Amnesty International roept wereldgemeenschap op mensenrechtensituatie in Iran te veroordelen

Amnesty International heeft de wereldgemeenschap opgeroepen de verslechterde mensenrechtensituatie in Iran openlijk te veroordelen en oplossingen aan te bieden aan de Iraanse regering. Deze verklaring werd afgegeven in aanloop naar de zitting van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties.
De zitting van de “Universele Periodieke Toetsing” in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties vindt plaats op vrijdag 16 Aban (8 november) in Genève. Amnesty International roept in een persverklaring de wereldgemeenschap en deelnemende landen op om wijdverbreide schendingen van mensenrechten in Iran te veroordelen en “concrete oplossingen aan te bieden aan de Iraanse autoriteiten en functionarissen”.
In de verklaring wordt Philip Luther, directeur van het onderzoeks- en juridische afdeling voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika bij Amnesty International, aangehaald: “De akelige lijst van mensenrechtenschendingen in Iran, van de angstaanjagende aantal terecstellingen tot voortdurende marteling en strafvervolging van mensenrechtenactivisten, wijdverbreide discriminatie tegen vrouwen en minderheden en voortdurende misdaden tegen de menselijkheid, getuigt van een ernstige verslechtering van de mensenrechtensituatie in het bewijs van dit land.”
Philip Luther beschouwt de zitting van vrijdag van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties als een belangrijke gelegenheid voor de wereldgemeenschap om het bewijs van Iran te beoordelen en “op duidelijke en beslist wijze aan de Iraanse autoriteiten en functionarissen mee te delen dat hun akelige negering van de mensenrechtensituatie niet over het hoofd zal worden gezien”.
De wereldgemeenschap heeft de schending van mensenrechten in Iran lange tijd genegeerd
Philip Luther stelde verder: “Deze zitting biedt ook landen over de hele wereld de gelegenheid om meer aandacht te schenken aan de voortdurende gedwongen verdwijningen van duizenden politieke tegenstanders in de afgelopen drie decennia; dit was een misdaad tegen de menselijkheid die de wereldgemeenschap lange tijd over het hoofd heeft gezien.”
In de verklaring staat dat het mensenrechtenbewijs van Iran voor het laatst in 2014 onder de loep is genomen en dat de Islamitische Republiek sindsdien aanzienlijk is uitgebreid in onderdrukking.
Amnesty International wijst op de arrestatie van duizenden betogers en ernstige onderdrukking van mensenrechtenactivisten, onder meer activisten van campagnes tegen verplichte sluiers, en waarschuwt dat de Islamitische Republiek de resterende onderdelen van de burgermaatschappij in Iran zal vernietigen.
In de verklaring staat dat de Iraanse regering rechten met betrekking tot een eerlijk proces steeds verder schendt en sinds de zitting van 2014 2.500 mensen, onder wie minderjarige misdadigers, heeft terechtgesteld “in ernstige schending van internationaal recht”. In zijn brief aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties schrijft deze organisatie dat de Iraanse regering met betrekking tot de mensenrechtensituatie “in alle opzichten tekort is geschoten”.
De persverklaring van Amnesty International verwijst ook naar het geheim houden van het lot en de begraafplaatsen van duizenden politieke gevangenen die tussen Esfand en Shahrivar van jaar 67 werden terechtgesteld, en stelt: “Deze inspanning betekent ook dat de feiten met betrekking tot het lot van slachtoffers van massamoorden in 1367 onverwijld openbaar moeten worden gemaakt en het proces van vernietiging van massagraven die de lichamen van slachtoffers van massamoorden bevatten moet worden stopgezet, alsook de vervolging van personen die verdacht worden van betrokkenheid bij deze misdaden tegen de menselijkheid.”




