Zelfmoord uit armoede en ontbering; laatste roep van protest tegen discriminatie

Het aantal zelfmoorden onder werkende bevolking en onder kinderen en jongeren in Iran is gestegen
Het aantal berichten over zelfmoordpogingen onder arbeiders en leerlingen zonder toegang tot onderwijsfaciliteiten is in de afgelopen maanden toegenomen; van de vrijwillige dood van een chauffeur van de gemeente Marvdasht voor beveiligingscamera’s op zijn werkplek tot het bericht van zelfmoord van een 11-jarige leerling uit Boesjoehr, waarbij het onvermogen van de familie om een smartphone te kopen als voornaamste reden werd genoemd.
De krant Etemad, editie Teheran, schreef vorige week naar aanleiding van een goed geïnformeerde bron in het Iraanse ministerie van Volksgezondheid dat ‘het aantal zelfmoordslachtoffers in de eerste acht maanden van dit jaar – van 1 Farvardin tot eind Aban – een stijging van 4,2 procent liet zien in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar’.
In een deel van dit rapport staat dat in de eerste acht maanden van het jaar 1399 dagelijks 15 mensen stierven door zelfmoord. Dit cijfer was vorig jaar gemiddeld dagelijks 14 mensen, in totaal 3444 mensen over deze acht maanden. Het totale aantal Iraniërs dat van het begin van het zonnejaar 99 tot het einde van de tweede herfstmaand, Aban, besloten hun leven te beëindigen was echter 3589 mensen; dat is 4,2 procent meer.
Zeker kan men veel verschillende redenen en motieven opsommen voor de beslissing van ieder individu dat besluit om een einde aan zijn of haar leven te maken. Echter in gevallen zoals zelfmoord van arbeiders op de werkplek, zijn de dimensies van deze pijnlijke handeling meer gericht op de geschonden rechten van arbeiders en hun protest tegen de manier waarop hun zaken door werkgevers worden behandeld. In zekere zin is de manier waarop veel arbeiders die met verminderde lonen worden geconfronteerd kunnen protesteren zo dicht geworden dat het beëindigen van hun leven op dezelfde plek waar zij jarenlang hebben ‘gewerkt’, het laatste protest is dat wellicht met het leven van de protesteerder moet worden betaald.
Aan de andere kant geeft de toename van zelfmoordpogingen onder Iraanse leerlingen, soms als gevolg van ontbering van elementaire onderwijsfaciliteiten, ook een duidelijk teken van schending van de rechten van kinderen die geen ander middel vinden dan het beëindigen van hun leven om aan economische moeilijkheden en discriminatie te ontsnappen. Hoewel er geen nauwkeurige statistieken zijn over het aantal kinderen dat per jaar zelfmoord pleegt, staat in het rapport van de krant Etemad en op basis van onderzoek van de organisatie ‘Verdediging van Kinderrechten’ dat ‘meer dan 250 kinderen tussen 1390 en 1399 zelfmoord hebben gepleegd in Iran’.
Reactie op ernstige levensomstandigheden die zich manifesteren in zelfmoord is een bitter protest tegen de schending van elementaire mensenrechten; soms is het de touw van armoede rond de keel van de arbeider en soms de touw van discriminatie rond de keel van een beroofde leerling.
Zelfmoord van arbeiders op de werkplek; protest ten koste van het leven
Twee weken geleden werd een bericht verspreid over de zelfmoord van een van de gemeentelijke medewerkers van Marvdasht voor de beveiligingscamera’s van het gemeentehuisgebouw. In het bericht stond dat Bahram Ebrahimipour, 31 jaar oud, getrouwd en vader van een driejarig kind, die als chauffeur gedurende elf jaar werkzaam was geweest voor de gemeente Marvdasht in de provincie Farse, in de motorische installaties van de gemeente Marvdasht voor de beveiligingscamera’s een einde aan zijn leven maakte door zich op te hangen.
