Rapport van VN-commissie onderzoekswaarheden over wijdverspreide schendingen van mensenrechten in Iran

De VN-commissie onderzoekswaarheden is begonnen met mondelinge verslagen over wijdverspreide schendingen van mensenrechten in Iran.
Woensdag 5 juli (14 tir) diende de onafhankelijke internationale commissie onderzoekswaarheden in aangelegenheden van Iran in het Paleis van Naties in Genève, het Europese hoofdkwartier van de Verenigde Naties, haar mondelinge rapport over bevindingen aangaande de situatie van wijdverspreide schendingen van mensenrechten door de Islamitische Republiek Iran in bij de leden van de Mensenrechtenraad.
Sara Hossain uit Bangladesh als voorzitter van de delegatie, samen met Shaheen Sardar Ali uit Pakistan en Viviana Krstić uit Argentinië, de twee deskundigen van de commissie, brachten dit rapport onder de aandacht van de 47 leden van de Mensenrechtenraad. Daarna kunnen vertegenwoordigers van staten die dit wensen dit maximaal anderhalve minuut hun standpunt over het rapport naar voren brengen.
De internationale commissie onderzoekswaarheden werd gevormd voor onderzoek van gevallen van schendingen van mensenrechten in de Islamitische Republiek Iran en in verband met de protesten die in september 2022 waren begonnen, en de taak van deze commissie is om een rapport over schendingen van burgerrechten, vooral van vrouwen en kinderen, eenmaal in juli 2023 en een ander rapport eind dit jaar aan de raad in te dienen.
In het rapport dat Sara Hossain als voorzitter van de commissie voorlas aan de aanwezigen, beschouwde zij de executie van 7 arrestanten-demonstranten door de Islamitische Republiek als schokkend en verklaarde zij tegen de lidstaten van de Mensenrechtenraad en toezichthoudende organisaties dat op basis van ontvangen rapporten het verkrijgen van gedwongen bekentenissen van gedetineerden onder marteling en geweld voortduurt.
De gerapporteerde zaken van schendingen van mensenrechten betreffen gevallen vanaf september 2022 en hebben, in tegenstelling tot andere commissies onderzoekswaarheden die voor andere landen zijn ingesteld, geen eindtermijn voor onderzoek van schendingen van mensenrechten en hebben daardoor geen beperkingen.
Ook zou de commissie onderzoekswaarheden volgens nieuwsagentschap Iran Wire mogelijk in het huidagse rapport aanbevelingen doen aan de Islamitische Republiek Iran ter voorkoming van schendingen van mensenrechten, bescherming van slachtoffers, getuigen en herstellende maatregelen en met betrekking tot het aanpakken van straffeloosheid van overheidsambtenaren. Deze aanbevelingen kunnen politieke en juridische maatregelen omvatten, maatregelen ter waarborging van aansprakelijkheid van daders en waarborging van het recht van slachtoffers op toegang tot gerechtigheid, kennis van de waarheid en schadevergoeding. Dient opgemerkt te worden dat implementatie van deze aanbevelingen of reeds ingetreden en mogelijke toekomstige schendingen ook zal worden opgenomen in het schriftelijke rapport van de commissie onderzoekswaarheden dat ongeveer acht maanden later wordt ingediend.




