Op basis van een dagvaarding die in de afgelopen dagen door afdeling 11-1 van de executie-eenheid van het openbaar ministerie van Evin is uitgevaardigd en aan Narges Mohammadi is bezorgd, dient zij zich in deze afdeling aan te melden voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak.
Naar eigen zeggen van deze mensenrechtenactivist is zij veroordeeld wegens beschuldigingen zoals “propaganda tegen het systeem”, “sit-in op het kantoor van de gevangenis”, “ongehoorzaamheid tegen gevangenisofficials”, “vernielding van ramen” en “laster” met betrekking tot beschuldigingen van marteling en mishandeling tot “80 zweepslagen, 30 maanden gevangenisstraf en twee geldboetes”.
Mevrouw Mohammadi benadrukte in haar bericht dat zij niet zal toestaan dat “ambtenaren van de religieus-autoritaire regering zelfs maar één zweepslag” op haar uitvoeren en zal zoveel mogelijk “verzet” bieden.
Zij voegt eraan toe: “Ook ondanks de dagvaarding zal ik niet naar de gevangenis gaan” en als zij met geweld terug naar de gevangenis worden gestuurd, zal zij haar verzet voortzetten vanuit de gevangenis.
Mevrouw Mohammadi benadrukte ook in een gesprek met Radio Farda dat het gerechtelijk apparaat in deze zaak niet alleen geen onpartijdige houding aantrok, maar dat de aanpak “tyranniek en schaamteloos” was.
Zij had eerder in een interview met Radio Farda gezegd dat “in deze zaak de rollen van eiser en beschuldigde zijn omgewisseld” en erkent de uitspraak niet als rechtsgeldig.
Narges Mohammadi meldde ook in een ander deel van haar bericht over de openstelling van “meerdere veiligheidszaken” op veiligheidsfdelingen van gevangenis Evin tegen haar en wees tegelijkertijd alle beschuldigingen als “ongegrond en vals” af.
Deze mensenrechtenactivist voegt eraan toe: “Gedurende de tien maanden dat ik vrij ben, ben ik vijf keer gearresteerd door veiligheidskrachten, vergezeld van geweld en mishandeling”.
Zij benadrukt dat zij zolang zij vrij is haar activiteiten en strijd zal voortzetten.
Narges Mohammadi was eerder vanwege beschuldigingen zoals propagandaactiviteiten tegen het systeem, het initiëren van een campagne voor afschaffing van de doodstraf en samenzwering met de bedoeling een misdrijf tegen de nationale veiligheid te plegen, tot een totaal van 16 jaar gevangenisstraf veroordeeld.
De woordvoerder van het Centrum voor de Verdediging van Mensenrechten werd op 4 mei 2015 naar de gevangenis gestuurd om haar straf uit te zitten en werd op 7 oktober 2020 vrijgelaten uit de gevangenis van Zanjan met gebruikmaking van de strafvermindderingswet.
Mevrouw Mohammadi is al lange tijd beroofd van het recht op een paspoort, het verlaten van het land en bezoeken aan haar twee kinderen die in Frankrijk wonen.