Het Deense model, een nieuwe slag voor vluchtelingen in Groot-Brittannië

Met de invoering van het “Deense model” wordt een nieuwe slag toegebracht aan vluchtelingen in Groot-Brittannië, in het bijzonder Iraanse christenen, waardoor zij in toenemende mate risico lopen op terugkeer naar Iran.
De Britse regering bevindt zich in een proces van grondige en strenge herziening van haar immigratiesysteem, wat een zeer bepalende rol kan spelen in het lot van duizenden vluchtelingen. Volgens internationale berichten zal “Shabana Mahmood”, de Britse minister van Binnenlandse Zaken, hervormingen introduceren die grotendeels zijn ontworpen naar het strenge Deense model voor vluchtelingen.
Volgens het nieuwe plan zullen de criteria voor het verkrijgen van “permanent verblijf” aanzienlijk worden beperkt. Vluchtelingen zullen niet langer automatisch permanent verblijf ontvangen na verloop van tijd, maar moeten in plaats daarvan aan veel strengere voorwaarden voldoen.
Een van de voorstellen is dat de duur van regelmatig (tijdelijk) verblijf zal worden verlengd, en dat de tijd die nodig is voor een “burgerschapsaanvraag” aanzienlijk langer zal worden. Bepalingen voor “sociale bijdrage” zullen als voorwaarde voor verblijf worden toegevoegd. Aanvragers zullen een werkverleden, geen uitkeringen van de regering, vrijwilligerswerk en vaardigheid in de Engelse taal moeten aantonen.
De regering is ook van plan bepaalde wijzigingen in mensenrechtenregelgeving door te voeren om snellere uitzetting van vluchtelingen mogelijk te maken. In de nieuwe richtlijn van het ministerie van Binnenlandse Zaken kunnen personen die “gevaarlijke reizen” hebben ondernomen (bijvoorbeeld illegale binnenkomst met kleine boten) mogelijk hun recht op Brits burgerschap verliezen; er wordt verwacht dat tot 71.000 personen door deze veranderingen zullen worden getroffen.
De Britse regering heeft een groot deel van haar hervorming rechtstreeks uit het Deense model gehaald; Denemarken staat bekend om zijn hoge strengheid op het gebied van vluchtelingen. In Denemarken ontvangen veel asielzoekers slechts tijdelijk verblijf en is het proces om permanent verblijf en burgerschap te verkrijgen veel moeilijker.
Dit beleid, dat beperkingen op gezinshereniging en herziening van mensenrechten omvat, heeft geleid tot een aanzienlijke afname van asielaanvragen.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft verklaard dat deze hervormingen “de meest uitgebreide herziening zullen zijn voor het bestrijden van illegale migratie in het moderne tijdperk”. Regeringsfunctionarissen stellen dat de toename van illegale migranten het gevolg is van “overmatige vrijgevigheid” en “gemak bij het verkrijgen van permanent verblijf”.
Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken zouden personen die illegale inreizen gebruiken of via gevaarlijke routes zijn binnengekomen, geen volledig burgerschap moeten hebben.
Dit nieuwe beleid kan diepgaande gevolgen hebben voor het leven van vluchtelingen: degenen die geen permanent verblijf ontvangen, zullen een onzekerder leven in Groot-Brittannië hebben. Financiële, taal- en vrijwilligersverplichtingen kunnen voor veel nieuwkomers of mensen die al kwetsbaar zijn, een zware last vormen.
Strikte beperkingen op burgerrechten kunnen leiden tot het ontstaan van “tweederangs burgers”; mensen die wel verblijf hebben, maar geen volledige burgerrechten genieten. Zorgen over mensenrechten zijn ook aan de orde, met name over terugzending van vluchtelingen naar landen waar zij gevaar kunnen lopen.
Het belangrijkste onderdeel van deze veranderingen voor christelijke vluchtelingengemeenschappen (in het bijzonder Iraanse christenen) is zeer gevoelig. Veel Iraanse vluchtelingen, inclusief christenen, zijn naar Groot-Brittannië gevlucht uit angst voor religieuze vervolging. Als de mogelijkheid van permanent verblijf of burgerschap voor deze groep wordt beperkt, kan terugkeer naar Iran hen in ernstig gevaar stellen, omdat zij bij terugkeer mogelijk ernstige religieuze, politieke of mensenrechtelijke gevolgen zullen ondervinden.
Vanuit het perspectief van mensenrechten kunnen deze hervormingen een stap in de richting van het beperken van echte steun aan vluchtelingen zijn. Hoewel de Britse regering dit rechtvaardigt met “controle op illegale migratie”, kan overmatige strengheid in het asielstelstel betekenen dat aanzienlijk minder kansen ontstaan voor personen die werkelijk bescherming nodig hebben.
Voor de internationale gemeenschap en organisaties die zich inzetten voor vluchtelingenrechten is dit besluit een test: wil Groot-Brittannië doorgaan met asiel in de betekenis van menselijke bescherming, of ziet het het zuiver als beveiligingsbeleid?




