Voortdurende detentie van ‘Joseph Shahbazian’ en afwezigheid bij uitvaartsceremonie van zijn moeder

De detentie van Joseph Shahbazian, een christelijke burger, duurt nu al twee maanden voort, waardoor hij niet aanwezig kon zijn bij de uitvaartsceremonie van zijn moeder.
Volgens gepubliceerde rapporten overleed de moeder van Joseph Shahbazian op woensdag 20 Farvardin aan een ziekte. Joseph Shahbazian, die voor de zorg van zijn moeder instond, werd plotseling op 18 Bahman 1403 door ambtenaren van het Ministerie van Inlichtingen in zijn huis gearresteerd. Niet alleen verloor hij de taak van het verzorgen van zijn moeder, maar nu dat hij haar heeft verloren, kon hij door weigering van strafgevangenisambenaren om hem verlof toe te staan, niet aanwezig zijn bij de begrafenisceremonie van zijn moeder.
Meneer Shahbazian is een voormalige politieke gevangene die in het verleden vanwege vreedzame religieuze activiteiten werd gearresteerd en tot 10 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Zijn vonnis werd in Esfand 1401 door het Hooggerechtshof van het land vernietigd en in Khordad 1402 door sector 21 van het Hof van Cassatie in Teheran verkort tot twee jaar, daarom werd hij op 22 Shahrivar 1402 vrijgelaten uit gevangenis Evin, maar de gevangenisambtenaren hadden zijn vrijlating onder amnestie gesteld.
De aanklacht tegen hem op dat moment was getiteld op “aantasting van nationale veiligheid door de oprichting en leiding van een huiskerk van evangelisch christendom”. Joseph Shahbazian werd slechts enkele maanden na zijn vrijlating opnieuw gearresteerd door ambtenaren van het Ministerie van Inlichtingen en overgeplaatst naar gevangenis Evin. Nu twee maanden sinds zijn arrestatie zijn verstreken, verblijft hij nog steeds zonder kennisgeving van beschuldigingen in voorarrest.
“Hossein Ahmadi Niyaz”, advocaat en wettelijk vertegenwoordiger met zetel in Nederland, zegt hierover: “Volgens artikelen 193 en 195 van het Wetboek van Strafvordering is kennisgeving van beschuldigingen noodzakelijk voor de wettelijke bescherming van de beschuldigde en is het openbaar ministerie verplicht dit na te leven. Niet-naleving van deze bepalingen kan aanleiding geven tot disciplinaire vervolging van de bevoegde functionarissen. Kennisgeving van beschuldigingen en naleving van de rechten van de beschuldigde worden als dwingend recht beschouwd en justitiële autoriteiten zijn verplicht dit uit te voeren. Derhalve wordt voorarrest zonder naleving van deze bepalingen als onwettig beschouwd.”
De regering van de Islamitische Republiek onderwerpt al jaren religieuze minderheden, met name christenen, ondanks het feit dat het een ondertekenaar is van artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten aangaande de vrijheid van godsdienst en overtuiging, aan onderdrukking, intimidatie, foltering en langdurige arrestaties zonder enige geldige documenten of bewijzen, schendt hen van burgerrechten en verbangt hen in veel gevallen.




