Iran Nieuws

Samenwerkingsakkoord Iran en China; document voor ontwikkeling of verraad van nationale belangen?

Een groep beschouwt het 25-jarige samenwerkingsakkoord tussen Iran en China als verraad van nationale belangen. Sommigen zeggen dat het een document voor ontwikkeling is en met “moed” verdedigd moet worden, maar verborgen voor het oog van het volk. Waarom hebben mensen niet het recht om op de hoogte te worden gebracht van de details van dit document?

Ishaq Jahangiri, eerste vicepresident onder Hassan Rohani, president van Iran, zei dinsdag 7 juli in een vergadering van de “Coördinatieraad voor Buitenlandse Economische Betrekkingen”: “We moeten met moed de ontwikkeling van onze strategische betrekkingen met Peking verdedigen”. Zijn opmerking verwijst naar een conceptdocument dat verschillende gebieden omvat, van “economische planning, inclusief olie en gas, elektronica-industrie, kennisintensieve sectoren…” en volgens sommige bronnen gaat het om Chinees investeringen ter waarde van ongeveer 280 miljard dollar in Iraanse olie- en gasindustrieën. Ondanks dit enorme bedrag en de brede reikwijdte van het akkoord hebben officiële bronnen nog steeds geen informatie over dit document aan het publiek verstrekt.

Fragmentarische informatie die over dit document is gepubliceerd, heeft het omgezet in een onderwerp van veel speculatie onder voorstanders en tegenstanders van de Islamitische Republiek in binnen- en buitenland, en heeft ambtenaren van de Islamitische Republiek ook in tegenspraken gebracht. Ali Rabiei, woordvoerder van de regering, zei dinsdag 7 juli in een wekelijkse persconferentie: “Over het 25-jarige samenwerkingsakkoord met China is er niets geheims of verborgens. En wanneer er een overeenkomst in dit opzicht wordt bereikt, zal deze tegelijkertijd worden aangekondigd”.

Het voorrang geven van Chinees belang boven het belang van het volk

Mohsen Baharouand, hoofd van de juridische en internationale afdeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, zei tegen het persbureau Mizan dat omdat dit document nog steeds onderwerp van onderhandelingen is, we het niet openbaar kunnen maken. Waarom? Omdat volgens hem “misschien het tegenovergestelde land (China) vanuit zijn eigen overwegingen niet wil dat het onderwerp van onderhandeling wordt geopenbaard, en mogelijk zou deze informatielekkage het vertrouwen tussen beide partijen schaden”.

Baharouand zei zonder iemand bij name te noemen: “Een meneer kwam wat zeggen en bracht iedereen in moeilijkheden; meestal brengt hij wanneer hij spreekt anderen in moeilijkheden en schokt hij de samenleving”.

De “meneer” waarnaar Baharouand verwijst, is Mahmoud Ahmadinejad, voormalig president, die op 28 juni in Gilan naar onderhandelingen over dit akkoord verwees en aan de regering vroeg: “Bent u de eigenaar van het land dat zonder toestemming van het volk uit de staatskas aan anderen geeft?”

“Waarom zijn de mensen niet op de hoogte van de details van dit document?”

De krant Jomhouri-ye Eslami schreef in haar hoofdartikel van dinsdag 7 juli, kritisch op het verborgen houden van de inhoud van dit document voor het publiek, dat China en Iran al een jaar bezig zijn met de voltooiing van het 25-jarige document en vroeg: “Waarom zijn mensen niet op de hoogte van de details van dit document? Sommigen hebben beweerd dat zij op de hoogte zijn van de inhoud van dit document. Als dat het geval is, waarom zouden gewone mensen daar niet van op de hoogte worden gesteld?”

Deze krant schreef, tegen ambtenaren die “Chinese belangen” en “voorkeuren” centraal stellen: “Men zegt dat China bezorgd is dat het openbaren van de inhoud van dit document mogelijk Amerikaanse sabotage zou veroorzaken. Als de Chinezen echt zo’n vreemde bezorgdheid hebben, is dit al genoeg om te concluderen dat ze onbetrouwbaar zijn. Waarom is een land dat aanspraken maakt op supermachtstatus bezorgd over Amerikaanse sabotage? Is het bezorgd om zichzelf of om Iran?”

