Ceremonie voor veertigste dag Baktash Abtin ontaardt in geweld door inmenging veiligheidstroepen; minstens “zes personen” gearresteerd

De ceremonie voor de veertigste dag na de dood van Baktash Abtin, die donderdag 28 Bahman op zijn grafplaats zou plaatsvinden, ontaardde in geweld door inmenging van veiligheidstroepen en arrestatie van meerdere deelnemers.
De Iraanse Schrijversbond (Kânun-e Nevîsandegân-e Irân) bevestigde dondersdagavond het nieuws over “arrestaties” en “mishandeling” van een aantal aanwezigen door de veiligheidstroepen van de Islamitische Republiek en publiceerde de namen van zes gearresteerden op deze ceremonie.
Onder hen kunnen we Yashar Tabrizzi, Tina Youseftabar, Kambiz Noruzadeh, Mehriar Zafarmand, Leila Mirghafari en iemand met de naam Fariborz – van wie de achternaam nog niet bekend is – noemen.
Volgens berichten zijn meer mensen op verschillende plaatsen op de ceremonieplek in de Imam Abdollah-tombe in Rey gearresteerd.
In het bericht dat is geplaatst op het Telegram-kanaal van de Iraanse Schrijversbond staat dat de veiligheidstroepen in de slotminuten van de ceremonie, “met bedreigingen en intimidatie en opzettelijk veroorzaakte gevechten” en “onderdrukking”, uiteindelijk mensen uit de begraafplaats verdreven.
Eerder had Poran Nazemi, een van de aanwezigen op deze ceremonie, in een videobericht gemeld over inmenging van veiligheidstroepen en agenten in burger van de Islamitische Republiek in de veertigste-dag-ceremonie van Baktash Abtin.
De begrafenisceremonie van deze dichter en schrijver op dag 20 Dey verliep ook onder druk van veiligheidstroepen.
Dhr. Abtin werd vorig jaar met beschuldigingen als lidmaatschap van de Iraanse Schrijversbond en deelname aan herdenkingsplechtigheidsden voor slachtoffers van ketenamoorden tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld en werd vanaf 5 Mehr 1399, midden in de coronapandemie in Iran, naar gevangenis Evin overgeplaatst om zijn straf uit te zitten.
Tijdens zijn gevangenschap liep hij twee keer Covid-19 op en overleed uiteindelijk op 18 Dey in een ziekenhuis in Teheran vanwege verwaarlozing van zijn behandeling door autoriteiten van Evin-gevangenis ondanks zijn verslechterde gezondheid.
De broer van dhr. Abtin zei eerder, aan de hand van uitspraken van zijn medegedetineerden, dat de coronasymptomen op 6 Azar bij dhr. Abtin waren begonnen, maar dat de gevangenisautoriteiten op 22 Azar verloftoestemming hadden gegeven.
Hij voegde eraan toe dat zijn broer, Baktash Abtin, na opname in het ziekenhuis “in zo’n slechte fysieke toestand verkeerde dat hij niet eens kon spreken en zijn familie slechts enkele woorden van hem kon horen, maar desondanks werd hij tijdens twee ziekenhuisopnames geboeid en werd zijn been aan het ziekenhuisbed vastgeketend”.




