Iran Nieuws

Het boek “We verdedigen ons Iran”: een project dat de identiteit van de volgende generatie Iran vorm geeft

Nieuw uitgegeven boeken met de centrale boodschap “We verdedigen ons Iran” geven de 12-daagse oorlog met Israël opnieuw weer in het kader van een ideologische identiteit die niet veel verschilt van een heilige oorlog in het klaslokaal.

In de afgelopen weken is een nieuwe reeks lesboeken met de titel “We verdedigen ons Iran” Iraanse scholen binnengetreden, een onderwijspakket dat niet alleen voor kennisoverdracht is ontworpen, maar voor de vorming van een specifieke identiteit in de adolescente generatie. De publicatie van deze boeken slechts enkele weken na afloop van de 12-daagse oorlog tussen Iran en Israël toont een onmiddellijke en doordachte beslissing aan: “Een korte militaire confrontatie omzetten in de grondslag van de nationale en religieuze identiteit van scholieren.”

Deze stap herinnert aan soortgelijke projecten in landen waar de staat tracht oorlogen om te zetten in “grondleggende mythen” van de samenleving; een onderwerp dat in het onderwijsdomein veel morele, juridische en religieuze gevoeligheden opwekt, vooral voor christelijke publiek die waarden als vrede, waarheidsoeken en gewetensv rijheid in het centrum van hun geloof plaatsen.

De nieuwe boeken noemen de 12-daagse oorlog een “voorbeeld van hybride oorlog” en introduceren drie pijlers van de overwinning als volgt: “eenheid van het volk”, “kracht van de strijdkrachten”, “leiderschapskracht die eenheid bevordert.” Maar wat dit verhaal onderscheidt van een eenvoudige politieke analyse is de heiligverklaring van de oorlog.

Van de allereerste pagina vervult een citaat van de stichter van de Islamitische Republiek de rol van ideologische inleiding: “Wij hebben in de oorlog onze onderdrukking en de onderdrukking door aggressoren aangetoond. In de oorlog hebben wij onze vrienden en vijanden erkend.”

Dergelijke zinnen veranderen oorlog in de bron van collectieve zelfkennis, militaire analyse wordt verdrongen en door theologie van de oorlog vervangen, een oorlog die waarheid onthult, de vijand in schande zet en de overwinning als teken van “goddelijke hulp” beschouwt.

In dit verhaal wordt de scholier uitgenodigd om de wereld te zien in binaire tegenstellingen als goed/kwaad, wij/zij en geloof/vijandschap; tegenstellingen die later concrete effecten hebben in maatschappelijk, media- en zelfs religieus beleid.

Rapporten tonen aan dat in deze boeken Israël niet als politieke actor wordt gepresenteerd, maar als “onconventionele buur”, “kunstmatig”, “rechteloos” en “fruit van kolonialisme”. Deze woorden hebben zware lading: Israël wordt afgebeeld als een onwettige entiteit, Iran en de omliggende regio worden geïntroduceerd als “thuis” en “familie”.

Hier vormt zich de basisstructuur van de wereldvisie van het boek: “Een wereld waarin identiteit niet op basis van historische werkelijkheid, maar op basis van geloofsgrenzen wordt geconstrueerd.” Voor christelijk publiek is dit gedeelte van bijzonder belang. Omdat in christelijke tradities (katholiek, protestant en orthodox), de morele zaak in politiek vereist dat we afstand nemen van absolute vijandschapmaking en de nadruk leggen op menselijke waardigheid. Het omvormen van een natie of land tot “een ontheiligde ander” is het beginpunt van structureel geweld.

Een opmerkelijk punt van de boeken is de verhaalvorming over Irans militaire technologie. Raketten worden “moreel” gepresenteerd omdat ze precies raken en burgerslachtoffers vermijden. Deze stellingen staan in schril contrast met internationale rapporten over de verwoestende gevolgen van Irans proxyvoorlogen in de regio, maar de boeken stellen ze als “vanzelfsprekend” voor.

