Beweringen van vriendschap met christenen door Araafi, in de schaduw van decennia van onderdrukking en gevangenisstraf

Wanneer de regering beschuldigd wordt van het arresteren, folteren en confisceren van goederen van christenen in Iran, lijkt correspondentie ter verdediging van christenen meer een politieke poging tot zelfbehoud dan een daad van medelijden.
Terwijl de militaire spanningen tussen de Islamitische Republiek Iran en een coalitie van de Verenigde Staten en Israël een ongekend niveau hebben bereikt, heeft een hooggeplaatste functionaris van de Islamitische Republiek geprobeerd steun te zoeken bij christelijke leiders wereldwijd; een maatregel die in duidelijke tegenstelling staat tot decennia’s beleid van de Iraanse regering tegenover de christelijke gemeenschap.
Volgens gepubliceerde rapporten heeft Ayatollah Ali Reza Araafi, directeur van de theologische seminaria en een hoge functionaris van de Islamitische Republiek, in een brief gericht aan paus Leo XIV om hem verzocht laatst militaire aanvallen op Iran te veroordelen. Hij verwees in deze brief naar een aanval op 28 februari 2026 (9 esfand 1404) en stelde dat hierbij Ali Khamenei, de voormalige leider van de Islamitische Republiek, samen met enkele medewerkers is gedood.
Araafi schreef in deze brief: “Met een hart vol droefenis en een ziel gekweld door de intensiteit van onderdrukking en onrecht, schrijf ik deze boodschap aan u onder omstandigheden waarin het Iraanse volk en de sjiitische wereld in een groot en ongekend rouwproces zijn verzonken. De pen weigert te schrijven en de tong weigert te spreken, maar menselijke en religieuze plicht vereist dat de roep van onderdrukking van een volk de oren van de wereld bereikt, vooral die van geestelijke leiders die opgeroepen zijn tot vrede en gerechtigheid.
Zoals u wellicht weet, in de vroege uren van zaterdag 9 esfand 1404 (28 februari 2026), plegen Amerika en het usurpatore zionistische regime, in een satanische coalitie, een grote en ongekende misdaad tegen het onafhankelijke en islamitische land Iran.
In deze oneervolle agressie die alle internationale wetten en humanitaire beginselen te schande maakte, bereikte Zijne Eminentie Ayatollah al-Ozma Sayed Ali Khamenei, de voornaamste referentie van de sjiitische wereld en de wijze leider van de islamitische revolutie, in het moment van plichtsvervulling en in zijn kantoor in Teheran, samen met enkele kameraden en familieleden, de grote zegening van martelaarschap door de vijand. Hij was een ernstige voorstander van de rechten van minderheden, vooral christenen in Iran.
Maar deze oneervolle liquidatie was niet slechts een eenvoudige oorlogsmisdaad. Het doelbewust uitschakelen van de hoogste religieuze referentie van een religie met honderden miljoen volgelingen, die ook zeer gerespecteerd wordt door bijna twee miljard moslims wereldwijd, wordt beschouwd als een misdaad zonder weerga in de geschiedenis van godsdiensten en een duidelijke beledinging voor alle volgelingen van goddelijke religies. Dit opent een nieuw “precedent van brutaliteit” waardoor elke machtige mogendheid in de toekomst het leven van elke geestelijke leider als een rechtmatig doel zou kunnen beschouwen!
Natuurlijk was wat de bedreigingen van de afgelopen decennia tegen het leven van deze vooraanstaande referentie veroorzaakte, de volle en onverschrokken verdediging van deze vooraanstaande referentie van het onrecht van het Palestijnse volk en het heldhaftige verzet van het volk van Gaza tegen genocide en bezetting; een kwestie die u zelf herhaaldelijk hebt veroordeeld en aangemerkt als een duidelijk voorbeeld van moord op onschuldigen.
Tegelijkertijd met deze aanval bombardeerde het agressieve regime met volledige wreedheid, in een ontstellende en onvergetelijke actie die het geweten van de mensheid deed trillen, een meisjesschool in de stad Minab, waarbij in deze afschuwelijke misdaad bijna 170 onschuldige leerlingen tussen 8 en 12 jaar werden gedood.
De beelden van de lichamen van deze kleine engelen en hun achtergelaten schoenen onder het puin, raken het hart van elk edelmoedig mens. Vandaag is de verdediging van de kinderen van Minab, evenals die van Gaza, een morele, religieuze en menselijke verantwoordelijkheid voor ons allemaal om te voorkomen dat dergelijke verschrikkingen tegen kinderen zich herhalen.
U bent als leider van de katholieke christenen en drager van interreligieuze dialoog en wereldvrede altijd een verdediger van onderdrukten en voorvechter van menselijke waardigheid geweest. Vandaag bevinden het vredezoekende en religieuze volk van Iran zich in een hartbrekend leed in het bereik en perspectief van de wakkere gewetens van de wereld.
Het wordt verwacht dat de heilige stoel, als een onafhankelijke religieuze en morele instelling, deze verschrikkelijke misdaden, die duidelijke voorbeelden zijn van “oorlogsmisdaden”, “misdaden tegen de mensheid” en “belediging van geestelijke leiders”, met een luide stem veroordeelt en de verbinding van deze misdaad met de liefdevolle lering van het christendom ontkent.
