Oproep van parlementsleden voor verhoging van minimumloon werknemers

Parlementsleden hebben de regering in een verklaring opgeroepen het minimumloon van werknemers, gezien hun levensomstandigheden, te verhogen naar 2.800.000 toman. 27 parlementsleden hebben tegen de arbeidsminister een klacht ingediend vanwege het schenden van werknemersrechten.
Parlementsleden van de Islamitische Raad hebben in een verklaring de regering opgeroepen het minimumloon van werknemers opnieuw te bezien, gelet op “de levensomstandigheden en problemen van werknemers en pensioentrekkers van sociale zekerheid en uitkeringsgerechtigden”. In deze verklaring, die woensdag 27 Farvardin (15 april) in de plenaire zitting van het parlement werd voorgelezen, hebben parlementsleden gepleit voor verhoging van het loon en het vaststellen van minstens 2.800.000 toman per maand als minimumloon voor werknemers.
De parlementsleden hebben zich tot de Hoge Raad voor Arbeid gericht en gesteld dat de problemen van werknemers op economisch gebied speciale aandacht vereisen en dat “het minimumloon en uitkeringen conform het minimumloon zoals bepaald in artikel 12 van de begroting van jaar 99, namelijk 28 miljoen rial, moeten worden vastgesteld”.
In deze verklaring staat dat, gelet op de inflatie van 41 procent zoals aangekondigd door de centrale bank en gezien de huidige economische problemen, “geen enkele werknemer minder dan 2.800.000 rial salaris mag ontvangen”.
Na maanden vertraging hield vorige week (op 20 Farvardin) de Hoge Raad voor Arbeid een vergadering over de vaststelling van het minimumloon voor arbeidskrachten in het jaar 1399. Zonder drieledige akkoord tussen regering, werkgevers en werknemers werd het minimumloon voor werknemers in het nieuwe jaar vastgesteld op 1.835.000 toman, een bedrag dat niet aansluit bij de door de regering aangekondde inflatievoet. De vertegenwoordigers van werknemers hebben tijdens deze vergadering scherpe kritiek geuit op dit onderwerp en geweigerd de notulen te ondertekenen ter protest tegen “schending van artikel 41 van de Arbeidswet”.
Artikel 41 van de Arbeidswet verplicht de Hoge Raad voor Arbeid jaarlijks het minimumloon vast te stellen op basis van het inflatiepercentage zoals aangekondigd door de centrale bank en te waarborgen dat het salaris voldoende is om een gezin te onderhouden.
In de verklaring van woensdag bedraagt het door parlementsleden gevraagde minimumloon voor werknemers ongeveer één miljoen toman meer dan het bedrag dat de Raad in de voorgaande week had vastgesteld.
De parlementsleden hebben in de genoemde verklaring de Hoge Raad voor Arbeid opgeroepen het genomen besluit opnieuw te bezien en, gelet op de inflatie van meer dan veertig procent zoals aangekondigd door de centrale bank, “moet worden gezorgd voor tevredenheid van de werkende arbeidersklasse”.
Klacht van parlementsleden tegen arbeidsminister
27 parlementsleden hebben woensdag per brief tegen de minister van Arbeid, Coöperatie en Sociaal Welzijn “wegens schending van werknemersrechten bij de vaststelling van het loon” een klacht ingediend. De tekst van de klachtbrief van deze parlementsleden is ook ingediend bij de presidiumraad van het parlement.
Volgens berichtgeving van Hamshahri Online staat in de klachtbrief van de 27 parlementsleden tegen Mohammad Shariatmadari, minister van Arbeid, Coöperatie en Sociaal Welzijn: “Omdat meneer Shariatmadari, geëerde minister van Coöperatie, Arbeid en Sociaal Welzijn, bij de vaststelling van het minimumloon voor werknemers voor jaar 99 geen rekening heeft gehouden met de belangen van werknemers overeenkomstig de volgende twee bepalingen van artikel 41 van de Arbeidswet en de wet onvolledig heeft uitgevoerd, wat zorgen in de eerbiedwaardige arbeidersmaatschappij heeft veroorzaakt, verzoeken wij om toepassing van artikel 234 van het Reglement van Orde van de Islamitische Raad”.
Ahmad Moradi, vertegenwoordiger van de inwoners van Bandar Abbas in het parlement en een van de ondertekenaars van de klachtbrief tegen de arbeidsminister, heeft hierover gezegd dat de klagers van mening zijn dat als de lonen van werknemers niet goed geregeld worden, veel maatschappelijke groepen problemen zullen ondervinden en dat meer aandacht voor hun minimumloon nodig is.
Moradi zei dat de arbeidersgroep in het parlement tegen deze kwestie bezwaar maakt en via het kanaal van de arbeidersgroep zal opvolgen voor werknemersrechten. Hij voegde eraan toe dat, gelet op de werkbeperkingen tijdens het coronavirus, “wanneer wij zeggen dat u thuis moet blijven, weten wij aan de andere kant niet hoe de economie van hen die wij zeggen thuis te blijven wordt gegarandeerd”.
Bron: DW




