Vijf burgeractivisten waarschuwen voor misbruik door Iran van bezoek VN-rapporteur

Vijf burgeractivisten en vakbondsleden hebben in een brief aan de speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor “dwangmaatregelen en unilaterale sancties” hem verzocht onafhankelijke activisten in Iran te ontmoeten en hun meningen over de omstandigheden in het land in te winnen.
Giti Poorfazel, Ahmadrezaa Haeri, Keyvan Samimi, Sadra Abdollahi en Jafar Azimzadeh hebben in deze brief aan Alena Douhan geschreven dat als zij niet met onafhankelijke activisten uit de Islamitische Republiek spreekt, het vermoeden zal ontstaan dat zij niet wil of niet mag horen wat critici van de Islamitische Republiek te zeggen hebben.
Zij voegden eraan toe: “De niet-democratische structuur, systematische corruptie en onbekwaamheid van de regering hebben tot economische druk op het volk en schending van mensenrechten in Iran geleid.”
Volgens een VN-verklaring zal Alena Douhan in Iran naast regering functionarissen onder meer ontmoetingen hebben met vertegenwoordigers van internationale en regionale organisaties, financiële instellingen, ngo’s en burgergroepen.
Vijf burgeractivisten en vakbondsleden waarschuwden echter dat er in Iran tientallen organisaties bestaan die zich “volkorganisaties” en “ogenschijnlijk burgerorganisaties” noemen, maar in werkelijkheid “door de regering zijn opgericht en louter de standpunten van de Islamitische Republiek weerspiegelen” en dat gesprekken met hun vertegenwoordigers daarom geen nauwkeurig beeld van de situatie in de Iraanse samenleving kunnen geven aan de VN-vertegenwoordiger.
Mevrouw Douhan is zaterdag in Teheran aangekomen en zal ongeveer twee weken (tot 28 Ordibehesht) in Iran blijven om onderzoek te doen naar de gevolgen van unilaterale sancties op de mensenrechten van het volk.
Zij zal in september dit jaar haar bevindingen en aanbevelingen presenteren aan het 51e zitting van de VN-Mensenrechtenraad.
De regering van Donald Trump in Amerika heeft na de uittreding uit de nucleaire overeenkomst, bekend als het JCPOA, de regering van de Islamitische Republiek onderworpen aan harde, unilaterale sancties om overheidsfunctionarissen naar onderhandelingstafel te dwingen voor een “beter” akkoord.
Regeringsfunctionarissen in Iran hebben herhaaldelijk deze unilaterale sancties als reden aangehaald voor tekorten aan essentiële goederen, met inbegrip van medicijnen, en hebben opgeroepen tot opheffing ervan.
In december 2020 stelde Abdolnasser Hemmati, toenmalige president van de Iraanse Centrale Bank, dat de regering vanwege “Amerikaanse sancties” geen vaccins kon kopen; een bewering die een paar dagen later werd betwist door Nasser Riahi, voorzitter van de apothekersvakbond in Iran.
In februari van datzelfde jaar gaf Joe Biden echter, Amerikaanse president, bevel tot “onmiddellijke” herziening van unilaterale of multilaterale handels- en economische sancties om schadelijke gevolgen voor de bestrijding van corona te voorkomen.
Douhans bezoek vindt plaats in een media-context waarin de Islamitische Republiek tot nu toe geen enkele speciaal rapporteur voor mensenrechten, met inbegrip van Javid Rahman, toestemming voor reizen en ingang naar Iran heeft gegeven en hen meermaals heeft beschuldigd van “politisering”.
Javid Rahman, speciaal rapporteur voor mensenrechten aangaande Iran, had in zijn meest recente rapport uit februari 2022 de internationale gemeenschap gevraagd overheidsfunctionarissen van de Islamitische Republiek ter verantwoording te roepen voor meerdere schendingen van mensenrechten, waaronder “willekeurige” executies in 1988 en onderdrukking van protesten in november 2019.
Een dag voor Douhans bezoek aan Iran herinnerde een coalitie van 11 mensenrechtenorganisaties in een verklaring, in protest tegen het instrumenteel gebruik door de Islamitische Republiek van het VN-rapportagesysteem, eraan dat het verlenen van reistoestemming voor haar bedoeld is om de wereld af te leiden van aandacht voor mensenrechtenschendingen.
Ook Shirin Ebadi, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, had eerder de VN-autoriteiten verzocht het bezoek voorwaardelijk te maken van “toestemming voor de speciaal rapporteur voor mensenrechten” om Iran in te reizen.
Bron: Radio Farda