Ook wordt kernenergie niet als technisch of economisch probleem, maar als zuil van “Irans voortbestand” en “natuurlijk recht van het volk” afgebeeld.
Inheemse kennis, onschendbaar kapitaal en voortrijver van nationale macht. In dit perspectief worden wetenschap en technologie samengevoegd met religieuze ethiek om een dualistisch beeld te creëren: “Iran onderdrükt maar machtig; belegerd maar voorzeker de winnaar; aangetast maar geholpen door God.”

Dit verhaalmodel haalt het concept van menselijke vooruitgang weg uit het pad van vrede, duurzame ontwikkeling en wereldwijde samenwerking en leidt het naar het terrein van “heilige bewapening”.

De boeken beschouwen de rol van kunst als “sterker dan wapens”. Graffiti, heldhaftige liederen en afbeeldingen van oorlogsslachtoffers worden gepresenteerd als gereedschap om vergetelheid tegen te gaan en de oorlogsidentiteit vast te stellen.

Dit soort kunstgebruik vertoont overeenkomsten met propagandamodellen uit de Koude Oorlogperiode, China onder Mao en enkele autoritaire regimes. Kunst, die in wezen een uitnodiging voor verzoening, reflectie en waarheidsoeken is, wordt in dit kader omgezet in een wapen voor het reproduceren van heilige woede.

In het verhaal van de boeken is de vijand overal aanwezig: “Op sociale netwerken, in diplomatie, in economie, in cyberspace en zelfs in het verstand van de adolescent.” De tiener is verplicht altijd waakzaam te zijn, buitenlandse analyses als verdacht te beschouwen en zichzelf in een staat van cognitieve paraatheid te houden.

Deze structuur vergroot, meer dan dat het kritisch denken en dialoog versterkt, de sfeer van wantrouwen, politieke angst en ideologische gevoeligheid.

Vanuit internationaal perspectief heeft het opnemen van oorlog in formeel onderwijs erkende precedenten: “Rusland voegde na zijn aanval op Oekraïne een onderdeel genaamd “belangrijk gesprek” in de scholen in”, “Noord-Korea heeft decennialang “heilige vijandschap” in het curriculum”, “China voegde na hervormingen in 2017 het concept “politiek patriottisme” in het onderwijs in”, maar Irans onderscheid ligt in de rechtstreekse heiligverklaring van oorlog, de gelijktijdige verbinding van politiek, strijd, technologie en theologie.

Deze combinatie leidt het onderwijssysteem af van zijn primaire functie (ontwikkeling van onafhankelijke persoonlijkheid, bevordering van denken en respect voor waarheid).

Dit nieuwe regeringsprogramma heeft vooral voor publiek van religieuze minderheidsgroepen enkele centrale boodschappen:

  1. Vredesontkenning in onderwijs: Onderwijs dat een brug tussen volkeren zou moeten zijn, wordt omgezet in een terrein voor het reproduceren van vijandschap.
  2. Eliminatie van menselijke waardigheid: Wanneer de vijand onconventioneel en rechteloos wordt gepresenteerd, is de volgende stap de eliminatie van menselijke waardigheid in het bewustzijn van de tiener, wat in tegenspraak is met bijbelse leerstellingen over verzoening, waarheid en liefde.
  3. God omvormen tot waarborg van militaire overwinning: Oorlogstheologie stelt God niet voor als bron van liefde, maar als “garantie van overwinning op de vijand”, een beeld dat vanuit christelijk perspectief gevaarlijk en vervalsend is.

De boeken “We verdedigen ons Iran” zijn niet slechts het verhaal van een 12-daagse confrontatie, maar een poging tot mentale engineering van de volgende generatie. In dit project “wordt oorlog heilig”, “wordt technologie mythe”, “wordt vijand absoluut”, “wordt geloof politiek” en “wordt school een permanent oorlogsveld van verhalen”.

Dit proces zal diepe gevolgen voor Irans toekomst hebben. Een generatie die in plaats van naar vrede, waarheid of gerechtigheid te groeien, de wereld kan zien met “defensieve identiteit”, “eindeloos bewustzijn” en “heilige verdeling”.

Gerelateerde artikelen

Terug naar boven
Beschermd Door
Shield Security