Maar wat veel waarnemers opviel, was Araafi’s bewering over Ali Khamenei’s positie in de ondersteuning van religieuze minderheden. Hij schreef in deze brief dat Khamenei een ernstige voorstander was van de rechten van minderheden, vooral christenen in Iran; een bewering die niet aansluit bij talrijke rapporten van mensenrechtenorganisaties over de situatie van christenen in Iran.
Volgens rapporten van mensenrechtenorganen en organisaties die de religievrijheid verdedigen, heeft de Islamitische Republiek sinds de revolutie van 1357 tot vandaag een systematisch beleid gevolgd om de activiteiten van christenen, vooral neogelovigen, in te perken. In veel gevallen hebben christelijke religieuse activiteiten met beschuldigingen zoals “activiteiten tegen nationale veiligheid” of “propaganda tegen het systeem” te kampen gehad, en het bezitten van een Bijbel werd zelfs als goederen beschouwd die als strafbaar kwalificeerden.
Rapporten tonen aan dat leiders en leden van huiskerken vaak doelwit zijn van arrestatie en vervolging, en zelfs deelname aan deze bijeenkomsten kan tot meerdere jaren gevangenisstraf leiden. In sommige gevallen heeft het leiden of organiseren van deze bijeenkomsten tot tien jaar gevangenisstraf geleid.
In recente jaren zijn ook talrijke gevallen van arrestatie en veroordeling van christenen gerapporteerd. Bijvoorbeeld in 2024 werden verschillende christelijke burgers veroordeeld tot lange gevangenisstraffen en werden anderen gearresteerd louter vanwege religieuze activiteiten of deelname aan huiskerken.
Volgens andere rapporten werden in alleen 2024 tientallen christenen in Iran in totaal veroordeeld tot meer dan 250 jaar gevangenisstraf; een getal dat aangeeft dat de druk op deze religieuze gemeenschap toeneemt.
Rapporten tonen ook aan dat honderden christenen in recente jaren vanwege religieuze activiteiten zijn gearresteerd en veel Farsi-sprekende kerken zijn gesloten, waardoor veel christenen gedwongen zijn om thuis en heimelijk bijeen te komen.
In dergelijke omstandigheden is de brief van Araafi aan de leider van de wereldse katholieken om steun voor Iran te verwerven voor veel waarnemers een herinnering aan een serieuze tegenspraak. De instelling waarvan hij het hoofd is, namelijk de theologische seminaria, wordt als een van de belangrijkste ideologische centra van het systeem beschouwd, en veel van de ideologische en juridische krachten die in zaken met religieuze minderheden betrokken zijn, worden in deze structuur opgeleid.
In de afgelopen decennia zijn talrijke rapporten gepubliceerd van invallen van veiligheidstroepen in huiskerken, arrestatie van priesters, inbeslagname van eigendommen en druk om christenen tot terugkeer naar de islam te dwingen. Dit proces heeft ertoe geleid dat veel Iraanse christenen gedwongen zijn het land te verlaten en buiten Iran asielverzoeken in te dienen.
Bovendien spreekt hij in deze brief over een aanval op een school in Minab, terwijl in de afgelopen twee maanden en als gevolg van landelijke protesten veel kinderen onder de wettelijke leeftijd door onderdrukkingtroepen direct met kogels zijn getroffen van het systeem en hun leven hebben verloren, en zelfs veel kinderen tussen 12 en 17 jaar zijn gearresteerd en gevangengenomen. (Het moet worden opgemerkt dat uit onderzoeken die zijn uitgevoerd en analytische rapporten die zijn gepubliceerd, de aanval op de school in Minab niet door Israël of Amerika heeft plaatsgevonden, maar dat de betrokken raket van het type KH55 een oude Sovjet-wapen was dat eigendom was van Iran en die op de school in Minab is neergestort.)
In een dergelijk kader wordt de poging om de leider van de Islamitische Republiek als “verdediger van christenrechten” voor te stellen, voortkomend uit wanhoop en meer dan weerspiegeling van werkelijkheid, gezien als een poging om het gezicht van de regering op internationaal niveau te herstellen.
Met name in omstandigheden waarin de Islamitische Republiek met brede politieke en militaire crises te kampen heeft, zou het verzoek om steun van christelijke leiders wereldwijd een teken kunnen zijn van pogingen om internationale legitimiteit te verwerven.
Volgens veel critici is deze maatregel een voorbeeld van dubbelzinnig beleid: beleid dat in het binnenland gepaard gaat met beperkingen, arrestaties en druk op christenen, maar op het wereldtoneel met retoriek gebaseerd op “menselijke waardigheid” en “ondersteuning van minderheden” wordt gepresenteerd.
Uiteindelijk blijft deze vraag zonder antwoord: kan het beroep op verdediging van christenen van een regering worden aanvaard die decennia lang beschuldigd is van onderdrukking van christenen, sluiting van kerken en gevangenzetting van christelijke activisten?




