35 studentenorganisaties uiten scherpe kritiek op corruptie, onrechtvaardigheid en onderdrukking

Een aantal studentenorganisaties uit heel Iran hebben kritiek geuit op het beleid dat is gebaseerd op “autoritaire interpretaties” van vrijheid en religie. Zij stellen dat dit beleid heeft geleid tot verspreiding van armoede en corruptie, onderdrukking aan universiteiten en inmenging in het privéleven van burgers.
35 studentenorganisaties van universiteiten in Teheran en enkele andere centra in provincies hebben in een gezamenlijke verklaring, ter gelegenheid van het begin van het nieuwe schooljaar, scherpe kritiek geuit op het onderwijs-, cultuur-, sociale en economische beleid van de leiders van de Islamitische Republiek.
In het begin van deze verklaring, die op 16 Mehr op de nieuwswebsite “Omtaad” is gepubliceerd, staat: “We beginnen het nieuwe schooljaar onder omstandigheden waarin tegelijkertijd met de versterking van de commercialisering van studiebeurzen en welzijnsvoorzieningen aan de universiteit en de kanttekening van onderwijs, evenals de goedkeuring van een antistudentisch regelement, gewelddadige maatregelen een schaduw werpen over de universiteitssfeer om de kosten van elke vorm van kritisch activisme te verhogen.”
Het nieuwe implementatiereglement van de studententuchtcommissie van de Raad, dat na wijzigingen in de bepaling van 1988 werd ondertekend door de ministers van Wetenschap en Volksgezondheid, werd op 12 Shahrivar van dit jaar aan alle Iraanse universiteiten meegedeeld.
Sommige activisten en studentenorganisaties hebben het nieuwe regelement geëvalueerd omdat de onduidelijkheid ervan over bepaalde concepten, zoals “gedrag in tegenspraak met de status” van studenten, meer druk op universitaire studenten en een benauwender onderwijsklimaat zou creëren.
Mohammad Ali Kamfiruzi, advocaat en studentenactivist, zei tegen “Etemaad Online”: “Dit regelement heeft de behandeling van beschuldigingen tegen studenten in tuchtcommissies veel strenger, ernstiger en uiteraard subjectiever gemaakt en heeft de voorwaarden voor schending van studentenrechten in tuchtcommissies verder verruimd.”
Veiligheidsclimat ter bedreiging van studenten
De 35 studentenorganisaties zeggen in hun verklaring, terwijl zij kritiek uitoefenen op het veiligheidsclimat aan universiteiten, dat de scheppers van zo’n klimaat ten onrechte geloven dat zij door het uitvaardigen van “zware straffen tegen critische activisten, organisaties en studentenpublicaties” studentenbeweginigen kunnen intimideren.
Terwijl zij zware straffen tegen civiele activisten en studenten afkeuren, hebben zij verklaard: “Zolang deze ongepaste en onwettige praktijken voortduren en de inefficiënte structuren die tot deze benaderingen, beleidsmaatregelen en handelingen leiden niet zijn gecorrigeerd, kunnen geen van de verantwoordelijken rechtvaardigheids- en anticorruptieverklaringen worden vertrouwd en krijgen zij aandacht van het volk.”
Deze organisaties hebben de “structurele discriminatie” in het studententoelatingssysteem bekritiseerd, inclusief de “toename van quota’s voor bepaalde groepen”, en evalueren het gevolg van het voortzetten van deze situatie als een toename van onderwijsonrechtvaardigheid.
In een deel van de verklaring beschrijven deze organisaties het zogenaamde economisch aanpassingsbeleid, inclusief “het ongebreideld overdragen van productiecentra aan de onproductieve en rentegerichte privé- en semi-overheidssector”, dat onder de noemer privatisering is uitgevoerd als “anti-volkeren”.
Autoritaire interpretatie van de grondwet en religie
De ondertekenaars van de verklaring hebben geschreven: “Autoritaire en verdraaide interpretaties van vrijheid, de grondwet en religie, onderling verbonden, streven ernaar een bepaalde levensstijl persoonlijk en sociaal op verschillende lagen op te leggen, zelfs op de meest persoonlijke gebieden zoals kledingkwaliteit of deelname aan sportbijeenkomsten.”
De verkiezingen voor de elfde periode van de Majlis (parlement), waarvan de eerste ronde op 2 Esfand plaatsvindt, zijn een ander onderwerp dat studentenorganisaties hebben behandeld en hebben zij zich tot de hervormingsgezinde vleugel van de regering van de Islamitische Republiek gericht, die sinds enige tijd in discussie is over deelname, non-deelname met voorwaardelijke deelname aan deze verkiezingen.
In de genoemde verklaring wordt benadrukt: “De ervaring van de afgelopen jaren heeft aangetoond dat louter vertrouwen op de stembusken zonder verbinding met realiteiten en mogelijkheden van het publieke domein en de civiele samenleving schadelijk en crisiserend kan zijn, en zij die hun vrijheid van handelen aan beperkingen van machtsinstellingen binden, kunnen alleen dezelfde handelingen voortbrengen.”
Kritiek op hervormingsgezinde machthebbende bureaucraten
De auteurs van de verklaring concluderen op basis van deze ervaringen dat “de aanwezigheid van machthebbende hervormingsgezinden en bureaucraten in verschillende posities niet leidt tot herstel van hoop op maatschappelijk niveau en bevrijding van de huidige situatie”.
De verklaring eindigt met deze woorden: “In omstandigheden van structureel falen dat tot de vernietiging van Iran en het verdwijnen van maatschappelijke krachten zal leiden, streven wij studenten als een maatschappelijke stroming, hervorming en redding van onszelf na door naar de universiteitshal terug te keren en deze als een van de vestingwerken van maatschappelijk verzet te behouden.”
35 studentenorganisaties uit heel Iran spraken een decennium geleden, verwijzend naar wat werd aangeduid als “kennis van interne en externe overweldigende processen”, over de noodzaak van veiligheid voor elke burger, zodat zij “vrij van angst en verlost van behoefte” onder bescherming van de wet konden leven.
In een verklaring ter gelegenheid van het begin van het schooljaar 98-99 benadrukken deze organisaties dat het bereiken van dit doel “alleen mogelijk zal zijn door maximaal verzet tegen acceptatie van de huidige situatie”.
Bron: DW




