Iran Nieuws

Rapport van Mensenrechtenorganisatie over onderdrukking van protesten in Iran in 2019

De Mensenrechtenorganisatie heeft in zijn jaarlijkse rapport melding gemaakt van de intensivering van de onderdrukking van protesten in Iran afgelopen jaar. Deze mensenrechtenorganisatie stelt dat de ernstige economische situatie, wijdverbreide corruptie en het ontbreken van politieke en sociale vrijheden de oorzaken van de protesten in Iran zijn.

De Mensenrechtenorganisatie heeft in zijn jaarlijkse rapport verklaard dat de autoriteiten van de Islamitische Republiek afgelopen jaar (2019) massale arrestaties van demonstranten en het gebruik van geweld bij de onderdrukking van protesten in heel Iran hebben geïntensiveerd.

Volgens dit rapport zijn de protesten van het Iraanse volk het gevolg van de verslechtering van de economische omstandigheden, het wijdverbreide geloof in corruptie en het ontbreken van politieke en sociale vrijheden.

In het 652 pagina’s tellende jaarlijkse rapport van de Mensenrechtenorganisatie over de mensenrechten in de wereld in 2019 is de naleving van deze rechten in bijna 100 landen onderzocht.

Deze mensenrechtenorganisatie heeft in het gedeelte over Iran duidelijk gesteld dat de gerechtelijke macht van de Islamitische Republiek in 2019 de kosten van vreedzaam verzet fors heeft verhoogd en tientallen mensenrechtenactivisten tot lange gevangenisstraffen heeft veroordeeld. In een van de bloedigste onderdrukking sinds de Februarirevolutie van 1979 hebben de Iraanse autoriteiten in reactie op wijdverspreide protesten naar aanleiding van de plotselinge stijging van brandstofprijzen in november 2019 (oktober 2019) demonstranten die geen bedreiging voor iemands leven vormden, als doelwitten van dodelijke aanvallen gebruikt.

Michael Page, plaatsvervangend directeur van het Midden-Oostenafdeling van de Mensenrechtenorganisatie, zei: “De leiders van Iran hebben reageerd op wijdverspreide ontevredenheid over corrupt en tyranniek bestuur door verzet en alle binnenlandse oppositie te onderdrukken, voor het geval dat hun macht zou worden bedreigd.” Volgens Page is het gebruik van dodelijk geweld tegen demonstranten een teken van “volledige onverschilligheid” van de autoriteiten van de Islamitische Republiek voor de gevolgen van de ernstige economische situatie voor Iraanse burgers.

Misbruik van de dood van Qassem Soleimani voor onderdrukking

De Mensenrechtenorganisatie heeft, verwijzend naar de dood van Qassem Soleimani, commandant van de Quds-brigades van de Islamitische Revolutionaire Garde, bij een Amerikaanse droneaanval in Irak, naast de ernstige regionale en internationale gevolgen ervan, benadrukt dat de Islamitische Republiek deze incident misbruikt om zijn tegenstanders te onderdrukken, vooral op het gebied van regionale aangelegenheden en buitenlands beleid.

Deze mensenrechtenorganisatie heeft ook, verwijzend naar de bloedige onderdrukking van de protesten van oktober vorig jaar in Iran, benadrukt dat de Islamitische Republiek niet bereid is het aantal doden en gearresteerden bekend te maken. Volgens Amnesty International zijn tijdens deze protesten minstens 304 mensen gedood. Reuters stelt het aantal slachtoffers op ongeveer 1.500 personen. Een lid van het Iraanse parlement heeft ook melding gemaakt van ongeveer zevende duizend gearresteerden tijdens de protesten. Volgens de Mensenrechtenorganisatie lopen de gearresteerden het risico van mishandeling en foltering in Iraanse gevangennissen.