Bij dit bericht werd ook een tekstafbeelding verspreid waarin deze gemeentelijk werker van Marvdasht vóór zijn zelfmoord aan zijn collega’s schreef dat hij meermaals vanwege protesten tegen loonuitstel door contractpartijen in de gemeente met ontslag werd bedreigd.
In een gedeelte van het bericht van Bahram Ebrahimipour, gericht aan zijn collega’s, met verwijzing naar aanhoudend uitstel van loonbetaling staat: ‘Het loon dat we zeven jaar geleden ontvingen, ontvangen we nu nog steeds. Ons loon is twee miljoen achthonderdduizend toman, hoe kan ik met dit loon zelfs nog lager, de uitgaven van het huis, achterstallige aflossingen en schulden betalen?’
Dit was het laatste voorbeeld van zelfmoord van arbeiders die in afgelopen jaren altijd met problemen zoals vertraging in loonbetaling en voordelen hebben geworsteld, en voor velen van hen bleef geen ander middel dan hun leven te beëindigen om hun protest tegen de huidige situatie bekend te maken.
In de afgelopen jaren was het aantal arbeiders dat op de werkplek of in het kantoorgebouw van hun werkplek zelfmoord pleegde niet gering; in Khordad van dit jaar hing een arbeider van het olieveld Yaadavaran in het graafschap Hoveyzeh zichzelf op vanwege financiële problemen en het niet ontvangen van zijn maandelijkse loon. Deze arbeider had zichzelf opgespannen naast een van de olieputten van dit olieveld.
Ook in de maand Aban van dit jaar stak een arbeider in een van de straten van de stad Kermansjah en voor het gebouw van de ‘Werkersverzekeringsunie’ zichzelf in brand. Volgens verslagen deed deze arbeider uit Kermansjah dit als protest tegen het niet verzekerd zijn en greep hij in plaats van dit tot zelfimmolatie met benzine. Deze arbeider stierf één dag nadat hij was opgenomen in het ziekenhuis vanwege de ernst van de brandwonden.
In de maand Tir van het jaar 1398 probeerde een gemeentelijke arbeider in de stad Abadan in de provincie Khuzestan zelfmoord te plegen als protest tegen het niet betalen van zijn verzekeringspremie door zich uit het raam van het gemeentehuis te werpen, maar onder aanwezigheid van politiemedewerkers zag hij af van zelfmoord.
In dezelfde maand pleegde ook een bouwvakker in de wijk Niavaran in Teheran zelfmoord op zijn werkplek vanwege geschillen met de aannemer en langdurig uitstel in loonbetaling, en met de inspanningen van brandweerlieden overleefde hij het echter.
In Khordad 1398 pleegde een van de arbeiders van het Tandooyegan-petrochemisch bedrijf zelfmoord ter protest tegen schorsing van het werk. Volgens verslagen betrad deze arbeider zijn voormalige werkplek en begon zichzelf op te hangen in het bedrijfsterrein, maar nadat personen op het terrein dit hadden opgemerkt, redden zij hem en hij wordt overgebracht naar het ziekenhuis van petrochemische industrieën.
Een voormalige arbeider van Ahvaz-staal vertelde aan de Human Rights Campaign over de redenen voor de toename van zelfmoord onder arbeiders: ‘Veel arbeiders zijn in deze jaren werkloos geraakt. In de huidige situatie in Iran, wanneer een arbeider wordt ontslagen, zelfs het overleven van de volgende week wordt onmogelijk. Arbeiders hebben noch reserves noch voordelen waarmee zij bijvoorbeeld een paar maanden kunnen doorbrengen totdat zij misschien ander werk vinden. Voor veel anderen ook is het uitstel van loonbetaling zo vermoeiend geworden dat er nauwelijks verschil is met een werkloos geworden arbeider, alleen is hij gedwongen te werken zodat hij niet eens dat kwijtraakt’.
