Getuigenis van Dabrina Bet Tamraz in kantoor Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken

De Assyrische priester en mensenrechtenactivist Dabrina Bet Tamraz sprak op een paneldiscussie getiteld “Uitdagingen voor religieuze vrijheid in het Midden-Oosten” tijdens de tweede verjaardag van een bijeenkomst georganiseerd door het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken ter bevordering van religieuze vrijheden in Washington D.C. op 17 juli 2019. Zij sprak over de uitdagingen waarmee christelijke minderheden in Iran worden geconfronteerd.
Zij maakte de volgende verklaring:
“Ik wil van ganser harte het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken bedanken, met name Secretaris van Buitenlandse Zaken Pompeo, Ambassadeur Brownback en speciaal adviseur Knox Thames, voor het organiseren van deze belangrijke gebeurtenis en omdat zij mij de gelegenheid hebben gegeven mijn verhaal met u te delen.
Terroristen, zionisten en spionnen vormen een bedreiging voor de nationale veiligheid: in het land waar ik heb geleefd, Iran, worden evangelische christenen zo aangeduid. Veel christenen zijn veroordeeld tot lange gevangenisstraffen vanwege deze onterechte veroordeelingen die verband houden met de uitoefening van hun religieuze ceremonies, en hun straffen zijn bevestigd door hogeropberoepstribunalen. De meeste genoemde gevallen betreffen moslim-christenen, maar er zijn veel andere gevallen waarin leden van Armeense en Assyrische christelijke minderheden zijn gevangen gezet of veroordeeld tot gevangenis vanwege hun religieuze activiteiten. Mijn ouders, mijn enige broer en ik zijn betrokken bij dergelijke vonnissen.
Mijn vader, priester Victor Bet Tamraz, was een erkende officiële priester van de Iraanse regering. Hij leidde de Assyrische Pinksterkerk meer dan 40 jaar lang, met bijeenkomsten in het Farsi en Aramees. Onze kerk werd in maart 2009 gesloten door het Iraanse Ministerie van Binnenlandse Zaken. Voor zover ik me herinner, is mijn familie het doelwit geweest van herhaalde bedreigingen van Iraanse ambtenaren. Op 26 december 2014 veranderde alles toen veiligheidsfunctionarissen in uniform naar ons huis afkwamen terwijl we daar voor Kerstmis waren verzameld en alle aanwezigen arresteerden. Deze functionarissen scheidden mannen en vrouwen en begonnen hen lichaamsdurchzoeking uit te voeren, beslag leggen op al onze Bijbels en persoonlijke bezittingen zoals mobiele telefoons, laptops en identiteitsdocumenten confisceren. Alle feestgangers werden onder camerabewaking ondervraagd en gedwongen formulieren te ondertekenen waarin zij beloofden nooit meer samen te komen.
Mijn vader werd rechtstreeks naar de gevangenis gebracht. Hij werd geslagen. Zijn hoofd werd geschoren om hem te vernederen en bespotten. Hij werd behandeld als een misdadiger en terrorist. Hij werd 65 dagen in eenzame opsluiting gehouden en soms 10 dagen zonder enig menselijk contact in die cellen. Hij werd veroordeeld wegens “organisatie van evangelisatiebijeenkomsten” en “illegale activiteiten van huiskerken” samen met andere aanklachten die als “activiteiten tegen nationale veiligheid” werden beschouwd. Op dit moment zit mijn vader, priester Victor Bet Tamraz, zijn tienjarige gevangenisstraf uit.
Naar aanleiding van de arrestatie van mijn vader werden mijn broer Ramiel en 4 andere christenen gearresteerd tijdens een picknick die ze in Teheran hadden georganiseerd. We konden eigenlijk geen informatie krijgen over waar zij werden vastgehouden. De volgende dag kregen we een kort telefoontje van mijn broer dat hij in Evin-gevangenis in Teheran werd vastgehouden. We hadden een maand geen informatie over hem. Hij was ondervraagd en gedurende de hele tijd dat hij vast zat, werd hem de toegang tot zijn verdedigingsadvocaten ontzegd. Ook hij werd geconfronteerd met dezelfde aanklacht van “actie tegen nationale veiligheid” en “planning en oprichting van huiskerken”. Het probleem eindigde hier niet. Kort na hun arrestatie werden de echtgenoten van twee gevangenen door Iraanse ambtenaren uit hun baan ontslagen.
