Iran Nieuws

Eerste zitting rechtszaak Hamid Nouri in Albanië; een eiseres en ander getuige getuigden

De eerste zitting van de rechtszaak tegen Hamid Nouri in Albanië begon woensdag 19 aban en tijdens deze zitting verklaarde Mohammad Zand, lid van de Volksmojahedinh-organisatie, als eiseres en getuige dat hij Hamid Nouri na de overplaatsing van een aantal gevangenen naar executieplaatsen in de dodengang met een blinddoek voor zijn ogen heeft gezien, wat volgens hem de blinddoeken van geëxecuteerde gevangenen waren.

Reza Zand, broer van Mohammad Zand, is volgens de verklaring van diens raadsman in de rechtszaal in 1988 in de gevangenis Gohardasht in Karaj geëxecuteerd.

Kent Louis, raadsman van Mohammad Zand, verklaarde in de rechtszitting dat hij in een kamp in de buurt van de stad Duras in Albanië verblijft en herhaaldelijk in Gohardasht-gevangenis met Hamid Abbasi (Nouri) in contact is geweest en drie keer naar de dodengang is gebracht.

Hamid Nouri is niet aanwezig bij de rechtszittingen in Albanië en zijn raadsman is aanwezig bij deze zittingen. Hij wordt ervan beschuldigd dat hij als voormalig griffier van de gevangenis Gohardasht in Karaj heeft deelgenomen aan massale executies van politieke gevangenen; een beschuldiging die hij ontkent.

Hij kwam op 18 aban 98 met een directe vlucht vanuit Iran aan op het vliegveld Stockholm en werd onmiddellijk gearresteerd.

Volgens de raadsman zullen in de komende dagen een schaalmodel of maquette van de gevangenis Gohardasht in de rechtszaal worden getoond.

Mohammad Zand verklaarde tijdens de rechtszitting tegen Hamid Nouri dat hij en zijn broer zijn gearresteerd op beschuldiging van steun aan de Volksmojahedinh-organisatie, en dat zijn broer 21 jaar oud was en elektrotechniek studeerde op het moment van arrestatie.

Hij zei dat zijn broer tot tien jaar gevangenisstraf is veroordeeld en hij zelf aanvankelijk tot levenslang en vervolgens tot twaalf jaar gevangenisstraf. Mohammad Zand werd in april 1992 uit de gevangenis vrijgelaten en ging naar het kamp Ashraf.

Volgens hem stopten ze op de zesde dag van mordad met het brengen van kranten naar de afdeling van de gevangenis, en een dag later haalden ze de televisie uit de afdeling.

Reza Zand zei volgens zijn broer tijdens het laatste bezoek aan zijn moeder in tir 1367: “Verwacht ons niet meer. We zullen hier niet levend uit komen. Dit regime zal niet toestaan dat we hier levend uit gaan”.

Mohammad Zand zei dat na de executie van zijn broer een klein zakje aan zijn vader in de gevangenis Evin werd gegeven met daarin een overhemd en een kapotte horloge: “Het horloge was kapot gesteld op twee uur om aan te geven wanneer mijn executie was. Mijn vader vraagt: waarom hebben jullie mijn zoon geëxecuteerd? Hij had zeven jaar gevangenisstraf uitgezeten en had nog drie jaar voordat hij vrijgelaten zou worden. Mijn vader krijgt een blinddoek om en wordt naar binnen de gevangenis gebracht. Ze zeggen dat je geen rechtszaak voor je zoon mag houden. Mijn vader zegt: ik zal een ceremonie voor hem houden en het zal een heel grote ceremonie zijn. Hij deed precies dat en hield een grote ceremonie voor mijn broer Reza”.

Mohammad Zand verklaarde in de rechtszaak tegen Hamid Nouri dat hij door het raam Davoud Lashkari met een touw zag met ook een wapen aan zijn riem, en hij was zeker dat het ging om executies en dezelfde dag hoorde hij vanuit de benedenverdieping “dood aan de heuchelaars”.

