Wat doet de Islamitische Republiek dit jaar met het Arba’een-volk?

Sohila.Sh FCNN-persbureau: Arba’een nadert. Tegelijkertijd met de 18de dag van Aban van dit jaar en deze dagen is de herinnering aan het feit dat meer dan honderd landgenoten hun leven verloren bij de onlusten rond het Arba’een vorig jaar in Irak weer levendig geworden.
Autoriteiten van de organisatie voor bedevaart en pelgrimage en een instelling genaamd de missie van de hoogste leider hebben de kansel en luidsprekers bezet en roepen. Om door emotionalisering van oppervlakkige sjiieten en aanwakkering van radicale overtuigingen veel van onze landgenoten in gevaar te brengen.
Irak is tegenwoordig onrustig. Het laatste nieuws uit dit oorlogsgebied meldt de opmars van honderden gepantserde voertuigen van de Iraakse veiligheidstroepen richting Kirkuk. Er wordt gezegd dat de Iraakse regering met als doel controle over de luchtbasis K1 en oliebronnen onder controle van de Peshmerga-strijders, tot deze maatregel is overgegaan. Wat het doel ook is, verergering van onrust in Irak is niet onverwacht.
In deze omstandigheden hebben degenen die graag naar Arba’een willen reizen op sociale media alleen kritiek op stijgende reiskosten en benadrukken zij dat de autoriteiten van de huidige regering meer lasten op de schouders van Arba’een-reizigers hebben gelegd om inkomsten te genereren.
Een deel van deze kritiek heeft ook betrekking op de vraag waarom Arba’een-reizigers financieel niet worden ondersteund en waarom er geen krediet uit de lege staatskas aan deze reis is besteed.
Het lijkt erop dat in deze tussentijd de afwezigheid van persoonlijke veiligheid in Irak niet van belang is. Uiteraard kan men van overheidsfunctionarissen in de Islamitische Republiek niet veel verwachten, maar het feit dat radicale sjiieten geen waarde hechten aan hun eigen leven en dat van hun dierbaren is verbazingwekkend. Vooral omdat we op foto’s uit voorgaande Arba’een-jaren hebben gezien dat sommige ouders hun kinderen meenamen en met kinderwagens aan de Arba’een-processie deelnamen.
Overheidsfunctionarissen winnen het spel met gevoelens van het volk
Om dit onderwerp nader te onderzoeken, spreken we met enkele landgenoten in gesprek met FCNN:
Iman is sociologiestudent. Hij zegt: “In de bevolking van tachtig miljoen Iraniërs zijn er nog steeds mensen die oppervlakkig religieus zijn. De autoriteiten van de Islamitische Republiek weten heel goed hoe zij de radicale en oppervlakkige overtuigingen van deze mensen ten gunste van hun eigen politiek kunnen gebruiken. Kijk maar hoe er voor de presidentsverkiezingen met allerlei trucs de meerderheid van het volk naar de stembussen wordt getrokken, terwijl velen geen voorstander zijn van het voortbestaan van dit regime. In zo’n samenleving is het niet moeilijk de aandacht van sjiieten die verliefd zijn op de imams te trekken voor een reis als Arba’een. Het volstaat om enkele hadith en overleveringen in de vrijdaggebeden te herhalen en te zeggen dat iedereen die het graf van de derde imam bezoekt rechtstreeks naar het paradijs gaat. Intussen betalen Arba’een-reizigers uit hun eigen zak zodat de Iraakse zijde inkomsten krijgt en de Iraanse autoriteiten politieke voordelen hebben.”
Een middelbare professor die niet onder zijn naam genoemd wil worden, beoordeelt de Arba’een-ceremonie met ander oogpunt. Hij zegt: “Vorig jaar zagen we dat elf van onze landgenoten hun leven verloren bij een bomexplosie in Samarra voor de Arba’een-ceremonie.
In het tweede voorval, in de wijk ‘al-Shummali’ in de stad ‘al-Hilla’, gelegen ten zuiden van Bagdad, verloren meer dan 60 Iraniërs hun leven. Terwijl de bussen die hen vervoerden stilstonden op een tankstation, ontplofte een bom en verbrandde vijf bussen. De intenstiteit van de brand was zo hevig dat veel lichamen niet te identificeren waren, maar aan de hand van de restanten van Iraanse paspoorten op de plaats delict was duidelijk dat de meesten van de doden Iraniërs waren. Helaas wilden de verantwoordelijken van de Islamitische Republiek in geen van deze voorvallen nauwkeurige informatie geven. Als voorbeeld werd helemaal niet duidelijk gemaakt wat de leeftijd van de slachtoffers was. Misschien waren er kinderen of bejaarden onder hen die slachtoffer werden van de politieke doeleinden en winstbejag van de leiders van de Islamitische Republiek.”
