Twee mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor zware druk op Iraanse advocaten en eisen onmiddellijke vrijlating van Mohammad Najafi

De onafhankelijke stichting “Advocates for Advocates” gevestigd in Nederland en de Iraanse mensenrechtentenorganisatie hebben vandaag in een gezamenlijke verklaring aangekondigd dat Mohammad Najafi, een advocaat in Iran, die sinds het najaar van 2017 op illegale en oneerlijke wijze zijn straf van 54 maanden uitzit in de gevangenis uitsluitend omdat hij zich inzet voor burgerlijke en politieke vrijheden, onmiddellijk moet worden vrijgelaten.
Hadi Ghayemi, directeur van de Iraanse mensenrechtentenorganisatie, zei: “Meneer Najafi is opeenvolgend met vals veroordeelde strafvonnissen geconfronteerd om hem achter tralies te houden, omdat de autoriteiten bang zijn voor zijn kracht en vastberadenheid om de waarheid te spreken en fundamentele mensenrechten te verdedigen.”
Volgens Hadi Ghayemi “zijn advocaten de laatste verdedigingslinie tegen tirannen die alle tegenstanders het zwijgen opleggen en onderdrukken; wanneer deze verdedigers hun werk niet volledig kunnen uitvoeren, wordt de hele samenleving als een gevangene beschouwd”.
De Persische tekst van deze gezamenlijke verklaring is als volgt:
De stichting “Advocates for Advocates” en de Iraanse mensenrechtentenorganisatie eisen van de autoriteiten van de Islamitische Republiek dat zij onmiddellijk en zonder enige voorwaarde meneer Mohammad Najafi, mensenrechtenadvocaat, vrijlaten. Mohammad Najafi is alleen gearresteerd vanwege zijn wettelijke en vreedzame activiteiten, en de juridische vervolging tegen hem is niet gegrond en juridisch niet geldig.
Volgens artikel 35 van de Iraanse grondwet hebben mensen in alle rechtbanken “het recht een advocaat van hun keuze in te schakelen” en daarom moet in alle omstandigheden worden gegarandeerd dat alle advocaten in Iran hun professionele activiteiten zonder enige angst kunnen uitvoeren. Een angst die voortvloeit uit wraakneming, intimidatie en talrijke beperkingen door gerechtelijke en veiligheidsinstellingen.
Wij verzoeken ook de internationale gemeenschap, inclusief het Hooggerechtshof voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, speciale rapporteurs van de Verenigde Naties voor de Rechten van de Mens aangaande Iran, mensenrechtendefensoren en onafhankelijkheid van rechters en advocaten, alsmede alle lidstaten van de Verenigde Naties, om met volle kracht van de Iraanse autoriteiten te eisen dat zij meneer Najafi onmiddellijk en zonder voorwaarde vrijlaten.
Het is noodzakelijk te benadrukken dat gezien zijn geschiedenis van hartziekte en andere ernstige aandoeningen van meneer Najafi en overeenkomstig de artikelen 502 en 522 van het Iraanse Strafprocesrecht, een gevangenisstraf kan worden opgeschort of omgezet in een geldboete als de gevangenisstraf zijn ziekte zou verergeren.
Wij veroordelen de langdurige en voortdurende intimidatie en mishandeling van meneer Najafi door de gerechtelijke autoriteiten op scherpte. Terwijl Mohammad Najafi jarenlang door Iraanse autoriteiten werd lastiggevallen, bedreigd en gearresteerd vanwege zijn vreedzame en pro-democratische activiteiten, begon hij in 2017 een onderzoek naar de verdachte dood van Vahid Heydarri, een van de gearresteerden tijdens straatprotesten in Arak. Een demonstrant die in december 2016 werd gearresteerd en stierf onder politiebewaking.
Mohammad Najafi had eerder tegen de Iraanse mensenrechtentenorganisatie gezegd: “Deze jonge man was een demonstrant die zij arresteerden en vervolgens sloegen en doodden.”
Najafi werd vanwege zijn inspanningen en informatieverspreiding over pogingen van lokale gevangenisautoriteiten om de doodsoorzaak van Vahid Heydarri in augustus 2017 in de doofpot te stoppen, beschuldigd van “verstoring van de openbare orde” en “verspreiding van valse informatie” tot drie jaar gevangenisstraf en 74 zweepslagen veroordeeld. Zijn vonnis werd in oktober 2017 bevestigd en Mohammad Najafi werd overgebracht naar de centrale gevangenis van Arak om zijn straf uit te zitten.
Mohammad Najafi was eerder ook door tak 2 van de Revolutionaire Rechtbank van Arak veroordeeld tot drie jaar disciplinaire gevangenisstraf vanwege belediging van de leider. Meneer Najafi werd in het midden van december 2017 in het tweede deel van deze zaak ook door tak 1 van de Revolutionaire Rechtbank van Arak veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf wegens beschuldigingen van “propaganda tegen het systeem”, “belediging van de leider” en “hulp aan een vijandige staat door middel van interviews met Voice of America, Radio Farda en BBC Farsi”, en werd ook veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf vanwege “verstoring van de openbare rust” door het publiceren van kritische berichten over de Islamitische Republiek op sociale media.