Deze arbeidersactivist wees erop dat veel arbeiders niet voorzien zijn van de resultaten van protesten en bijeenkomsten, maar tegelijk niet willen worden blootgesteld aan politie- en veiligheidsdwang, en zei: ‘Voor hen, wanneer zij niet eens de eenvoudigste wensen van hun kinderen kunnen vervullen en zien dat er geen toekomst op hen wacht, blijft niets anders dan zelfmoord’.
Volgens deze voormalige arbeider van de staalgietery Ahvaz hebben economische druk en wijdverspreide armoede onder arbeiders niet alleen tot een stijging van het aantal zelfmoorden geleid, maar hebben zij ook aanzienlijke gevolgen voor gewelddadige gedragingen in deze gebieden en hebben zij zelfs tot moord en ernstige conflicten geleid.’
Wellicht is een van de meest opvallende zelfmoorden onder arbeiders uit de laatste maand van het jaar 1396, toen Ali Naqdi, arbeider van het bedrijf Haftapeh Agro-industrial, zichzelf in het ‘waterkanaal’ van dit industrieel complex gooide en stierf vanwege armoede voortvloeiend uit niet-ontvangen lonen. In het rapport over de zelfmoord van Ali Naqdi in Haftapeh stond dat hij enkele uren voor zijn zelfmoord het werkterrein was binnengegaan en tegen zijn collega’s zei dat hij moe was van deze situatie en zelfmoord zou plegen opdat de leiders van het bedrijf misschien zouden denken aan de vele jaren oude vorderingen van zijn collega’s’.
Een van de collega’s van Ali Naqdi zei tegen het persbureau ILNA, wijzend op het feit dat meneer Naqdi ongeveer 27 jaar werkervaring in het Haftapeh suikerrietcomplex had: ‘We geloofden niet dat meneer Naqdi zijn woorden zou waarmaken, maar plotseling waren we geconfronteerd met zijn lijk dat in het landbouwkanaal dreef. Ali was ongeveer 50 jaar oud. Al jaren storten de bedrijfsleiders onze pensioenheffingen niet op de sociale zekerheidrekening, ondanks een regeringsbesluit, en wij seizoensarbeiders zijn in onzekerheid achtergebleven’.
In die tijd (Ordibehesht 1397) zei een arbeidersactivist en lid van het vakbond van Haftapeh-arbeiders tegen de krant Hamdeli: ‘Hoewel er geen nauwkeurige statistieken zijn over zelfmoord van arbeiders, ben ik persoonlijk getuige geweest van verschillende zelfmoorden of zelfmoordpogingen’.
Dit lid van het vakbond van Haftapeh-arbeiders zei, wijzend op ernstige armoede en gebrek onder arbeiders van dit grote complex: ‘In een van de gevallen van zelfmoordpoging was dit van een arbeider samen met zijn dochter en zoon, ongeveer tien, twaalf jaar oud, voor de deur van het directiegebouw, waar hij zichzelf en zijn kinderen met benzine in brand wilde steken. Gelukkig konden de arbeiders hem tegengehouden’.
Los van de gevallen waarin arbeiders op hun werkplek of voor het gebouw van hun bedrijf of dienst zelfmoord pleegden, zijn er veel andere gevallen van zelfmoord van ontslagen arbeiders of arbeiders onder economische druk als gevolg van loonuitstel, waarbij arbeiders niet hun werkplek hebben gekozen om een einde aan hun leven te maken.
Op zaterdag, 22 Azar van dit jaar, kondigde het Telegramkanaal van het vakbond van het Haftapeh-bedrijf aan dat Reza Alkathir, een ontslagen arbeider van de kaskraam van dit bedrijf, zichzelf vanwege economische druk en financiële problemen in het huis van zijn vader ophing en helaas stierf.
Het nieuwskanaal Emtedad schreef naar aanleiding van een arbeidersactivist: ‘Alkathir had meermaals gezegd dat hij broers en zussen met een handicap had en hij was kostwinner van de familie, maar hij was de afgelopen maand in het bedrijf werkzaam totdat de directie hem plotseling ontsloeg en iemand anders hem verving, en zijn herhaalde pogingen om terug te keren naar het werk hadden geen resultaat’.