Mohammad Zand werd volgens zijn eigen zeggen op 15 mordad samen met tien tot vijftien anderen door Davoud Lashkari naar de “dodengang” overgebracht: “Nassirian (Mohammad Moghisse) bracht me in het executiekamer en voordat ik ging zitten zei hij dat ze mijn broer hebben geëxecuteerd en als ik niet aanvaard wat de commissie zegt, zullen ze jou ook executeren. Toen ik de blinddoek afhaalde, zaten er drie mensen tegenover me. (Hosseinali) Niri was het en twee anderen zaten links en rechts van hem. (Mostafa) Pourmohammadi was het en (Morteza) Ashrafi, hoewel ik hun namen pas later ontdekte. Er stonden ook twee of drie mensen links en rechts van hen en voor zover ik weet waren ze gewapend”.

Mohammad Zand verklaarde over zijn aanwezigheid in de executiekamer dat Hosseinali Niri naar zijn persoonsgegevens en vonnis vroeg: “Hij zei wil je dat de imam je gratie geeft? Ik zei mijn straf loopt af en ik kom zelf naar buiten. Ik vroeg waarom hebben jullie mijn broer geëxecuteerd? Hij had zeven jaar gevangenisstraf uitgezeten en had nog drie jaar voordat hij vrijgelaten zou worden. Hij zei tegen Nassirian dit naar buiten te brengen”.

Na zijn overplaatsing naar de gang hoorde hij volgens zijn eigen zeggen de stemmen van Davoud Lashkari, Hamid Abbasi(Nouri) en Nassirian(Mohammad Moghisse) waarbij Hamid Nouri een lijst voorlas en iemand naar de Husseiniya of amphitheater bracht waar de executies plaatsvonden.

Mohammad Zand zei: “Na een half uur rond 11 of 12 uur zag ik dat Hamid Abbasi met Davoud Lashkari van dezelfde kant de dodengang in kwamen naar ons toe. De afstand tussen mij en hen was 10 tot 15 meter en Hamid Abbasi had een bundel blinddoeken in zijn hand”.

Hij zei dat hij hoorde dat Davoud Lashkari zei dat hij ging baden en zag dat Hamid Abbasi(Nouri) een nieuwe lijst meebracht.

Mohammad Zand noemde de naam van een gevangene genaamd Nasser Mansouri en zei: “Ze brachten Nasser Mansouri, die op een brancard lag, en zetten hem tegenover me. Nassirian(Mohammad Moghisse) en Hamid Abbasi(Nouri) zetten hem onder druk om de contacten en relaties binnenin de afdeling voor hen te vertellen. Om zich niet schuldig te maken aan deze verraad sprong hij zelf van de derde verdieping naar beneden en kreeg ruggemergraak. Nasser Mansouri had geen beweging en lag alleen maar plat. Ze brachten hem samen met anderen naar dezelfde Husseiniya, dus naar de executieplaats”.

Volgens zijn eigen zeggen werd hij naar een eenzame opsluiting overgebracht en op 18 mordad opnieuw naar de dodengang gebracht: “Ik hoorde daar opnieuw de namen die Hamid Abbasi(Nouri) voorlas. Op 22 mordad las Hamid Abbasi(Nouri) opnieuw een lijst”.

Mohammad Zand werd op 22 mordad opnieuw naar de dodengang en de executiekamer overgebracht: “Ze zeiden dat als je niet accepteert we je executeren. Helaas kon ik niet zoals die jongens moed hebben en mezelf als Volksmojahedinh verdedigen. Ik kon niet zeggen Volksmojahedinh. Ze brachten me terug naar eenzame opsluiting. Dezelfde dag of de volgende dag kwamen Nassirian (Mohammad Moghisse) en Hamid Abbasi. Nassirian gooide wat papier en een pen in de cel en zei dat ik alles over de relaties en contacten in je afdeling moet opschrijven. Bij het eten kwamen vier of vijf Pasdaran en begonnen me met vuisten en voeten en laarzen te slaan. Ze sloegen mijn hoofd tegen een pijp die daar was. Dit duurde enkele dagen terwijl ze me onder druk zetten om hun gewenste namen te geven”.

Hij zei dat hij drie maanden in eenzame opsluiting zat en eind spandah van Gohardasht-gevangenis naar Evin-gevangenis werd overgebracht.

