Zesenvijftigste zitting rechtbank Hamid Nouri; getuige zegt dat hem als Armeen werd gevraagd te bidden

De zesenvijftigste zitting van de rechtbank tegen Hamid Nouri, beschuldigd van deelname aan de executies van de zomer van 1988, vond plaats op woensdag 22 december 2021 met het getuigenis van Mehrdad Neshateh Malekians in Stockholm, Zweden.
Mehrdad Neshateh Malekians werd in oktober 1982 op 22-jarige leeftijd gearresteerd samen met zijn echtgenote – beide aanhanger van de organisatie Fadaian Khalgh – Minority – en hun pasgeboren zoon van 15 dagen oud, en naar Evin werd overgebracht. De getuige, geboren uit een Armeense vader genaamd Hamlet en een Moslimmoeder, werd tijdens een jaar in hechtenis onderworpen aan streng verhoor en marteling.
De rechtszitting tegen de getuige vond een jaar later in gevangenis Evin plaats. Ali Razini, toenmalige rechter aldaar, zei tegen hem dat hij als Armeen niet het recht had met een Moslimvrouw te trouwen en dat hun kind onwettig was. De getuige ontving een maand later een veroordeling tot vijf jaar gevangenis – zonder rekening te houden met de dagen in hechtenis. Hij werd later overgebracht naar gevangenis Qarchak en in het najaar van 1986 naar gevangenis Gohardasht.
De getuige merkte op dat van het voorjaar van 1988 af de gevangenen van de organisatie Mojahedin Khalgh gescheiden waren in gevangenis Gohardasht. Het komen en gaan van gevangenisofficiële en personen in geestelijke kleding in de gevangenis was opvallend. De ouders van gevangenen werden geen toegang of bezoekrecht gegeven, en de laatste bezoeken vonden plaats voor de executies begonnen in ‘glazen cellen’.
Op het moment dat de executies begonnen, werd de getuige samen met een groep linkse gevangenen in afdeling 8 vastgehouden. De getuige noemde 5 september 1988 als de dag waarop de executies van linksen in Gohardasht begonnen. Hij zei dat die dag een aantal uit afdeling 7 en vier personen uit afdeling 8 werden meegenomen. Van de vier keerde slechts één terug naar afdeling 8 en meldde de aanwezigheid van een commissie in de gevangenis. Op 6 september hoorde de getuige vanuit de afdeling boven hem – afdeling 7 – zinnen als “schrijf je testament” en “dit is het einde”.
Die dag werd de getuige door bewakers samen met een groep van zes tot zeven linkse gevangenen naar de gang van de afdeling geleid. Jahanbakhsh Sarkhosh, een van de aanhangers van Fadaian Khalgh – Minority, werd voor hem naar de kamer van de doodscommissie geleid. Sarkhosh hield daar voet bij stuk en werd later ook geëxecuteerd. De getuige stond na Jahanbakhsh Sarkhosh tegenover Ashraqi en Niari. Niari zei tegen hem dat hij als Armeen die in het gezin van zijn Moslimmoeder was opgegroeid, moest bidden. De getuige ondertekende uiteindelijk een papier – zonder op de hoogte te zijn van de inhoud – en werd de kamer uit geleid. Minuten later verliet Ashraqi de kamer. Niari vroeg hem waar Hadj Agha heen ging. Ashraqi antwoordde: “Laten we gaan en deze slaan en terugkeren.” De getuige zei dat hij die dag niet dacht dat Ashraqi’s woord “slaan” betekende executeren. De getuige legde vervolgens aan de rechtbank uit hoe hij na het ondergaan van zware slag met kabels op 7 september ermee instemde te bidden.
De getuige werd op 8 september met enkele linkse gevangenen in de procureurskantoor kamer geconfronteerd met Hamid Nouri, die aan hen werd voorgesteld als “broer Abbasi”. Die dag ondertekende de getuige voor de tweede keer papieren met betrekking tot de procureur, het einde van zijn straf en de veroordeling van zijn organisatie en de acceptatie van een interview. De getuige stelde in de zitting van vandaag dat hij daar op alle vragen “nee” antwoordde.
Neshateh Malekians getuigde ook dat de executies eindigden met het meenemen van kinderen van Evin en ‘nationale vijanden’ op 2 september.
De getuige bevestigde de identiteit en executie van gevangenen zoals Mohammad Ali Behkish, Hossein Hajmohsen, Adel Talebi, Bijan Bazargan, Mahmoud Qazi, Keyvan Mostafavi, Abbas Raeesi, Mostafa Farhadi, Homayoun Azadi, Majid Walid en Behzad Omrani. Hij noemde hen “echte personen” die door gevangenen werden gekend, en met wie contact was gelegd, en die na de executies niet langer bestonden.
Mehrdad Neshateh Malekians werd in oktober of laat september 1988 naar gevangenis Evin overgebracht en bracht een maand door in eenzame opsluiting van het sanatorium. De getuige werd in februari vrijgelaten nadat de gevolgen van kabelslagen op zijn benen waren genezen en hij zes jaar gevangenisstraf had ondergaan.
Aan het einde van de zitting besprak rechter Thomas Sander het onderwerp van het verzoek van sommige deskundigen, met name Kaveh Mousavi, om niet-persoonlijk deel te nemen aan de rechtszitting. Uiteindelijk werd besloten dat op verzoek en voorkeur van de aanklagers, de advocaten van eisers en de advocaten van Hamid Nouri, de betrokken persoon en andere deskundigen allemaal persoonlijk aan de rechtszitting zouden deelnemen.
De volgende zitting van de rechtbank tegen Hamid Nouri zal na de kerstdagen en nieuwjaarsdag op 10 januari 2022 worden hervat.
Bron: Voice of America




