Bericht over huidige situatie van 4 Gonabadi-derwisjen in gevangenissen in Teheran en Shiraz

Harana Nieuwsagentschap – Mohammad Sharifi Moghaddam, Mostafa Abdi, Kasry Nouri en Abbas Dehghan, vier van de Gonabadi-derwisjen, zijten hun strafperiode uit in de grote gevangenis van Teheran en Adel Abad-gevangenis in Shiraz. Deze burgers waren in de vroege ochtend van 1 Esfand 96 samen met honderden andere derwisjen gearresteerd geweest.
Volgens het Harana Nieuwsagentschap, het persorgaan van de coalitie van mensenrechtenactivisten in Iran, zittten Mohammad Sharifi Moghaddam, Mostafa Abdi, Kasry Nouri en Abbas Dehghan, vandaag vrijdag 20 Khordad 1401, hun strafperiode uit in de grote gevangenis van Teheran en Adel Abad-gevangenis in Shiraz.
Een goed ingelichte bron over de toestand van deze gevangenen zei tegen Harana over hun huidige situatie: “Mohammad Sharifi Moghaddam, Mostafa Abdi en Abbas Dehghan, drie Gonabadi-derwisjen, worden momenteel vastgehouden in afdeling 2 van de instructiebarak 2 team 5 in de grote gevangenis van Teheran en in één kamer met dubbele beperkingen op beweging en contact met andere delen van de gevangenis.”
Harana had begin Farvardin van dit jaar gerapporteerd dat de heren Moghaddam, Abdi en Dehghan bezoekverbod in de grote gevangenis van Teheran hadden gekregen. De heer Sharifi Moghaddam werd ook uitgesloten van bezoeken aan de gevangenisbibliotheek. De deprivatie van deze drie Gonabadi-derwisjen volgde op een geschil en discussie met Pirozfar, adjunct-directeur van de grote gevangenis van Teheran.
Deze Gonabadi-derwisjen werden in de vroege ochtend van 1 Esfand 96 gearresteerd en naar de grote gevangenis van Teheran overgebracht naar aanleiding van het incident op Golestan Haftom. Kasry Nouri werd in Azar 98 van de grote gevangenis van Teheran overgebracht naar de Adel Abad-gevangenis in Shiraz. Hij werd in Bahman 99 overgebracht naar Evin-gevangenis en uiteindelijk op 29 Esfand van datzelfde jaar opnieuw teruggebracht naar de Adel Abad-gevangenis in Shiraz.
De heer Sharifi Moghaddam werd eerder door Afdeling 15 van de Revolutionaire Rechtbank van Teheran onder voorzitterschap van rechter Abolqassem Salavati veroordeeld tot 12 jaar dwangstraf, 74 zweepslagen, 2 jaar verbanningsoord naar Bandarabbas en 2 jaar maatschappelijke vervreemding en verbod op het verlaten van het land. Dit vonnis werd, gezien het ontbreken van een verzoek om herziening, bevestigd en aan hem betekend. Na toepassing van artikel 134 van de Islamitische Strafwet is de zwaardere straf van 7,5 jaar dwangstraf uitvoerbaar.
Mostafa Abdi werd ook door de Revolutionaire Rechtbank van Teheran veroordeeld tot 26 jaar en 3 maanden dwangstraf, 148 zweepslagen, 2 jaar verbanningsoord naar Sistan en Baluchistan, 2 jaar verbod op het verlaten van het land en 2 jaar uitsluiting van lidmaatschap van groepen en partijen en politieke en sociale groepen en mediaactiviteiten. Na toepassing van artikel 134 van de Islamitische Strafwet is de zwaardere straf van 7,5 jaar dwangstraf uitvoerbaar.
Abbas Dehghan werd in 97 70 dagen lang ondervraagd voor een zaak die in een strafrechtbank tegen hem was geopend. Als gevolg van herhaalde slagen die hij tijdens het verhoor in zijn oren had opgelopen, raakte hij in een soort beroerte en kreeg hij een ernstige infectie. De heer Dehghan werd ook op 9 Mehr 97 van de grote gevangenis van Teheran overgebracht naar afdeling 2-A IRGC in Evin-gevangenis en werd enige tijd later teruggebracht naar de grote gevangenis van Teheran. Deze Gonabadi-derwiš werd na zijn arrestatie 6 maanden vastgehouden in het detentiecentrum van de politiemacht in Shapur.
