Iran begint zaak tegen Amerika bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag

Iran heeft een klacht ingediend bij het Internationaal Gerechtshof tegen de Verenigde Staten vanwege de herinvoering van sancties en schending van het Vriendschapsverdrag tussen de twee landen dat in 1955 tussen Teheran en Washington is ondertekend. De uitspraak kan jaren in beslag nemen.
Maandag 27 augustus begint de behandeling van de klacht van Iran tegen de Verenigde Staten vanwege de herinvoering van sancties bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Iraanse autoriteiten hebben hun klacht eind juli ingediend bij het Gerechtshof en hebben de rechters gevraagd zo snel mogelijk een oordeel te vellen over het opheffen van de Amerikaanse sancties, aangezien deze sancties leiden tot “onherstelbare schade”.
Iran stelt in zijn klacht dat de Verenigde Staten niet bevoegd zijn de sancties opnieuw in te voeren en daarom eist Teheran schadevergoeding voor de aangebrachte schade.
Iran beschouwt ook de herinvoering van sancties die na het kernakkoord van 2015 waren opgeheven als een schending van het Vriendschapsverdrag tussen Iran en Amerika dat op 15 augustus 1955 tussen de twee landen is ondertekend. Het verdrag “Vriendschap, economische en consulaire betrekkingen” werd twee jaar na de staatsgreep van 28 Mordad ondertekend, onder het presidentschap van Dwight D. Eisenhower en het premierschap van Hossein Ala in Teheran, tussen vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering en de Iraanse keizerslijke regering.
Volgens het Franse persbureau zal het Gerechtshof van Den Haag enkele maanden nodig hebben om een beslissing te nemen over het verzoek van Teheran om een voorlopig bevel uit te vaardigen. De uitspraak van het eindvonnis kan jaren duren.
Nakoming van kieskeurige beloften
Donald Trump, de Amerikaanse president, kondigde in mei dit jaar het vertrek van de Verenigde Staten uit het nucleaire akkoord met Iran aan. Trump voerde hiermee een belofte na die hij tijdens zijn campagnes herhaaldelijk benadrukt had.
Hij had het nucleaire akkoord dat onder Barack Obama met Iran was ondertekend, heftig bekritiseerd en ernaar verwezen als “een van de slechtste overeenkomsten in de Amerikaanse geschiedenis”.
Tegelijkertidig met de aankondiging van het Amerikaanse vertrek uit het akkoord, zette Trump de sancties tegen Iran die met de ondertekening van het akkoord waren opgeheven, opnieuw in werking. Het eerste deel van deze sancties ging op 6 augustus in werking en het tweede deel, dat ook oliësancties omvat, zal vanaf november van kracht worden.
Europese landen hadden eerder tegen de Verenigde Staten gepleit om zich aan het akkoord te houden. De Europese Unie verklaarde na het Amerikaanse vertrek uit het akkoord en de verhoogde sancties tegen Iran dat zij niet samen met Washington bij de handhaving van de sancties zou medewerken.
Functionarissen van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië benadrukten ook het belang van behoud van het nucleaire akkoord met Teheran. Desondanks hebben veel Europese bedrijven ondanks de garanties van de Europese Unie hun activiteiten in Iran beëindigd.
Advocaten van de Amerikaanse regering zullen op dinsdag 28 augustus het standpunt van dat land voor het Gerechtshof van Den Haag uiteenzetten. Experts vermoeden dat Amerikaanse advocaten waarschijnlijk de bevoegdheid van het Internationaal Gerechtshof om deze zaak te behandelen in twijfel zullen trekken.
Het Internationaal Gerechtshof is een forum voor de behandeling van geschillen tussen staten. Landen hebben echter het recht de bevoegdheid van dit gerechtshof niet volledig of in bepaalde geschillen te erkennen.
Noch de Verenigde Staten noch Iran erkennen de “verplichte bevoegdheid” van het gerechtshof. Dit betekent dat uitspraken van het gerechtshof in civiele geschillen tussen deze twee landen geen dwangbevel zullen hebben.
Bron: DW