Volgens deze organisatie vormen ook de Amerikaanse sancties, die Iraniers moeilijk toegang tot essentiële medicijnen geven en een ernstige bedreiging voor hun gezondheid vormen, een probleem. Ook “humanitaire uitzonderingen” in de sanctieregeling zijn weinig effectief gebleken en hebben grotendeels geleid tot medische tekorten, van het ontbreken van essentiële medicijnen voor patiënten met epilepsie tot beperkingen op chemothearpie voor kankerpatiënten.

Lange gevangenisstraffen tegen burgerrechtsactivisten

Dit rapport stelt dat de revolutionaire tribunalen in 2019 tientallen burgerrechtsactivisten in Iran vanwege hun vreedzame activiteiten tot gevangenisstraf hebben veroordeeld, waaronder arbeids- en burgerrechtsactivisten zoals Sepideh Ghollian, Ismail Bakhshi, Marzieh Amiri en mensenrechtenadvocaten zoals Nasrin Sotoudeh. Ook in juli en augustus vorig jaar hebben één van de afdelingen van het revolutionaire tribunaal in eerste aanleg vier vrouwen (Yasmin Aryani, haar moeder Manirah Arabshahi, Mojgan Keshavarz en Saba Kordafshari) die tegen de verplichte hijab-wet hebben geprotesteerd, tot meer dan tien jaar gevangenisstraf veroordeeld.

De Mensenrechtenorganisatie heeft ook benadrukt dat de autoriteiten van de Islamitische Republiek onder de vage beschuldiging van “handelingen tegen de nationale veiligheid” Iraanse dubbelburgers en buitenlandse onderdanen arresteren en tegelijkertijd van hen gebruikmaken om hun politieke doelstellingen in onderhandelingen met westerse landen te bereiken.

Deze mensenrechtenorganisatie heeft in zijn jaarlijkse rapport ook gewezen op lange gevangenisstraffen tegen milieuactivisten in Iran en heeft geschreven dat in november 2019 het tribunaal in eerste aanleg acht milieudeskundigen, die meer dan twee jaar op beschuldiging van “samenwerking met de vijandige Amerikaanse regering” in hechtenis waren, tot gevangenisstraffen van vier tot tien jaar heeft veroordeeld. Het is ook vermeld dat op 8 februari 2018 Kavous Seyed Emami, een Iraans-Canadese universiteitsleraar die met deze groep werd gearresteerd, onder verdachte omstandigheden in hechtenis is overleden.

Dit rapport stelt het aantal ter dood gebrachte personen in Iran tot begin november vorig jaar op minstens 227 personen en voegt eraan toe dat twee van deze personen ter dood zijn veroordeeld voor misdrijven die ze hadden begaan voordat ze de wettelijke leeftijd hadden bereikt. Iran voerde in dezelfde periode in 2018 253 terechtstelling uit.

Dit rapport stelt, terwijl het op discriminatie tegen vrouwen “in wet en praktijk” wijst, duidelijk dat de Raad van Toezicht uiteindelijk op 2 oktober vorig jaar een wijziging op de burgerrechtwet in Iran heeft goedgekeurd, op grond waarvan Iraanse vrouwen getrouwd met buitenlandse mannen de mogelijkheid krijgen om, voor zover er geen “veiligheidsprobleem” voor hun kinderen onder de 18 jaar is, aanvraag in te dienen voor Iraanse burgerschap.

Het rapport wijst ook, onder verwijzing naar het feit dat de Islamitische Republiek meisjes vanaf 13 jaar en jongens vanaf 15 jaar en zelfs met toestemming van de rechtbank op jongere leeftijd toestaat te trouwen, erop dat de gerechtelijke commissie van het Iraanse parlement pogingen om de minimale huwelijksleeftijd te verhogen, heeft geblokkeerd.

De Mensenrechtenorganisatie heeft in zijn jaarlijkse rapport ook gewezen op meerdere obstakels waarmee kinderen met beperkingen in Iran op onderwijsgebied worden geconfronteerd.

 

Bron: DW

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security