Minimumloon in Iran stijgt; blijft onder de armoedegrens

Op basis van een besluit van de Iraanse Hoge Raad voor Arbeid, aangekondigd op donderdag 19 Esfand, is het minimumloon met ongeveer 57 procent verhoogd, wat neerkomt op een stijging van ongeveer 1,5 miljoen toman.
Volgens het Iraanse persagentschap ILNA moeten werkgevers volgens dit besluit het loon van een werknemer zonder ervaring en zonder kinderen, inclusief kostgeld en huistoeslag, minimaal 5.679.000 toman per maand betalen.
Het minimumloon voor een werknemer met één kind is vastgesteld op 6.307.000 toman en voor een werknemer met twee kinderen op 6.725.000 toman per maand.
Dit betekent dat, terwijl de armoedegrens – gedefinieerd als de minimale levenskosten van een gemiddeld huishouden – in 1400 werd begroot op ongeveer 9 miljoen toman per maand, geen enkele werknemer onder de arbeidsregelgeving in 1401 minder dan 5.679.000 toman mag verdienen.
De stijging van de levenskosten van huishoudens in Iran is een direct gevolg van de ernstige inflatie die in de afgelopen jaren de economie van het land teistert. Op basis hiervan stellen enkele arbeidsactivisten dat de regering naast loonsverhoging ook de inflatie moet bestrijden, anders zullen de loonsverhoging zelf tot meer inflatie leiden.
Momenteel, naast de hoge inflatie die de levensstandaard van mensen dagelijks aantast, schommelt het werkloosheidspercentage in het land volgens evaluaties van het “Onderzoekscentrum van het Parlement” rond de 25 procent. Daarom zijn veel werknemers genoodzaakt tegen lonen te werken die veel lager zijn dan wat de Hoge Raad voor Arbeid heeft vastgesteld.
In dit verband stelde Ali Aslani, lid van de opperste raad van “Islamitische arbeidersraden”, in Dey: “In het land hebben we ongeveer 10 miljoen informele werknemers; werknemers wier lonen niemand controleert en die allemaal minder verdienen dan het vastgestelde minimumloon. Sommigen verdienen maandelijks slechts 700.000 of 800.000 toman.”
Dit terwijl volgens het rapport van het Iraanse Statistiekbureau de jaarlijkse inflatiesnelheid in Aban minimaal 44,4 procent bedroeg, en volgens officïele statistieken van het Ministerie van Arbeid, de gemiddelde prijs van meer dan 83 procent van de voedselartikelen in Iran boven het crisissignaal is uitgestegen.
Bij de meest recente economische ontwikkelingen gaf het Parlement ook goedkeuring voor de schrapping van de zogenaamde preferentiële valutakoesprijs van 4.200 toman uit de begroting voor het komende jaar. Volgens een lid van de commissie Begroting en Planning van het Parlement zal dit in het komende jaar tot een verdere prijsstijging van bepaalde voedselartikelen leiden, waaronder gevogelte en eieren met 50 tot 70 procent.
Volgens Mohsen Zanganeh, lid van de commissie Begroting en Planning, heeft het Parlement de regering “toestemming gegeven om 9 miljard dollar nog steeds tegen de preferentiële valutakoesprijs te verkopen, maar dit niet als verplichting aan de regering opgelegd.”
De levensstandaardproblemen van werknemers, onderwijzers en ambtenaren, in combinatie met sociale en politieke druk in de afgelopen jaren, hebben voortdurend geleid tot protesten en stakingen in het hele land, en de reactie van de regering daarop is meestal repressie geweest.
Bron: Radio Farda




