Iran Nieuws

Nieuwe zaak: Nilofar Bayani opgeroepen naar openbaar ministerie en beschuldigd

Nilofar Bayani, een van de verdachten in de zaak van milieuactivisten die in Evin-gevangenis zit, is opgeroepen naar het openbaar ministerie en beschuldigd in een nieuwe zaak. Deze zaak is geopend naar aanleiding van een open brief van Nilofar Bayani. In de brief stond dat ondervragersvan de inlichtingendienst van de IRGC haar hebben onderworpen aan “minstens 1200 uur verhoor” en “de zwaarste psychische en mentale martelingen, dreiging met fysieke marteling en seksuele bedreigingen” om valse bekentenissen af te dwingen. Het persagentschap Hrana had voor het eerst in een rapport over seksueel misbruik, marteling en bedreigingen van sommige verdachten in deze zaak, waaronder Nilofar Bayani, ter verkrijging van gedwongen bekentenis het sluier opgelicht.

Volgens het persagentschap Hrana, naar aanleiding van Emtedad, is Nilofar Bayani, de tweede verdachte in de zaak van de milieugevangenen, in de afgelopen dagen naar het openbaar ministerie van Evin opgeroepen om beschuldigd te worden in een nieuwe zaak die onlangs tegen haar is geopend.

In deze zitting werd mevrouw Bayani beschuldigd van “verspreiding van leugens”. Deze beschuldiging is gebaseerd op de publicatie van een brief die Nilofar Bayani in het laatste deel van Bahman 1398 in een beschrijving van haar situatie heeft geschreven.

In een gedeelte van deze brief staat: “Ondervragersvan de inlichtingendienst van de IRGC hebben haar, ter verkrijging van valse bekentenissen, onderworpen aan “minstens 1200 uur verhoor” en “de zwaarste psychische en mentale martelingen, dreiging met fysieke marteling en seksuele bedreigingen”.”

De nieuwe beschuldiging tegen Nilofar Bayani met betrekking tot de verspreiding van de genoemde inhoud is ingediend, terwijl ondanks de benoeming van een commissie van vier personen door de regering in Esfand vorig jaar voor onderzoek van de aangelegenheden in haar verzoekbrieven, nog steeds geen onafhankelijk onderzoek is verricht en geen rapport is ingediend.

Kazem Hoseini, advocaat van een aantal milieuactivisten, had verklaard dat met betrekking tot de aangelegenheden in de brieven van Nilofar Bayani, in het geval van zijn cliënt Sepideh Kashani ook soortgelijke problemen als “Nilofar Bayani”, een ander verdachte in deze zaak, ter sprake zijn gekomen, en dat alle aangelegenheden schriftelijk aan het gerecht zijn voorgelegd.

Het dient opgemerkt te worden dat het persagentschap Hrana op 28 Farvardin 1398 voor het eerst in een rapport over seksueel misbruik, marteling en bedreigingen van sommige verdachten in deze zaak, waaronder Nilofar Bayani, ter verkrijging van gedwongen bekentenis het sluier oplichtte.

In dit rapport had Hrana gezegd dat Nilofar Bayani onder druk is gezet om gedwongen bekentenissen tegen zichzelf en andere verdachten in deze zaak af te leggen. Zij is voor het afleggen van deze bekentenissen misbruikt en lastiggevallen, inclusief seksueel misbruik.

Hrana was via haar bronnen op de hoogte gesteld dat tijdens het verhoor door ondervragersvan de IRGC-inlichtingendienst deze milieuactivist in enkele gevallen volledig naakt, samen met mishandeling en aanraking van geslachtsdelen en dreiging met verkrachting, is mishandeld en lastiggevallen.

Morad Tahbaz, Nilofar Bayani, Houman Jokar, Taher Ghadiryan, Hamideh Kashani, Amirhossein Khaleghi, Sam Rajabi en Abolghasem Kohpayeh zijn verdachten in de zaak van milieuactivisten die door de IRGC-inlichtingendienst in Bahman en Esfand 1397 zijn gearresteerd onder beschuldiging van spionage. Het ministerie van Inlichtingen, de andere inlichtingendienst van Iran, die zichzelf beschouwt als de enige instantie om spionagedelicten vast te stellen, had de beschuldiging van spionage tegen de verdachten in deze zaak als ongegrond beschouwd.

De vonnissen van het eerste gericht tegen deze verdachten werden uiteindelijk op dinsdag 29 Bahman in het hoger beroepsgericht bevestigd. Volgens Gholamhossein Esmaili, woordvoerder van de gerechtelijke macht, zijn Morad Tahbaz en Nilofar Bayani vanwege “samenwerking met Amerika als vijandige staat” tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld, Houman Jokar en Taher Ghadiryan vanwege “samenwerking met de vijandige staat Amerika” tot 8 jaar gevangenisstraf, Sam Rajabi en Sepideh (Hamideh) Kashani vanwege “samenwerking met de vijandige staat Amerika” tot 6 jaar gevangenisstraf, Amirhossein Khaleghi voor “spionage” tot 6 jaar gevangenisstraf en Abolghasem Kohpayeh voor “samenscholing en afspraak met het doel de veiligheid aan te tasten” tot 4 jaar gevangenisstraf veroordeeld.

 

Bron: Hrana

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security