Leider Hezbollah Libanon: Bereid om naar Iran te reizen voor hulp en brandstof

Hassan Nasrallah, leider van Hezbollah Libanon, zegt bereid te zijn naar Iran te reizen om hulp te ontvangen en brandstof in te voeren vanuit de Islamitische Republiek.
Iran is sinds de jaren 1980 de grootste financiële supporter van Hezbollah Libanon, een paramilitaire groep die door veel westerse landen als terroristische organisatie wordt aangemerkt en tegelijkertijd aanzienlijke invloed in Libanon uitoefent.
Libanon heeft in de afgelopen jaren te kampen gehad met een toenemende financiële crisis en onlangs met een brandstofcrisis.
Iran levert als bondgenoot van Syrië dit land al jaren dagelijks 30.000 tot 50.000 vaten ruwe olie, maar de Libanese regering heeft uit angst voor Amerikaanse sancties en uit vrees de steun van Arabische en Europese bondgenoten te verliezen, verzocht om brandstofhulp van de Islamitische Republiek geweigerd.
Nasrallahs voorstel om hulp en met name brandstof van de Islamitische Republiek te ontvangen komt echter op een moment dat Iran zelf in de afgelopen jaren te kampen heeft gehad met een financiële crisis, een aanzienlijk begrotingstekort, werkloosheid, armoede en rampzalige inflatie.
Dhr. Nasrallah zei dinsdag, 18 juni, in een gesprek met televisieprogramma Al-Manar, dat gelieerd is aan Hezbollah, dat hij naar Iran kan gaan en met Tehran’s autoriteiten kan onderhandelen over brandstofimport om het brandstofprobleem in Libanon op te lossen.
Hij riep de Libanese regering op een “moedig besluit” te nemen en “ongeacht Amerikaanse sancties over te gaan tot brandstofimport uit Iran”.
De secretaris-generaal van Hezbollah Libanon stelde vorig jaar ook voor aan de Libanese regering om de mogelijkheid van aankoop van aardolieproducten uit Iran te onderzoeken; volgens hem was Iran bereid deze transactie in Libanese pond uit te voeren.
Zijn uitspraken over onderhandelingen met Iran over brandstofimport komen op een moment dat in de afgelopen maanden veel rapporten zijn gepubliceerd over brandstofvoorraden van deze paramilitaire groep uit Iran.
In dit verband rapporteerde persbureau Reuters op 17 april dat de paramilitaire groep Hezbollah Libanon, gezien de mogelijkheid van volledige economische instorting in Libanon, bezig is brandstofopslagplaatsen voor te bereiden die uit Iran zijn ingevoerd en voedselrantsoenkaarten uit te delen.
Dit rapport stelt op basis van drie anonieme bronnen dat Hezbollah, de door Iran gesteunde paramilitaire groep, ook medicijnen heeft ingevoerd om noodservices te kunnen verlenen.
Dhr. Nasrallah sprak dinsdag ook over de verspreiding van berichten over zijn besmetting met corona en probeerde verzekering te geven dat hij in “goede gezondheid” verkeerde.
Eerder was gemeld dat hij sinds 25 mei, meer dan twee weken geleden, met corona was besmet.
Dhr. Nasrallah zei in zijn interview: “Het is een mens, iemand kan moe of ziek worden”. Hij noemde de oorzaak van zijn ziekte “allergie” en zei: “Het is niet zo ernstig”.
Hij zei: “Sommigen meldden mijn dood en sommigen zochten naar mijn opvolger, maar ik kan verzekeren dat er niets belangwekkends aan de hand is”.
Bron: Radio Farda




