VN-commissie veroordeelt schending van mensenrechten in Iran

De derde commissie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft donderdag 14 november met een resolutie de “schending van mensenrechten in Iran” veroordeeld en heeft diepe bezorgdheid uitgesproken over willekeurige arrestaties, gevangenisomstandigheden, discriminatie tegen vrouwen en aanhoudende georganiseerde vervolgingen in dit land tegen religieuze minderheden.
De resolutie, waarvan Canada het voorstel had ingediend, werd aangenomen met 84 stemmen voor tegen 30 stemmen tegen. Daarnaast onthielden 66 landen zich van stemming.
De Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Spanje, Zweden, Zwitserland, Nederland, Slovakije, Oekraïne, Finland, Frankrijk, Denemarken en Duitsland waren onder meer westerse landen die voor deze resolutie stemden.
Van Arabische landen en het Midden-Oosten waren ook Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein onder de voorstanders van de resolutie.
Deze zes pagina’s tellende resolutie uit bezorgdheid over “ernstige beperkingen van de vrijheid van gedachte, religie en geweten” en ook “toenemende druk” tegen religieuze minderheden, waaronder leden van de Bahai-gemeenschap, Gonabadi-dervissen en Soefis.
De genoemde resolutie is opgesteld op basis van twee rapporten van Javaid Rehman, speciale rapporteur van de Verenigde Naties inzake mensenrechten in Iran, die zegt dat Bahai’s in Iran als volgelingen van een godsdienst die de regering niet officieel erkent, onderwerp zijn van de ernstigste vormen van onderdrukking.
De resolutie verzoekt Iran om een einde te maken aan alle vormen van discriminatie tegen etnische en religieuze minderheden in het land. De vrijlating van vrouwerechtenactivisten die in de gevangenis zitten, afschaffing van discriminatoire wetten tegen vrouwen, verbetering van gevangenisomstandigheden, verstrekking van medische zorg aan gevangenen en vrijlating van alle burgers die zijn gearresteerd vanwege het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting zijn andere zaken waarop de genoemde resolutie de nadruk legt.
De resolutie erkent tegelijkertijd bepaalde maatregelen van Iran, zoals het herbergen van een miljoen Afghaanse vluchtelingen en hun toegang tot het onderwijssysteem en medische diensten.
De aanzienlijke afname van executies in Iran, die heeft plaatsgevonden door wijzigingen in drugsstraffen, is een ander onderwerp dat in de resolutie wordt genoemd.
Buurlanden van Iran hebben over het algemeen tegen deze resolutie gestemd, waaronder Armenië, Afghanistan, Irak, Turkmenistan en Pakistan. Andere landen die tegen de resolutie waren, zijn onder meer China, Cuba, Libanon, Kirgizistan, Servië, Oman, Oezbekistan, Venezuela, Vietnam, India, Rusland, Filipijnen en Syrië.
Bron: Radio Farda