Een langetermijnakkoord met een land dat “blijvende verwondingen” aan Iran heeft toegebracht

Het hoofdartikel van Jomhouri-ye Eslami ging nog een stap verder en verwees naar de geschiedenis van de betrekkingen tussen de twee landen en een “bondgenoot” die gedurende zijn betrekkingen met Iran alleen op zijn eigen eenzijdige belangen heeft gelet. De krant schreef: “Precies op het moment dat discussies over het 25-jarige Iraans-Chinese akkoord aan de orde zijn, verklaart China openlijk dat het Saudische olie heeft vervangen door Iraanse olie. Terwijl we nog altijd lijden onder de verwondingen van Chinese schendingen van het wisselakkoord uit de tijd van de Ahmadinejad-regering, wat een monetair Turkmanchai was, zouden we niet opnieuw instemmen met een ander akkoord, en vooral niet een 25-jarig akkoord met China”.

De verwijzing van Jomhouri-ye Eslami is naar een akkoord dat in 2008 onder de regering Ahmadinejad met China werd gesloten. Een akkoord dat terecht als “monetair Turkmanchai” werd gekarakteriseerd. Volgens dit akkoord betaalde China geen geld uit voor Iraanse olie-exporten en gebruikte het dit als zekerheid voor “kredietbrieven” voor de aankoop van Chinese goederen. Zelfs de belegging van dit geld lag niet in Iraanse handen, maar in Chinese handen. Een extreem bezwarend akkoord dat de Islamitische Republiek aansprakelijk stelde voor verliezen uit valutaschommelingen en geldverlies. Een akkoord dat tegenstand ondervond van het achtste en negende parlement en geen vervolgstappen kreeg.

Ruzie over de deken van mulla Nasradin

Temidden van speculaties over of Mahmoud Ahmadinejads doel met de onthulling van het 25-jarige akkoord de volgende presidentsverkiezingen zijn, wees Majid Reza Hariri, voorzitter van de Iran-China Chamber of Commerce, in een exclusieve notitie voor de site “Contemporary Strategy” op de voorgeschiedenis van dit akkoord (december 2015, toen de Chinese president Iran bezocht) en vroeg: “Waarom is deze omvattende overeenkomst niet eerder door de twee landen als basis voor samenwerking beschouwd?”

Volgens hem stelde Mohammad Javad Zarif afgelopen zomer “de nieuwste economische voorstellen die Iran wil aan de Chinese partij kennis en werd dit door de Chinezen aanvaard. Men zou normaal verwacht hebben dat de regering in deze periode zijn voorstel op een serieusere en meer samenhangende manier aan de Chinese partij zou hebben gepresenteerd”.

Majid Reza Hariri wijst erop dat er nog slechts een jaar van de regering Rohani overblijft en dat de uiteindelijke ondertekening en implementatie van dit akkoord de regering Rohani helemaal geen voordeel oplevert, “daarom is dit momenteel ruzie over de deken van mulla Nasradin”; een geschil tussen voorstanders en tegenstanders van de regering dat volgens Majid Reza Hariri “het akkoord naar hun voorkeur interpreteren” en hij speculeert dat “China ons coloniseert of we gaan China’s kolonie worden”.

“Een schimpakkoord” en vanuit “een zwakke positie”

Ook onder Iraniërs buiten het land heeft het 25-jarige Iraans-Chinese akkoord veel tegenstanders die het vergelijken met het Turkmanchai-akkoord en het beschouwen als verraad van Iraanse nationale belangen. Reza Pahlavi, Irans laatste kroonprins, noemde het vermelde akkoord op zijn Twitter-account als “een schimpakkoord” waarvan het doel “plundering van nationale hulpbronnen en aanvaarding van buitenlandse legers op nationaal grondgebied” is.

Reza Pahlavi gelooft dat de Islamitische Republiek dit akkoord uit een zwakke positie sluit en heeft het volk gevraagd er niet stilzwijgend op te reageren en “voorkoming ervan” in te voeren.