In december 2018 werd meneer Najafi beschuldigd van “verspreiding van valse informatie met het oogmerk de openbare rust te verstoren” wegens het publiceren van een open protestbrief die hij in september 2017 aan de leider van de Islamitische Republiek Iran had geschreven, tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij werd ook tot zes maanden disciplinaire gevangenisstraf veroordeeld wegens zijn toespraak op de gedenkdienst van Satar Beheshti, een blogger die onder marteling in politiebewaring stierf. In juni 2021 werd hij ook veroordeeld tot gevangenisstraf wegens aansporing tot boycot van de presidentsverkiezingen, eis tot wijziging van de grondwet en afzetting van Khamenei, beschuldigd van “propaganda tegen het systeem”.
Al deze veroordelingen zijn duidelijke voorbeelden van onwettige schending van Mohammad Najafi’s recht op vrijheid van meningsuiting en waren bedoeld om te voorkomen dat hij legitieme activiteiten als advocaat uitvoerde.
Artikel 16 van de Grondprincipes van de Verenigde Naties over de rol van advocaten stelt dat regeringen moeten garanderen dat advocaten “in staat zijn om al hun professionele taken zonder intimideringen, hindernissen of inmenging uit te voeren.” Deze principes benadrukken ook dat advocaten “niet onder gerechtelijke vervolging of administratieve, economische of andere sancties mogen worden gesteld of bedreigd vanwege enig handelen dat in overeenstemming met erkende professionele beroepstaken, normen en ethiek wordt ondernomen.” Zij bepalen ook dat advocaten, zoals elke ander persoon, genieten van het recht op vrijheid van meningsuiting en met name dat advocaten het recht hebben deel te nemen aan openbare discussies over kwesties met betrekking tot wet, rechtshandhaving en bevordering en bescherming van mensenrechten (artikel 23 van de Grondprincipes van de Verenigde Naties over de rol van advocaten).
Volgens Iraanse wetten ondervindt een gevangene met meerdere vonnissen de zwaarste straf, wat in het geval van meneer Najafi een gevangenisstraf van 10 jaar was, maar met toepassing van recente strafverlichtingen door bevel van het gerechtelijk gezag is zijn huidige gevangenisstraf teruggebracht tot 54 maanden.
Wij weten dat Mohammad Najafi niet het enige geval is en dat mensenrechtenadvocaten in Iran in toenemende mate onder overheidsdruk komen te staan. Voortdurende intimidatie en marteling van onafhankelijke advocaten door de Iraanse gerechtelijke macht onder valse beschuldigingen is het centrale onderdeel van de strategie van de autoriteiten van de Islamitische Republiek om tegenstanders in Iran het zwijgen op te leggen en te onderdrukken. Door mensenrechtenadvocaten op te sluiten of het zwijgen op te leggen, worden activisten, tegenstanders en andere mensenrechtendefensoren eenvoudig onder valse beschuldigingen vertegenwoordigd en zonder enig eerlijk gerechtelijk proces rechtsvervolgd en zwaar gestraft.
Mohammad Najafi is een ander mensenrechtenadvocaat die in de afgelopen jaren door de autoriteiten van de Islamitische Republiek Iran is lastiggevallen, bedreigd, geschorst of het beroep verboden, gearresteerd en onterecht is opgesloten. In feite moet worden opgemerkt dat er nu slechts weinig Iraanse advocaten rester die bereid en in staat zijn mensenrechten zaaken af te handelen.
Slechts enkele van de advocaten die in de afgelopen jaren zwaar zijn mishandeld en lastiggevallen vanwege hun verdediging van rechten en burgerlijke vrijheden in Iran zijn: Nasrin Sotoudeh, Abdolfattah Soltani, Nasser Zarafshan, Giti Poorfazel, Arash Keykhosravi, Mostafa Nili, Farzaneh Zilabi, Payam Derafshan, Amirsalar Davoudi, Mohammad Ali Dadkhah, Mohammad Reza Foghihi, Javad Alikardi, Mostafa Daneshshjou, Hadi Omid, Mohammad Seyf Zadeh, Ramadan Haji Mashhadi, Farhad Mohammadi en Mohammad Hadi Erfaniyan Kasb.
Bovendien hebben de veiligheidsdrukkingen in de afgelopen jaren ertoe geleid dat andere advocaten, waaronder Said Dehghan, Mohammad Moghimi, Ghasem Shalelesadi, Mazdak Etmiadzadeh en Hossein Ahmadi Niaz, het land hebben moeten verlaten.
Rechtbanken in Iran werken hand in hand met inlichtingendiensten om onafhankelijke advocaten na te gaan en rechtszaken tegen hen in te stellen om alle hoop op wettelijke verdediging en eerlijke gerechtelijke procedures en fundamentele burgerlijke en politieke vrijheden in Iran uit te doven. Wij verzoeken de internationale gemeenschap om krachtig en eensgezind tegen deze onwettige en oneerlijke praktijk uitspraken te doen en lidstaten eraan te herinneren dit onderwerp – inclusief het geval van meneer Mohammad Najafi – rechtstreeks en herhaaldelijk ter sprake te brengen wanneer zij hun Iraanse tegenhangers ontmoeten.
Bron: Iraanse mensenrechtentenorganisatie




