Iran Nieuws

Aanhoudende protesten tegen arrestatie van vakbondsactivisten en onderwijzers en ‘dossiervormling’ tegen hen

Kritiek van mensenrechtenorganisaties, vakbonds-, onderwijzers- en pensioenarissenorganisaties op de arrestatie van enkele vakbondsactivisten en onderwijzers op de tiende dag van Ordibehesht (eerste maand van het Iraanse jaar) en de uitzending van een televisieberichtgeving tegen hen gaat voort.

Tegelijkertijd stelde Amir Raisiyan, advocaat van Reza Shahabi, Aniesha Asadollahi en Keyvan Mohammadi, dat de verspreiding van film en foto’s van zijn cliënten en andere arrestanten in strijd is met artikel 96 van de Strafvorderingscode.

Het Centrum voor Mensenrechtenverdedigers publiceerde op donderdag 29 Ordibehesht een verklaring waarin het de uitzending van een televisieberichtgeving over de arrestatie van Cecile Kohler en Jacques Pary, een Frans echtpaar, en de verspreiding van afbeeldingen van verschillende culturele en vakbondsactivisten in Teheran veroordeelde.

De televisie van de Islamitische Republiek beschuldigde op 26 Ordibehesht in een berichtgeving toegeschreven aan het ministerie van Inlichtingen deze twee Fransen ervan contact te hebben gehad met onderwijzers- en vakbondsactivisten en te hebben geprobeerd ‘onrust’ en ‘maatschappelijke destabilisatie’ te veroorzaken.

Cecile Kohler en Jacques Pary zijn volgens de Franse Onderwijzers- en Onderwijsbond werknemers van deze vakbondsorganisatie en waren naar Iran gereisd voor ‘vakantie’.

Op basis van de verklaring van de Vakbond van Onderwijzers is mevrouw Kohler een gerenommeerde Franse onderwijzeres op het gebied van vakbondsactiviteiten en een prominent lid van de Internationale Federatie voor Onderwijs (EI), een organisatie waarvan een van de belangrijkste taken is het volgen van onderwijshervormingen en monitoring van de situatie in onderwijs in landen, in het bijzonder ten aanzien van de positie van onderwijzers.

Het Centrum voor Mensenrechtenverdedigers, waarvan Shirin Ebadi de voorzitter is, beschuldigde in zijn verklaring de Islamitische Republiek ervan dat deze bij het omgaan met tegenstanders en critici ‘zonder acht te slaan op haar eigen wetten en met het formuleren van onwerkelijke beschuldigingen’ hen heeft trachten te onderdrukken.

Volgens dit centrum tracht de Islamitische Republiek ‘in wanhoop door het formuleren van denkbeeldige en ongegronde beschuldigingen van contactname, door het creëren van een sfeer van angst en terreur, levendige en dynamische bewegingen te onderdrukken en het zwijgen op te leggen’.

Het Centrum voor Mensenrechtsverdedigers benadrukte dat ‘contactname met buitenlandse burgers en met vakbonden en beroeps- en vakorganisaties in geen van de geldende wetten een misdrijf is’ en schreef dat ‘ontheming van grondrechten van het volk door het formuleren van dergelijke onterechte en onwettige beschuldigingen een duidelijk geval van machtsmisbruik is en strafbaar zou moeten zijn, en degenen die dergelijke arrestaties hebben bevolen en uitgevoerd dienen verantwoording af te leggen voor hun daden’.

De Coördinatieraad van Vakbonden van Culturele Figuren in Iran schreef in ‘antwoord op de belachelijke scenariovorming door radio en televisie tegen vakbondsactivisten van onderwijzers’: ‘Vanaf de oprichting is het een officieel lid van de Wereldfederatie van Onderwijzers (Internationaal Onderwijs) en heeft contact met deze internationale organisatie’.

Deze raad, onder verwijzing naar zijn vakbondswerkzaamheden gericht op verdediging van onderwijzers en leerlingen en vredevolle en burgerbetogingen in de afgelopen 20 jaar, veroordeelde de veiligheidsgescenariovorming tegen enkele vakbondsactivisten van onderwijzers in verband met mevrouw Kohler en meneer Pary, leden van de Franse Onderwijzersbond.

De Coördinatieraad van Vakbonden van Culturele Figuren in Iran, tegelijk dit gedrag van veiligheidskrachten en radio-tv veroordelend, benadrukte dat volgens de wetten van de Islamitische Republiek, ‘voordat een openbare rechtszaak met aanwezigheid van de verdachte en volledige naleving van juridische normen plaatsvindt, niet kan worden gespeeld met de eer en waardigheid van individuen via een medium dat de nationale grenzen overschrijdt’.