Het persagentschap Sputnik verwees ook in een rapport getiteld “Oostelijke nucleaire deal” naar informatie die in september 2019 in het tijdschrift Petroleum Economist was gepubliceerd. Dit blad schreef met verwijzing naar “ingewijde bronnen dicht bij Irans Ministerie van Olie” dat deze overeenkomst in 2016 werd ondertekend, maar geheime bepalingen in 2019 werden toegevoegd die “bepaalde concessies aan China bevatten. Bijvoorbeeld, overeenkomstig de voorwaarden van de nieuwe overeenkomst, krijgt China het recht om betalingen voor Iraanse producten tot twee jaar uit te stellen. China zal ook in staat zijn om Iraanse olie niet in dollars maar in yuan of “zachte valuta’s” te betalen”.

Sputnik schreef: “Het onduidelijke beleid van de Verenigde Staten ten aanzicht van Iran en het onvermogen van Iran om Europa ervan te overtuigen hem te steunen ondanks blikken naar het Westen, dwingt Teheran al jaren zich opnieuw naar het Oosten te keren. Nu lijkt het erop dat Iraanse president Hassan Rohani geen keus heeft dan de ondertekening van de “nieuwe Turkmanchai-overeenkomst”.

Tegelijkertijd is het aantal analisten dat gelooft dat de Islamitische Republiek door grenzeloze concessies aan China de stem van dit land tegen Amerika in de VN-Veiligheidsraad wil kopen, niet gering. Sputnik schreef ook, kijkend naar deze Achilleshiel van de Islamitische Republiek: “Chinas veto zal erg duur uitkomen” en verwees naar enkele Iraanse analisten die van mening zijn dat de vorige ervaring met commerciële betrekkingen tussen China en Iran niet positief was, maar “Teheran is vanwege de moeilijke politieke en economische situatie in het land gedwongen dit te herhalen.”

Volgens Sputnik is het akkoord tussen China en Iran een poging van Teheran om Peking ertoe te brengen zijn veto uit te brengen op de ontwerpresolutie van de VN-Veiligheidsraad voor de verlenging van het wapenembargo tegen Iran.

Een ongelijk akkoord tussen twee ongelijke landen

Een belangrijk punt waarnaar de krant Jomhouri-ye Eslami in haar hoofdartikel van dinsdag verweest, is dat “langetermijnakkoorden doorgaans worden gesloten tussen landen die in verschillende opzichten gelijk zijn of waarbij één van hen vanwege zijn superioriteiten streeft naar het verwerven van langetermijnvoordelen van de tegenpartij. Gezien het feit dat Iran niet op gelijk niveau met China staat, is het sluiten van een 25-jarig akkoord met dit land niet te rechtvaardigen.”

De krant benadrukt de “gevoeligheid en betekenis” van het akkoord tussen de twee landen en zegt dat juist daarom de inhoud van het document vóór de voltooiing ervan aan het publiek moet worden verstrekt “zodat onafhankelijke en niet aan regeringsinstellingen gebonden deskundigen hun deskundige mening over het beginsel en de inhoud ervan kunnen geven.”

De krant Jomhouri-ye Eslami bekritiseert dat de huidige blik van staatsambtenaren op het Oosten “een absolute blik is” en als het genoemde akkoord aan deskundigen ter beschikking wordt gesteld, kan deze blik “in een evenwichtige blik worden omgezet en kan deze zekerheid ontstaan dat ambtenaren van het systeem van de Islamitische Republiek geen document zullen ondertekenen dat in strijd is met het strategische en centrale beleid ‘noch Oost noch West'”.

Deze krant schreef met verwijzing naar televisie-interviews en persberichten die staatsambtenaren hebben gegeven om het publiek vertrouwen in de “onschuld van het 25-jarige Iraans-Chinese akkoord” in te boezemen: “Deze inspanning was niet alleen nutteloos, maar voegde onduidelijkheden toe en bracht meer vragen in de geesten in”.

 

Bron: DW

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security