In afwezigheid van nauwkeurige statistieken en gezien het feit dat veel berichten over zelfmoord van arbeiders in veel delen van Iran onder het zwijgen liggen, is het moeilijk om een nauwkeurig getal te krijgen van het aantal zelfmoorden onder arbeiders om economische redenen en armoede. Desalniettemin is het aantal zelfmoorden onder arbeiders bijna in alle jaren van het afgelopen decennium van de dertiende eeuw van de Iraanse kalender voorgekomen. Gevallen die zowel in staatsinstanties zoals gemeentes plaatsvonden als in fabrieken van de particuliere sector.
Zorg over verspreiding van zelfmoord onder Iraanse kinderen en jongeren
Het duurde slechts enkele maanden na de uitbraak van corona in Iran toen het droeve bericht van zelfmoord van Mohammad Mousazadeh, 11-jarige leerling uit Boesjoehr, vanwege het niet hebben van een smartphone of tablet en het niet kunnen vervolgd worden met onderwijs op afstand tijdens de coronapandemie, veel mensen schokten.
De moeder van deze leerling uit Boesjoehr zei: ‘Mijn kind had slechts één telefoon die ik voor hem had gekocht en hij gebruikte deze voor zijn huiswerk totdat deze kapot ging en hij vroeg mij om een nieuwe telefoon voor hem te kopen. Ik beloofde bij eerste gelegenheid er een voor hem te kopen’.
Na dit bericht verscheen ook een bericht over de zelfmoord van een 13-jarig meisje in Oroemieh dat ook zelfmoord pleegde vanwege het niet hebben van de nodige middelen voor onderwijs op afstand. Hoewel onderwijs- en opvoedingsfunctionarissen van de stad de reden voor de zelfmoord van dit 13-jarige meisje ontkenden.
Maar in de maand Mehr van het jaar 1399 verscheen het vreemde bericht over de zelfmoord van vijf tienermeisjes in de stad Ramhormoz. Kort na de verspreiding van dit bericht en in de maand Aban van het jaar 99 leidde het bericht over de zelfmoord van nog een 15-jarig meisje in Ramhormoz, Khuzestan, dat zichzelf had opgehangen, tot meer bezorgdheid over de verspreiding van zelfmoord in deze stad.
De hoofd van onderwijs en opvoeding van Ramhormoz noemde op dat moment familieruzies, blinde vooroordelen, mentale en emotionele tegenstellingen en het niet tegemoetkomen aan biologische behoeften en vereisten als oorzaken van dit droeve voorval, en zei duidelijk dat de reden voor de zelfmoord van een van de leerlingen het verzet van de familie tegen het kopen van een mobiele telefoon en het ontbreken van faciliteiten voor het vervolgen van het onderwijs was.
De stad Ramhormoz met een bevolking van ongeveer 100.000 inwoners in het oosten van Ahvaz, honderd kilometer verwijderd, bevindt zich in het centrum van de provincie Khuzestan.
Mohammad-Mehdi Tandgoyan, waarnemend directeur van jongeren van het ministerie van Sport en Jeugd, had eerder over de daling van de ‘zelfmoordleeftijd’ en de toename van het aantal met een ‘groeicoëfficiënt’ bericht gegeven.
Op 23 Mehr sprak Tandgoyan met het nieuwsagentschap Borna en zei dat de meeste zelfmoorden tussen de 15 en 35 jaar plaatsvinden, maar we hebben dit jaar ook zelfmoorden van ‘kinderen onder de 15 jaar’ gezien.
Deze overheidsambtenaar stelde het aandeel Iraanse tieners in jaarlijkse zelfmoorden op meer dan 7 procent.
