Jaarverslag over ter doodveroordeelde in Iran: verdubbeling van executies na verkiezingsoverwinning van Raïssi

Twee Iraanse en Franse mensenrechtenorganisaties hebben donderdag gemeld dat het aantal ter doodveroordeelden in Iran is verdubbeld na de jongste presidentsverkiezingen, die Ibrahim Raïssi als winnaar uitriep.
De Iraanse Mensenrechtenorganisatie en de Franse organisatie ‘Ensemble Contre la Peine de Mort’ (ECPM) hebben dit bericht vrijgegeven in hun jaarlijkse verslag over ter doodveroordeelden in Iran voor 2021, dat donderdag, 28 maart, werd gepubliceerd.
In het veertiende jaarlijkse verslag over ter doodveroordeelden in Iran werd ernstige bezorgdheid uitgesproken over het toegenomen gebruik van de doodstraf, met inbegrip van een opvallende stijging van executies voor druggerelateerde misdrijven.
De jongste presidentsverkiezingen in Iran vonden plaats op 19 juni 2021, en Ibrahim Raïssi, voormalig voorzitter van de rechterlijke macht, kwam tot het presidentsschap in verkiezingen met lage opkomst.
Het 120-pagina’s tellende verslag van de twee mensenrechtenorganisaties wijst uit dat 333 personen in 2021 werden geëxecuteerd, wat een toename van 25 procent betekent ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit toont aan dat het aantal executies na de presidentsverkiezingen vergeleken met de eerste helft van het jaar is verdubbeld.
Dezelfde statistieken waren in de jaren 2020 en 2019 respectievelijk 267 en 280 personen.
Volgens dit verslag werden in dat jaar slechts 55 executies (16,5 procent) door officiële bronnen aangekondigd. Dit terwijl in de jaren 2020, 2019 en 2018 respectievelijk 91 personen (34 procent), 84 personen (30 procent) en 93 personen (34 procent) door officiële bronnen werden aangekondigd.
83,5 procent van de in het verslag van 2021 getelde executies, dat wil zeggen 278 executies, werden niet officieel aangekondigd.
De twee mensenrechtenorganisaties hebben verklaard dat minstens 126 personen (38 procent) van alle ter doodveroordeelden vanwege drugsgerelateerde beschuldigingen werden geëxecuteerd, wat een opvallende toename aangeeft ten opzichte van 2020, toen dit aantal 25 personen (10 procent) van het totaal was.
Dit aantal toont een vijfvoudige stijging aan ten opzichte van het gemiddelde van drugsgerelateerde executies tussen 2018 en 2020.
Het verslag van de twee mensenrechtenorganisaties wijst uit dat executies van etnische minderheden in 2021 in Iran ook een opvallende toename hebben ondergaan; zo waren 21 procent van de ter doodveroordeelden in 2021 Balusji-burgers.
Dit terwijl deze minderheden slechts twee tot zes procent van de bevolking van Iran uitmaken.
In 2021 bevonden zich minstens twee jeugddelinquenten en minstens 17 vrouwen onder de ter doodveroordeelden. Ondanks internationale bezwaren hebben de autoriteiten van de Islamitische Republiek in 2021 doorgegaan met het executeren van jeugddelinquenten.
De stijging van het aantal executies in Iran in 2021 vond plaats onder omstandigheden waarin onderhandelingen tussen de Islamitische Republiek en wereldmachten over het herstel van de nucleaire overeenkomst, bekend als de JCPOA, zonder aandacht voor de mensenrechtcrisis in Iran, aan de gang waren.
De twee mensenrechtenorganisaties stellen dat niet alleen het aantal executies in het jaar van politieke onderhandelingen tussen Iran en het Westen toeneemt, maar ook dat de wettelijke wijzigingen van 2017 die waren bedoeld om het aantal drugsgerelateerde executies te verminderen, in de praktijk zijn teruggedraaid.
Mahmoud Amiri Moghaddam, directeur van de Iraanse Mensenrechtenorganisatie, zegt over dit verslag: “De kritieke toestand van mensenrechten en de hoge executiecijfers in de Islamitische Republiek zijn nooit onderdeel geweest van de JCPOA-gesprekken. Het lijkt erop dat regeringsfunctionarissen tijdens politieke onderhandelingen hun handen meer voelen vrijgesteld om mensenrechtenschendingen te verscherpen.”
Raphael Chenuil-Hazan, directeur van de Franse organisatie ‘Ensemble Contre la Peine de Mort’, heeft ook benadrukt dat “de kwestie van de doodstraf voorop moet staan bij elke onderhandeling tussen het Westen en Iran.”
Het meest recente verslag over de jaarlijkse executiecijfers in Iran is gepubliceerd met een voorwoord van Mohammad Rasoulof, een gerenommeerde Iraanse filmmaker. In zijn geschrift noemt meneer Rasoulof executies “georganiseerde en wettelijke moord” en benadrukt hij het belang van het verhogen van het culturele en publieke bewustzijnsniveau van mensen om dit soort straffen uit te bannen.
De twee mensenrechtenorganisaties roepen uiteindelijk op tot onmiddellijke stopzetting van de uitvoering van de doodstraf in Iran en hebben de internationale gemeenschap, met name het kantoor van de Verenigde Naties voor drugs en gerelateerde misdrijven en Europese landen die diplomatieke betrekkingen met Iran hebben, gevraagd een meer actieve rol te spelen in het bevorderen van verantwoordingsplicht en de afschaffing van de doodstraf in Iran.
Bron: Radio Farda