Gering schatten van het leven van Arba’een-reizigers
De vergelijking van het aantal van twee miljoen honderdduizend Arba’een-reizigers vorig jaar met het aantal van één miljoen zeshonderdduizend uit het jaar daarvoor toont het succes van de autoriteiten van de Islamitische Republiek in het aanwakkeren van gevoelens van het volk. Aan de andere kant bewijzen hun uitspraken dat de leiders van deze regering geen waarde hechten aan de veiligheid en behoud van het leven van menselijke hulpbronnen van Iran.
Als voorbeeld volstond de directeur-generaal van de heilige plaatsen van de organisatie voor bedevaart en pelgrimage in een interview twee dagen geleden voor herinnering aan deze schrijnende gebeurtenissen zich eraan te herinneren met deze opmerking: “Vorig jaar liepen meer dan 70 pelgrims bij enkele verkeers- of terroristische incidenten problemen op.”
Natuurlijk moeten we niet vergeten hoe deze dezelfde autoriteiten vorig jaar de Arba’een-reizigers met veiligheidstoezeggingen op pad hebben gestuurd.
Tot zover dat mulla Mohammad Saidi, beheerder van het heiligdom van Fatima al-Masumah in Qom zei: “Het bestaan van volledige veiligheid voor de Hussaini-pelgrims bij Arba’een toont aan dat de hand van Gods genade en de huisgenoten van de Profeet in dit domein onze beschermers en gidsen zijn.” Het resultaat van deze volledige veiligheid hebben we ook in de explosies gezien. Dit terwijl de autoriteiten van de Islamitische Republiek dit jaar de verantwoordelijkheid naar de Arba’een-reizigers hebben afgeschoven.
Hossein Zolqadr, huidige hoofd van het centrale Hussaini Arba’een-commandocentrum, is plaatsvervangend directeur voor veiligheid van de minister van Binnenlandse Zaken. Op deze manier kan worden gesteld dat Arba’een-reizigers hun leven voor hun reis naar een oorlogsvoerend land toevertrouwen aan een van de Iraanse beveiligingsfunctionarissen en hun reis aanvangen. Onbewust van het feit dat deze hoge beveiligingsfunctionaris vorige week verkondigde: “De veiligheid van pelgrims in Iran is onze verantwoordelijkheid, maar in Irak is de regering van dat land verantwoordelijk voor het beveiligen van de pelgrims.”
Propagandaslogan zijn het wapen van autoriteiten
Arba’een-reizigers vertrokken vorig jaar naar Irak met de leuze geselecteerd door autoriteiten “ani uhami abadan an dini” (ik zal nooit stoppen met het verdedigen van mijn religie).
De leuze van dit jaar is ook “ahib Allah man ahib Hussaina” (wie Hussain liefheeft, is bemind door God) geselecteerd. Natuurlijk zegt mulla Hamid Ahmadi, cultureel en onderwijsleider van de missie van de leider en verantwoordelijke van de culturele en onderwijscommissie van het Arba’een-commandocentrum, dat deze leuze uit 31 voorgestelde leuzen is gekozen. Hij benadrukte dat voor het bereiken van dit doel consultatietaken met culturele autoriteiten van Iran en Irak, enkele culturele elites in andere landen, gespecialiseerde commissies en grote persoonlijkheden hebben plaatsgevonden.
Dit terwijl veel denkers en vaderlands- en vredeslievende Iraniërs tegenwoordig bezorgd zijn over het uitbreken van conflicten in Koerdistan, wat een realiteit is die net als de aanwezigheid van ISIS-strijders in het jaar daarvoor buiten het zicht van de leiders van de Islamitische Republiek blijft om hun doelen te bereiken.
Er is geen twijfel dat culturele armoede en ingebed zijn van valse religieuze overtuigingen ook onderwijzers zijn van deze autoriteiten van dit regime in dergelijke programma’s. Laten we hopen dat we met Gods sterkte stappen ondernemen voor informatieverspreiding en publieke bewustwording en getuige zijn van verzwakking van de inspanningen van de Islamitische Republiek in deze domeinen en verzwakking van de aanwezigheid van menselijke hulpbronnen in deze programma’s.




