Voortdurende onderdrukking van burgerrechtenactivisten in Iran; een echtpaar uit Koerdistan veroordeeld tot gevangenisstraf

Een echtpaar van burgerrechtenactivisten uit de Iraanse provincie Koerdistan dat halverwege november weigerde aanwezig te zijn bij een gerechtszitting als protest tegen de oneerlijke behandeling van hun zaak, is na arrestatie en verschijning voor de rechter veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf.
Een goed geïnformeerde bron die om veiligheidsredenen anoniem wilde blijven, vertelde Voice of America dat het echtpaar Farida Visi en Siros Abbasi na hun weigering aanwezig te zijn bij hun tweede gerechtszitting op maandag 12 november, op basis van een arrestatiebevel van 29 december door veiligheidstroepen in de stad Dehgolan werd gearresteerd. Na vervoering naar de eerste tak van het Revolutionaire Tribunaal van Sanandaj onder voorzitterschap van rechter Saidi, werden zij berecht.
Volgens deze geïnformeerde bron werd op dinsdag 23 december een vonnis van één jaar voorwaardelijke gevangenisstraf voor een periode van drie jaar uitgesproken en werd dit vonnis hun ter kennis gebracht bij hun verschijning voor het Revolutionaire Tribunaal.
Deze geïnformeerde bron vertelde Voice of America ook dat deze twee burgerrechtenactivisten, die bij hun arrestatie met meerdere beschuldigingen waren geconfronteerd, waaronder activiteiten tegen de nationale veiligheid, lidmaatschap van Koerdische oppositiepartijen en verschillende andere beschuldigingen, vanwege onvoldoende bewijs van deze beschuldigingen onschuldig zijn bevonden en alleen zijn veroordeeld wegens de beschuldiging van “propaganda tegen het regime”.
Volgens deze bron werden de voorbeelden van de beschuldiging van propaganda tegen het regime in de uitspraak als volgt omschreven: “deelname aan marsen en het filmen van protesten tegen de doodstraf voor wijlen Ramin Hosseinpanahi, het organiseren van protestbijeenkomsten in Dehgolan tegen de Turkse aanval op Rojava (Koerdistan-Syrië) en evenals deelname aan bijeenkomsten voor het gerechtshof in Sanandaj ter protest tegen de arrestatie van Zahra Mohammadi, een Koerdische taaldocent.” Voorbeelden die volgens deze ingelichte bron allemaal “burgerrechtenactiviteiten” zijn en geen enkele ervan wordt beschouwd als “misdrijf”.
Een geïnformeerde bron vertelde Voice of America eerder dat deze twee burgerrechtenactivisten op 24 december 2019 met geweld werden gearresteerd wanneer veiligheidstroepen van de inlichtingendienst in Dehgolan hun werkplek, het wetenschaps- en onderwijscentrum “Zanest”, binnendrongen. Volgens deze bron hebben zij minstens twee maanden in een van de gevangenissen van Sanandaj doorgebracht, bekend als “Kanun-e Eslah va Tarbiat”, en gedurende die periode zijn zij beiden onderworpen geweest aan marteling en gedwongen tot valse bekentenissen op camera.
Deze twee burgerrechtenactivisten werden uiteindelijk op 15 maart van dat jaar na beëindiging van het onderzoek tijdelijk en tot het einde van de juridische procedures vrijgelaten tegen betaling van in totaal 150 miljoen toman borg.
Mensenrechtenorganisaties stellen dat de Islamitische Republiek niet eerlijk inzake beschuldigingen onderzoekt en dat onschuldige personen zijn vervolgd en zelfs ter dood gebracht.
Het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft herhaaldelijk gewelddadige optreden tegen en brede onderdrukking van demonstranten, evenals herhaalde en voortdurende schendingen van de rechten van Iraanse burgers door het heersende regime veroordeeld.
Bron: Voice of America