De Coördinatieraad van Vakbonden van Culturele Figuren in Iran, stellende dat vakbondsactivisten van onderwijzers, Rasoul Bodaghi, Eskander Lotfi, Masoud Nikkhah en Shaban Mohammadi, zich hebben ingezet voor de vakbondseisen van de onderwijzergemeenschap, schreef: ‘Terwijl we ondersteuning bieden aan alle gearresteerde onderwijzers en verwerpen we dunne beschuldigingen, verwachten we dat allen zo snel mogelijk en zonder voorbehoud worden vrijgelaten of dat hun rechtszitting overeenkomstig artikel 165 van de grondwet openbaar wordt gehouden’.

De Vakbond van Onderwijzers in Iran publiceerde ook op woensdag 28 Ordibehesht een verklaring waarin het de berichtgeving van de regeringstelevisie van Iran over de arrestatie van twee Fransen beschuldigd van ‘contactname’ met vakbondsactivisten van onderwijzers als een van de ‘dunne scenario’s’ omschreef die bereid waren met het doel ‘volksmening te misleiden’ en de vakbondsbewegning van onderwijzers te onderdrukken.

De vakbond van chauffeurs van het United Bus Company van Teheran had eerder op maandag 26 Ordibehesht, gelijktijdig met de uitzending van de berichtgeving van de regeringstelevisie van de Islamitische Republiek, in een verklaring ‘dossiervormling, arrestatie en verspreiding van leugens door het ministerie van Inlichtingen en andere onderdrukkingskrachten’ veroordeeld.

De vakbond van chauffeurs van het United Bus Company van Teheran veroordeelde ‘alle beschuldigingen tegen en verspreiding van leugens tegen zijn leden, inclusief Reza Shahabi’ en eiste dat die vakbonds- en maatschappelijk activisten die zijn gearresteerd, ‘inclusief Aniesha Asadollahi, Rihana Ansari-Nejad, Keyvan Mohammadi en ook gearresteerde onderwijzers inclusief Rasoul Bodaghi, Jafar Ebrahimi, Eskander Lotfi, Mohammad Habibzadeh en Mohsen Omrani zonder enig voorbehoud moeten worden vrijgelaten’.

De recente arrestaties en ‘veiligheidsdossiervormling’ hebben ook kritische reacties uitgelokt van andere vakbonden, onderwijzers- en pensioenarissenorganisaties, alsmede werknemers van Haft Tappeh-suikerfabriek en de Internationale Federatie voor Onderwijs.

Intussen zei Amir Raisiyan, advocaat van meneer Shahabi en Mohammadi en mevrouw Asadollahi, in een interview met de donderdag-editie van de krant Shargh, stellende zich op artikel 96 van de Strafvorderingscode: ‘De verspreiding van afbeelding van de verdachte in dit stadium is voor media en veiligheds- en zelfs gerechtelijke instanties verboden’.

Hij voegde eraan toe: ‘Deze stelling dat slechts met aanwezigheid van twee buitenlanders groot aantal hardwerkende lagen van de samenleving, zoals chauffeurs van het United Bus Company of onderwijzers en werknemers en andere beroepen en klassen, zijn aangehitst en aangemoedigd tot protesten, is niet erg geloofwaardig’.

Meneer Raisiyan zei in een ander deel van het interview dat de organisatie waarbij Cecile Kohler en Jacques Pary lid zijn, ‘officieel lid van de Internationale Arbeidsorganisatie is’, ‘is de Islamitische Republiek Iran op basis van de regelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie verplicht contacten tussen werknemersorganisaties over de hele wereld te respecteren en vrij van beschuldiging en onderzoek te stellen’.

Inmiddels maakte de campagne voor de verdediging van Reza Shahabi woensdag ’s avonds melding van het feit dat de familie van dit lid van de raad van bestuur van de vakbond van chauffeurs van het United Bus Company van Teheran niets weet over zijn lichamelijke toestand, en uitte bezorgdheid over zijn situatie.

De campagne schreef dat de echtgenote en dochter van Reza Shahabi woensdag met zijn advocaat naar het openbaar ministerie van Evin gingen, maar geen informatie over de lichaamstoestand van meneer Shahabi, die aan het verslechteren is, werd hun gegeven.

 

Bron: Radio Farda

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security