Hoewel sommige gevallen van zelfmoord van kinderen en jongeren, vooral tijdens de coronapandemie, rechtstreeks verband houden met discriminatie in toegang van kinderen tot onderwijsmiddelen, heeft de zelfmoordcrisis onder Iraanse kinderen en jongeren ook andere oorzaken, en veel van deze zelfmoordzaken, vooral onder meisjes, hebben nauwe banden met dwang tot huwelijk of onwillig schoolverlaten.
Een onderwijsdeskundige en voormalig directeur van meisjesscholen in Noord-Khorasan zei tegen de Human Rights Campaign, wijzend op de structurele discriminatie van meisjes in de samenleving en sommige families: ‘Deze discriminatie is zelfs zichtbaar bij het aangeven van de reden en het waarom van zelfmoord van sommige meisjes. Bijvoorbeeld, sommige families weigeren om het nieuws van de zelfmoord van hun dochter bekend te maken vanwege eer, en we horen deze berichten vaak uit andere bronnen’
Deze onderwijsdeskundige zei tegen de Human Rights Campaign, wijzend op de stijging van zelfmoorden onder schoolgaande tieners tijdens de coronapandemie: ‘Zeker is er een direct verband tussen gedwongen schoolverlaten en de beslissing tot zelfmoord onder tieners. Voor veel meisjes in achtergestelde gebieden is de onderwijsomgeving de enige plek waar zij zich nuttig voelen en ook hoop op de toekomst kunnen ervaren. Dit alles aan een 14-15 jarig meisje onthouden, terwijl zij weet dat zij geen controle heeft over haar toekomst, kan tot haar volledige ineenstorting leiden’.
Op 20 Aban van dit jaar kondigde de mensenrechtenorganisatie ‘Hawngaw’ in een rapport aan dat minstens 225 mensen tussen Aban 1398 en Aban van dit jaar in Koerdische steden in Iran zelfmoord hebben gepleegd, waarvan 20 procent kinderen en jongeren waren.
Deze 225 mensen leefden in vier provincies Ilam, Koerdistan, Kermansjah en Azerbeidzjan West, waarvan 103 vrouwen en 122 mannen waren die besloten hun leven te beëindigen.
Het rapport van ‘Hawngaw’ zegt dat 45 van deze personen tieners onder de 18 jaar waren; 26 meisjes en 19 jongens, waarvan 21 personen jonger dan 15 jaar waren.
De stijging van zelfmoordcijfers in achtergestelde gebieden en steden met minimale openbare voorzieningen laat zien dat veel zelfmoorden rechtstreeks verband houden met ontbering en armoede.
Fatema Eslami, verantwoordelijke voor het advies- en stemedium Yara van de organisatie ‘Steun aan kinderrechten’, had eerder tegen Etemad Online gezegd: ‘Wat de verschillende landen onderscheidt met betrekking tot effectieve interventies in zelfmoordpreventie is gerelateerd aan de prestaties van landen in het beheer van macro-factoren die van invloed zijn op zelfmoord, simultaan met het beheer van individuele factoren. Gelijke toegang tot middelen en verlaging van ongelijkheden maken deel uit van programma’s die van invloed zijn op de verlaging van zelfmoordcijfers’.
Hoewel in de afgelopen jaren en ondanks meer communicatiemiddelen meer berichten over zelfmoord van tieners in Iran meer verspreiding krijgen en de aandacht van regering-functionarissen op deze maatschappelijke crisis sterker trekt, lijkt het erop dat de dominante reactie van functionarissen alleen uit bevestiging of ontkenning van het zelfmoordnieuws en de redenen ervan bestaat, en er geen wilskracht is om voorwaarden voor zelfmoordpreventie onder kinderen en jongeren te creëren.
In deze omstandigheden maken veel deskundigen op het gebied van kinderrechten in Iran zich zorgen dat zelfmoord onder Iraanse kinderen en jongeren verder zal verspreiden en dat het gebrek aan aandacht van functionarissen en mediastilte over deze crisis zal bijdragen aan de verscherpte ervan.
Bron: Human Rights Campaign




