Iran Nieuws

Eenenzestigste zitting rechtszaak Hamid Nouri; terugkeer van ‘lege minibussen’ na executie gevangenen was zeer pijnlijk

De eenenzestigste zitting van de rechtszaak tegen Hamid Nouri, beschuldigd van deelname aan de executies in de zomer van 1988 in gevangenis Gohardasht, vond plaats op maandag 24 januari 2022 met de eerste getuigenverklaring van Amirhosang Atiabai, een linkse gevangene die deze executies overleefde.

Amirhosang Atiabai, die in 1980 als student werd uitgesloten, werd in maart 1984 gearresteerd wegens activiteiten voor de Tudeh-partij van Iran. De getuige werd vanaf het begin in het ondergrondse deel van cel 209 in gevangenis Evin zwaar met kabels geslagen. Hij werd in ernstige toestand met veel problemen, waaronder bloederige urine en benen die tot de knie zwart waren geworden, overgebracht naar de gezondheidspost naast cel 209. De getuige zei dat hij na een week hospitalisatie met een verbonden lichaam opnieuw in dat ondergrondse deel met kabels werd geslagen. Hij werd deze keer met schokken en krampen voor nog een week in de gezondheidspost opgenomen.

Amirhosang Atiabai werd een jaar na zijn arrestatie in een korte rechtszaak veroordeeld, maar het duurde nog eens een jaar voordat zijn vonnis van tien jaar gevangenis werd medegedeeld. Amirhosang Atiabai werd eind 1985 van gevangenis Evin overgeplaatst naar isolatiecel in gevangenis Qarchak en begin 1986 naar gevangenis Gohardasht.

Onder de documenten die Amirhosang Atiabai eerder aan het gerechtshof had ingediend, bevinden zich een lijst met gegevens van 96 linkse gevangenen die ter dood werden gebracht in cel 20 van gevangenis Gohardasht en een interview van de getuige met het Iraanse Centrum voor Mensenrechten Documentatie in 2009. Onder andere documenten is een kaart van gevangenis Gohardasht getekend door de getuige. Onder de documenten valt ook een kalender uit 1988 op waarin de getuige de belangrijke gebeurtenissen van de executieperiode dagelijks heeft vastgelegd met behulp van symbolen en in code in de gevangenis, en later na zijn vrijlating heeft aangevuld.

Amirhosang Atiabai verklaarde dat hij persoonlijk, samen met enkele andere gevangenen, groepsgesprekken had gehoord waarin werd gediscussieerd over het decreet van de Imam, de praktische uitvoering ervan en de wijze van executies.

Amirhosang Atiabai zei dat het zien van twee foto’s van Hamid Nouri na zijn arrestatie voor hem niets oproep, omdat voor hem belangrijkere mensen ter sprake kwamen. De getuige zei dat hij in de eerste gevangenis Mortazavi zag, die klein van gestalte, mager was en gekleed in geestelijke kleding. Later kwam hij in contact met Naserian en Lashkari. Hij zei dat Lashkari in die periode verantwoordelijk was voor cel één en dat hij eenmaal met Lashkari een ontmoeting had om kwesties van de cel aan de orde te stellen. Hij zei dat Naserian een algemeen handyman van de gevangenis was en Lashkari meer verantwoordelijk was voor het beheer van de Revolutionaire Garde, de veiligheid van de gevangenis en gebeurtenissen binnen de gevangenis.

Amirhosang Atiabai verklaarde dat hij persoonlijk getuige was van het vervoer van lichamen van geëxecuteerde gevangenen door Revolutionaire Gardisten van de Hoseiniyeh van de gevangenis naar gekoelde vrachtwagens en een open vrachtwagen, gezien door de gaten in de manipuleerde jaloeziën in het badhuisgebouw, en het vervoer ervan naar buiten de gevangenis. Atiabai was getuige van hoe de Gardisten op de lichamen liepen, de armen en benen van de geëxecuteerden grepen en ze verplaatsten. In de kalender die Atiabai in gevangenis Gohardasht bijhield, staat dat het vervoer van lichamen twee tot drie keer per dag plaatsvond, gedurende twaalf dagen.

Amirhosang Atiabai verklaarde dat volgens wat hij hoorde en zag, de doodcommissie vanaf 29 juli 1988 in gevangenis Gohardasht aanwezig was en de executie van Mujahiddin op die dag begon en op 15 augustus 1988 eindigde. Atiabai was getuige van het vervoer van gevangenen per minibus twee tot drie keer per dag in de eerste fase van de executies. Hij zei dat het zien van volle minibussen met gevangenen en hun vervoer naar de Hoseiniyeh en de terugkeer van lege minibussen zeer pijnlijk was. Amirhosang Atiabai verklaarde dat de tweede fase van de executies op 26 augustus 1988 begon met nadruk op de executie van linkse gevangenen. Hij zei dat Lashkari met een groep Revolutionaire Gardisten de cel binnen stortte en tegen de gevangenen zei uit hun cellen naar buiten te gaan. Ze haalden alle gevangenen zonder voorbereiding en zelfs zonder pantoffels uit de cel.

Amirhosang Atiabai werd twee keer door Naserian voor de doodcommissie geplaatst, bestaande uit Eshragi, openbaar aanklager van de Islamitische Revolutie, en Niri, rechtsconsulent en een ander persoon die hij niet kende. De getuige werd twee keer geslagen – ’s ochtends en ’s avonds laat – omdat hij niet bad. Uiteindelijk redde hij zich door zich als moslim uit te geven en zijn afstand te verklaren van de Tudeh-organisatie.

Amirhosang Atiabai werd – aan het einde van de executies – in januari 1988 naar gevangenis Evin overgeplaatst en later vrijgelaten.

Volgens formele verklaring van de rechter van het gerechtshof zal een volgende zitting voor het vervolg van de getuigenverklaring van Amirhosang Atiabai op een later bepaald moment plaatsvinden en hem worden betekend.

De eenenzestigste zitting van de rechtszaak tegen Hamid Nouri vond plaats op een moment dat de Islamitische Republiek in de afgelopen weken – na meer dan twee jaar – officieel reageerde op deze rechtszaak door middel van verslagen uitgezonden op Misan, het persagentschap van de gerechtelijke macht.

De Iraanse gerechtelijke macht noemde Hamid Nouri in deze verslagen een “eenvoudige ambtenaar” die was ontvoerd, meerdere keren was mishandeld en zonder vrije toegang tot een advocaat en recht op bezoek van zijn familie, en zelfs zonder zijn leesbril, in Zweden terecht staat.

Deze beweringen worden gemaakt terwijl Hamid Nouri volgens Zweeds recht na zijn aanhouding op luchthaven Stockholm een advocaat heeft gehad. Nouri bedankte zijn advocaten zelfs in zijn verweerverklaringen en zei dat alles wat zij hebben gezegd, door hem wordt bevestigd.

De familie van Nouri, bestaande uit zijn echtgenote, kinderen en schoonzoon, waren aanwezig op zijn zittingen – met name de zes initiële verweerverklaringen begin december 2021 – in de rechtszaal en werden één voor één door hem aan de gerechtshof leden voorgesteld. Hij had tijdens de zittingen naast een bril ook een tablet tot zijn beschikking.

De volgende zitting van het gerechtshof zal plaatsvinden op dinsdag 25 januari 2022 met de getuigenverklaring van Mansoor Kamalzadeh in het gerechtshof in Stockholm, Zweden.

 

Bron: Voice of America

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security