De internationale gemeenschap mag de duistere geschiedenis van Irans president in schendingen van mensenrechten niet vergeten

Nu is bevestigd dat Ibrahim Raisi de komende vier jaar het presidentschap van Iran zal vervullen, zijn de bezorgdheden over het voortduren en toenemen van mensenrechtenschendingen in Iran groter geworden; de uitspraken van Ibrahim Raesi in zijn eerste persconferentie als president van de Islamitische Republiek Iran over mensenrechten en zijn stugge verdediging van zijn erfenis als een van de meest ervaren en machtigste figuren in de Iraanse rechterlijke macht gedurende de afgelopen veertig jaar, tonen de vastberadenheid van het regime aan om voort te gaan met beveiligings- en gerechtelijke maatregelen tegen burgerrechtenactivisten en politieke tegenstanders, en om geen rekenschap af te leggen of duidelijkheid te verschaffen over mensenrechtenschendingen in Iran.
Hadi Ghahemi, directeur van de Human Rights Campaign in Iran, verwees naar de duistere erfenis van Ibrahim Raesi in de rechterlijke macht en zei: “De positie van Ibrahim Raesi als president van de Islamitische Republiek Iran mag niet leiden tot vergetelheid van zijn duistere verleden in de rechterlijke macht en zijn directe rol in talrijke mensenrechtenschendingen, zoals de executies in 1988.”
Ghahemi benadrukte: “Het opzetten van een speciaal mechanisme voor het starten van strafrechtelijk onderzoek naar beschuldigingen van misdaden tegen de mensheid door Ibrahim Raesi is de meest noodzakelijke stap die, onder begeleiding van mensenrechtenorganisaties en het maatschappelijk middenveld, door de VN-Mensenrechtenraad moet worden ondernomen, zodat politieke overwegingen niet in de weg staan voor gerechtigheidszaken en de uitvoering van gerechtigheid.”
De Human Rights Campaign in Iran veroordeelt het illegale proces van de presidentsverkiezingen in Iran en de poging van het regime om gebruik te maken van een van de belangrijkste vormen van inbreng van burgers in het bepalen van hun eigen lot, namelijk “verkiezingen”, voor de “aanstelling” van personen dicht bij de macht. De positie van Ibrahim Raesi als president beschouwt het kampagne als een expliciete waarschuwing voor het maatschappelijk middenveld en tegenstanders van de huidige situatie; de geschiedenis van Ibrahim Raesi bij het onderdrukken van tegenstanders en politieke rivalen en het toenemen van gewelddadige maatregelen tegen burgerrechtenactivisten, zoals voorvechters van minderheden en religieuze groepen, en de groeiende invloed van veiligheidskrachten in het gerechtelijk systeem van het land, vooral tijdens zijn korte periode aan het hoofd van de rechterlijke macht, duidt erop dat deze aanpak ook onder de regering-Raesi zal worden voortgezet.
De ambtsaanvaarding van Ibrahim Raesi als president verhoogt de mogelijkheid om onderdrukkkende krachten in te zetten bij confrontaties met volksproteststem; protesten van verschillende lagen van de samenleving, die grotendeels economische eisen hebben en de regering rechtstreeks verantwoordelijk houden voor het oplossen van hun crisissen, en de geschiedenis van gerechtelijke maatregelen onder het toezicht van Ibrahim Raesi tegen arbeidractivisten en tegenstanders, vergroot de kans op voortduring en uitbreiding van beveiligings- en gerechtelijke maatregelen.
De Human Rights Campaign in Iran vraagt de internationale gemeenschap en mensenrechtenorganisaties en instellingen, rekening houdend met de lange en duistere geschiedenis van Ibrahim Raesi bij herhaalde mensenrechtenschendingen en zijn directe deelname aan de executie van meer dan 4.500 politieke gevangenen in 1988, de dertiende president van Iran tot verantwoording roepen voor het voortduren van herhaalde mensenrechtenschendingen in de afgelopen meer dan veertig jaar.
De Human Rights Campaign in Iran beschouwt de uitspraken van Ibrahim Raesi over zijn rol in de executies van 1988 als een duidelijk en openbaar bewijs van zijn erkenning van zijn verantwoordelijkheid voor deze handelingen, en vraagt de mondiale gemeenschap niet te vergeten dat Ibrahim Raesi een van de meest prominente schenders van mensenrechten in Iran is en dat de nodige voorwaarden moeten worden geschapen voor het oproepen en onderzoeken van hem naar de executies van gevangenen in 1988 in Iran.
Ibrahim Raesi zei in zijn eerste persconferentie, die werd bijgewoond door binnenlandse en buitenlandse mediavertegenwoordigers, in antwoord op een vraag over talrijke beschuldigingen van mensenrechtenschendingen gedurende zijn lange tijd in de rechterlijke macht: “Zij beschuldigen mij van mensenrechtenschendingen, maar ik zou aangemoedigd moeten worden”.
Hadi Ghahemi verwees naar de uitspraken van Ibrahim Raesi in zijn eerste persconferentie als president van Iran en zei: “De verdediging van Ibrahim Raesi van zijn rol in de executies van 1988 in Iran toont de mentaliteit van het regime met betrekking tot mensenrechtenschendingen in het land en de volharding van autoriteiten om verder te gaan met onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en politieke tegenstanders in de toekomst.”
Volgens Hadi Ghahemi “kan enig zwijgen of compromis tegenover onderdrukking en repressieve acties van de regering tegen het volk het groeiende burgerbewegingen in Iran, inclusief het beweging voor gerechtsheidszaken, verzwakken.”
Amnesty International diende na de benoeming van Ibrahim Raesi tot president van Iran een verklaring in bij de VN-Mensenrechtenraad met het verzoek een mechanisme in te stellen voor onderzoek naar misdaden van Ibrahim Raesi tegen mensenrechten, zodat door analyse van bewijzen die zijn rol in ernstige misdrijven aanduiden onder internationale wetten, onafhankelijke gerechtigheidszaken mogelijk worden.
Bron: mensenrechten




