Alle kritiek op de wetten van de Talibanregering is kritiek op de islam en heeft islamitische straf tot gevolg

De Talibanregering kondigde de invoering van een nieuwe wet aan, op basis waarvan “alle kritiek op de wetten van de Talibanregering kritiek op de islam is en islamitische straf tot gevolg heeft”.
Het Talibanministerie van Justitie waarschuwde in de afgelopen twee dagen via een officiële verklaring de burgers van Afghanistan dat zij, indien zij zich tegen de nieuwe wetten verzetten of daar kritiek op hebben, streng zullen worden aanpakt en voor de rechtbank zullen worden geleid.
Het Talibanministerie van Justitie deed deze uitspraak naar aanleiding van de wet “het gebod tot het goede en het verbod van het slechte”, die vorige maand (Mordad) was ingevoerd en veel kritiek binnen en buiten het land had opgewekt. Het ministerie stelde: “Omdat alle wetten en regelingen van deze regering op basis van de islamitische sharia worden ingesteld, is alle kritiek daarop kritiek op de islam en zal dit ook islamitische straf tot gevolg hebben.”
Deze verklaring werd uitgevaardigd naar aanleiding van de wet “het gebod tot het goede en het verbod van het slechte”. Deze wet heeft het leven van het Afghaanse volk, met name van vrouwen, ernstig beïnvloed. Volgens artikel 13 van deze wet is niet alleen het bedekken van het hele lichaam van vrouwen verplicht, maar is ook het bedekken van hun gezicht noodzakelijk, uit angst voor zonde. Zelfs de stem van vrouwen voor het voordragen van poëzie of zelfs de Koran, wat wordt aangeduid als “bedekking van het lichaam”, wordt verboden, omdat dit in strijd is met de islamitische wet.
Na publicatie van deze wet door de Talibanregering hebben veel landen die lid zijn van de VN-Veiligheidsraad de Talibanregering opgeroepen deze wet in te trekken, omdat het de rechten van vrouwen beperkt.
Met betrekking tot deze wet was de VN-Veiligheidsraad van plan op 12 Shahrivar een resolutie uit te vaardigen waarin de nieuwe wet van de Talibanregering zou worden veroordeeld, maar dit liep spaak vanwege verzet van Rusland en China. Deze twee landen stelden dat de wereldgemeenschap Afghanistan moet helpen en haar steun niet mag koppelen aan kwesties zoals mensenrechten.
Na aan de macht te komen in Afghanistan trok de Taliban de grondwet die door de vorige regering was ingesteld in en voerde alle wetten die zij nuttig achtte uit via decreet en in naam van de islamitische sharia. “Abdul Hakim Shariah”, de Talibanminister van Justitie, stelde eerder dat “kritiek op het ontbreken van een grondwet in Afghanistan ongegrond is en dat hun wetten gebaseerd zijn op de Koran en islamitische tradities.”
De Talibanregering, die nu haar vierde jaar aan de macht is, heeft niet alleen geen succes gehad in het overtuigen van de wereldgemeenschap om samen te werken en Afghanistan uit internationale isolatie te bevrijden, maar treedt ook nog steeds de fundamentele rechten van het Afghaanse volk, met name de rechten van vrouwen en meisjes, met voeten.
De wereldgemeenschap heeft als voorwaarde voor erkenning van de Talibanregering gesteld dat de rechten van vrouwen moeten worden gewaarborgd, de vrijheid van meningsuiting moet worden gerespecteerd, er een inclusieve regering moet worden ingesteld en interne legitimiteit moet worden verworven. De Talibanregering heeft echter geen van deze voorwaarden werkelijk nagekomen. In dit verband verklaarde ook het VN-Bureau voor de zaken van vrouwen: “De situatie van vrouwen in Afghanistan is onder de Taliban veel slechter geworden dan voorheen.”