De heer Dehghan werd uiteindelijk in Bahman 99 veroordeeld tot gevangenisstraf, zweepslagen en betaling van diyah (schadevergoeding). Hij werd in het eerste deel van de zaak door Afdeling 28 van de Revolutionaire Rechtbank van Teheran onder voorzitterschap van rechter Mohammad Reza Amouzad voor de beschuldiging van “samenzwering en samenspanning tegen de interne veiligheid van het land” veroordeeld tot 5 jaar dwangstraf. Dit vonnis werd in het herziening stadium door Afdeling 36 van het Hoger Beroepshof van de Provincie Teheran onder voorzitterschap van rechter Ahmad Zargar exact bevestigd. De heer Dehghan werd ook in het tweede deel van zijn zaak door Afdeling 1146 van de Strafrechter van Teheran onder voorzitterschap van rechter Alireza Pasha Far voor de beschuldiging van “verstoring van de openbare orde” veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf en 74 zweepslagen, voor de beschuldiging van “belediging van ambtenaren” tot 6 maanden gevangenisstraf, voor de beschuldiging van “mishandeling van Basiji’s” tot 2 jaar gevangenisstraf en 140 miljoen toman diyah en voor de beschuldiging van “poging tot moord op Mohammad Hossein Hadadyan” tot 3 jaar gevangenisstraf, in totaal 6 jaar en 6 maanden dwangstraf, 74 zweepslagen en betaling van 140 miljoen toman diyah. Mohammad Hossein Hadadyan was een van de Basiji’s aanwezig bij het Golestan Haftom-incident waarvan de veiligheidsinstellingen hadden gerapporteerd dat hij tijdens de protesten was gedood.
Na toepassing van artikel 134 van de Islamitische Strafwet zou de zwaardere straf van 6 jaar en 3 maanden gevangenisstraf voor hem uitvoerbaar zijn.
Kasry Nouri werd ook in Mordad 97 door Afdeling 26 van de Revolutionaire Rechtbank van Teheran onder voorzitterschap van rechter Ahmadzadeh veroordeeld tot 12 jaar dwangstraf, 74 zweepslagen, 2 jaar verbanningsoord naar Sevlas Babajani, 2 jaar verbod op het verlaten van het land en 2 jaar uitsluiting van lidmaatschap van groepen en partijen en politieke en sociale groepen en mediaactiviteiten. Dit vonnis werd, gezien het ontbreken van een verzoek om herziening, bevestigd en aan hem betekend. Na toepassing van artikel 134 van de Islamitische Strafwet is de zwaardere straf van 7,5 jaar dwangstraf uitvoerbaar.
Het moet worden opgemerkt dat deze Gonabadi-derwiš gevangene in de zomer van 1400 van de Universiteit van Teheran werd uitgesloten wegens wat als niet-inschrijving aan de universiteit werd aangeduid. Na herhaalde vervolgingen waarbij Shokoufeh Yadollahi, de moeder van Kasry Nouri, naar de Universiteit van Teheran ging, werd een brief ontvangen om de uitsluiting van deze gevangene derwiş van de universiteit in te trekken. Volgens deze brief werd gezegd dat Kasry Nouri zijn studies na het einde van zijn strafperiode kon hervatten.
De heer Nouri had eerder, van 1390 tot het midden van 1394, vanwege mediale activiteiten voor de Gonabadi-derwisjen, een strafperiode doorgebracht in de gevangenissen van Plak 100 Shiraz, Adel Abad-gevangenis in Shiraz en Evin-gevangenis in Teheran.
Mostafa Abdi had ook eerder een geschiedenis van arrestatie en veroordeling. Hij werd in Tir 92 door rechter Salavati voor de beschuldiging van samenzwering met het oogmerk de nationale veiligheid te verstoren veroordeeld tot 3 jaar dwangstraf en werd in Azar 94 na het uitzitten van zijn drijarige strafperiode uit Evin-gevangenis vrijgelaten.
Mohammad Sharifi Moghaddam werd geboren in 1370 en is getrouwd, Mostafa Abdi werd geboren in 1364, Kasry Nouri werd geboren in 1369 en Abbas Dehghan werd geboren in 1366 en is vader van twee kinderen.
De Gonabadi-derwisjen ondergaan in het bijzonder in de afgelopen jaren een ongekende druk van het heersende regime. Deze druk nam vooral na het “Golestan Haftom”-incident een meer concrete en duidelijke vorm aan.
Golestan Haftom verwijst naar een reeks incidenten die na middernacht op 14 Bahman 96 begonnen met de aanwezigheid van een groot aantal veiligheids- en politiepersoneel rond het huis van Dr. Noor Ali Tabandeh, het middelpunt van de Gonabadi-derwisjen, en waarbij honderden derwisjen werden gearresteerd en vervolgens tot zweepslagen, gevangenisstraf en executie werden veroordeeld.
Het verdient opmerking dat Harana op 10 Aban 97 in een uitgebreid rapport bij het onderzoek van het Golestan Haftom-incident de identiteit van 382 gearresteerden had gepubliceerd. Op basis van beschikbare informatie werden 202 van deze Gonabadi-derwisjen door de Revolutionaire Rechtbank van Teheran gezamenlijk veroordeeld tot 1 executie, 1080 jaar en 2 maanden dwangstraf, 5995 zweepslagen, 46 jaar verbod op vertrek uit het land, 114 jaar verbanningsoord en 72 jaar uitsluiting van maatschappelijke activiteiten. In Bahman 99 overleed Behnam Mahjoubi, een Gonabadi-derwiš die, ondanks de gerechtelijke geneeskundige diagnose dat hij niet in staat was straf te ondergaan, zijn strafperiode in Evin-gevangenis uitvat, na medicijnvergiftiging vanuit die gevangenis naar het ziekenhuis werd overgebracht en uiteindelijk op 3 Esfand in het Luqman-ziekenhuis in Teheran overleed.
Bron: Harana




