat de onderdrukking verschillende lagen van de maatschappij omvat.
De mensenrechtenorganisatie Hengaw waarschuwde, onder ernstige bezorgdheid over de toestand van deze politieke gevangene, dat er een risico is op nakoming van een sterfvonnis in de nabije toekomst en heeft internationale instanties opgeroepen onmiddellijk in actie te komen om dit te voorkomen.
Volgens de statistieken van deze organisatie zijn sinds het begin van de recente onlusten minstens 14 politieke gevangenen, waaronder 7 personen van de gearresteerde demonstranten, in Iran geëxecuteerd. Deze statistiek toont een verontrustende trend waarbij de doodstraf is geworden tot een instrument voor angstaanjaging en het doen verstommen van proteststemmen.
In de afgelopen jaren hebben internationale organen herhaaldelijk voor het wijdverbreide gebruik door de Islamitische Republiek van beschuldigingen zoals “rebellie” en “corruptie op aarde” voor onderdrukking van tegenstanders gewaarschuwd. Deze beschuldigingen, die vage en brede definities hebben, stellen gerechtelijke autoriteiten in staat zonder voldoende bewijs zware straffen, waaronder doodvonnissen, uit te vaardigen.
Wat in de zaak Benjamin Negadi te zien is, is slechts een voorbeeld van een breder patroon waarin willekeurige arrestaties, foltering voor het verkrijgen van bekentenissen, ontzegging van basisrechten en uiteindelijk het uitvaardigen van doodvonnissen, als schakels in een keten van onderdrukking functioneren.
Onder dergelijke omstandigheden hebben herhaalde verzoeken van mensenrechtenorganisaties om stopzetting van executies en onafhankelijke onderzoeken tot nu toe te maken gehad met genegeerd door de autoriteiten van de Islamitische Republiek; een situatie die de bezorgdheid over het voortduren van deze gewelddadige cyclus verder heeft doen toenemen.
De zaak Benjamin Negadi stelt opnieuw de fundamentele vraag: hoe lang zal de executatie nog als voornaamste instrument van de regering gebruikt worden om tegen volkseisen op te treden?