Mohammad Zandi verklaarde vervolgens in antwoord op een vraag van de openbare aanklager dat hij de stem van Hamid Nouri herkende toen hij in de rechtszaal sprak: “Deze stem blijft in mijn hoofd hangen. Ik zag Hamid Abbasi(Nouri) voor het eerst in het begin van de winter van 65 in Gohardasht-gevangenis. Dezelfde Abbasi(Nouri) gaf me het bevel mijn straf van levenslang naar 12 jaar in te korten”.

Hij zei dat Hamid Nouri “slank was. Lang en met dunne baard, weinig en met normale kleding. Zijn neus leek op mijn eigen neus. Omdat ik vanwege mijn neus ademhalingsproblemen heb, trek ik mijn aandacht aan als ik iemand met een neus zoals van mij zie”.

Mohammad Zand zei dat na zijn vrijlating uit de gevangenis hij reed en op het Azadi-plein in Teheran Hamid Nouri zag: “Ik reed. Hamid Abbasi(Nouri) zei Karaj. Ik stopte. Hij kwam naar de auto en toen hij me zag kreeg hij spijt en zei ik wil niet. Omdat hij me herkende. Ik herkende hem ook”.

De openbare aanklager toonde vervolgens een foto van Hamid Nouri en Mohammad Zandi zei dat dit dezelfde Hamid Abbasi(Nouri) is. Zijn neus zal ik nooit vergeten.

Later in de rechtszitting zei de raadsman van Hamid Nouri dat de woorden van Mohammad Zandi in de rechtszaal niet overeenkomen met wat hij tegen de politie heeft gezegd. Hij zei dat de namen die Mohammad Zandi in de rechtszaal noemde verschillen van de namen die hij tegen de politie noemde.

De raadsman van Hamid Nouri zei tegen Mohammad Zandi: “Je beweert dat massale executies in de gevangenis door ophangen hebben plaatsgevonden. Hier zeg je dat je vanuit het raam een touw zag en ‘dood aan de heuchelaars’ hoorde. Maar je hebt dit niet tegen de politie gezegd, dacht je niet dat het belangrijk was dat de politie dit zou weten”?

Mohammad Zandi antwoordde: “U heeft gelijk, het was mijn schuld dat ik dit had moeten zeggen. Maar achter elkaar stelden ze vragen waarvan ik dit niet zei”.

De raadsman van Hamid Nouri zei ook dat Mohammad Zandi in een brief aan een mensenrechtenorganisatie en ook in een politieverhoor de naam Hosseinali Niri als Jafar Niri en de naam Morteza Ashrafi als Pourashrafi noemde.

Mohammad Zandi zei: “We kenden Niri onder de naam Jafar, net zoals we Hamid Nouri onder de naam Abbasi kenden. Ik zei ook Ashrafi als Morteza Pourashrafi wat een fout was”.

Hij zei: “Ik zei tegen de politie dat de namen en herinneringen me later zouden terugkomen en ik ze later zou vertellen”.

Mohammad Zandi zei ook dat hij enkele onderwerpen was vergeten en dat ze hem later weer te binnen schoten, hij ook boeken van de Mojahedinh had gelezen en voorgaande zittingen van de rechtszaak tegen Hamid Nouri had gehoord.

Dit was zijn antwoord op de raadsman van Hamid Nouri die hem vroeg of het hem vandaag was ingefallen of dat hij het Mojahedinh-boek had gelezen.

Hamid Nouri heeft de beschuldigingen ontkend. Hij zal naar verluidt op 2 azar in de rechtszaal getuigen. Volgens zijn raadsman is Hamid Nouri’s standpunt dat “deze executies nooit hebben plaatsgevonden en hij de beschuldigingen niet kan accepteren”.

De raadsman van Hamid Nouri stelt dat zijn cliënt tijdens de executies in mordad en shahrivar van 1367 op verlof was vanwege de geboorte van zijn kind.

De zitting van Hamid Nouri’s zaak, die tot april volgende jaar in het gerechtshof van Stockholm, Zweden, zal doorgaan, heeft ook reacties van autoriteiten van de Islamitische Republiek uitgelokt.

Saeed Khatibzadeh, woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken, noemde de terechtzitting van de heer Nouri op de eerste dag van shahrivar “een ontwerp door de groepering heuchelaars” en beweerde dat het Zweedse gerechtshof “vertrouwde op een reeks verhalen en valse documentatie en getuigenverklaring die allemaal door een groepering waren gedaan”.

 

Bron: Radio Farda

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security