In 2017 werd mijn moeder, Shamiran Issavi, opgeroepen voor ondervragingen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zij werd uren lang ondervraagd en gedwongen informatie te verstrekken over leden van onze kerk en onze religieuze activiteiten. Mijn moeder werd vervolgens veroordeeld tot 5 jaar gevangenis wegens “lidmaatschap van een groep die de nationale veiligheid in gevaar brengt” en nog eens 5 jaar wegens “vergadering en samenzwering om een misdrijf tegen de nationale veiligheid te plegen”.Zij zal in september van dit jaar voor het hogeropberoepsgericht verschijnen.
Ik had een soortgelijke ervaring voordat ik Iran verliet. Ik werd vastgehouden in een herendetentiecentrum zonder aanwezigheid van enige vrouwelijke ambtenaar. Uiteindelijk werd ik gedwongen met de ambtenaren samen te werken en namen van leiders van onze kerk en informatie over hun activiteiten op te geven. Daarna werd ik gedwongen documenten te ondertekenen waarin ik de misdrijven van mijn familie en andere priesters erken.
De Iraanse christelijke gemeenschap is, samen met andere religieuze minderheden, beroofd van het recht op religieuze vrijheid en geloof. Deze schending van mensenrechten stelt de veiligheid van deze gemeenschappen in gevaar. De voortdurende vervolging van christenen door ambtenaren wordt vaak vergezeld van bedreigingen die verschillende vormen aannemen.
Het einde van 2018 zag een voortdurende golf van invallen op privé huisbijjeenkomsten, wat tot talrijke arrestaties leidde. In 2018 alleen werden 171 christelijke bekeerlingen gearresteerd en veroordeeld wegens soortgelijke loze aanklachten. Zij wachten nu of op hun proces en rechtszaak of zitten hun lange gevangenisstraffen uit.
Dit jaar zijn minstens 37 christelijke bekeerlingen gearresteerd. Deze onschuldige mensen zijn geen religieuze leiders of priesters. Zij zijn geen politici en niet eens politieke activisten. Zij zijn simpelweg gelovigen die deelnemen aan bijeenkomsten, gebeds- en aanbiddingsdiensten. Maar in de ogen van Iraanse ambtenaren vormt elke niet-islamitische religieuze bijeenkomst een bedreiging voor het regime.
Tegenwoordig zijn erkende kerkfaciliteiten gesloten voor inheemse Farsi sprekende christenen en voor evangelische Armeense en Assyrische minderheden. In sommige gevallen zijn kerkbezittingen door overheidsambtenaren in beslag genomen. Een paar maanden geleden, in mei, vielen Iraanse ambtenaren de historische Assyrische evangelische kerk in de stad Tabriz binnen. Zij bevalen de kerkwachter het terrein te verlaten en veranderden vervolgens de sloten, haalde het kruis van de kerktoren naar beneden en installeerden spionagetechniek.
Ik ben zelf een inheemse Assyrische christelijke gelovige. Mijn volk zijn nazaten van onze voorouders die duizenden jaren in deze landen hebben geleefd, maar helaas hebben velen van hen hun vaderland in deze jaren verlaten.
Op basis van statistieken uit 1976 leefden er 200.000 Assyrische christenen in Iran. Nu zijn er minder dan een kwart van dat aantal over. Ik vraag mezelf af waarom?
Religieuze vervolging was de enige reden dat ik Iran verliet. Ik heb kunnen vluchten, maar ik kan degenen die ik achter heb gelaten niet vergeten, mijn familie en alle onschuldige mensen die zware veroordeling dragen alleen vanwege hun vredelievende geloofsactiviteiten. Iedereen heeft het recht in veiligheid, vrede, respect en waardigheid te leven. De Iraanse regering is verplicht onder internationaal recht om het recht op religieuze vrijheid en geloof van haar burgers te respecteren, te handhaven en na te leven.
Ik roep de Iraanse overheidsambtenaren op om:
- christenen die onder valse aanklachten met betrekking tot religieuze activiteiten en het beoefenen van hun geloof zijn gearresteerd, onmiddellijk en zonder enige voorwaarde vrij te laten; en
- het recht op religieuze vrijheid en geloof voor elke burger, ongeacht etnische groep of afkomst, in te voeren, inclusief alle soorten religieuze bekeerlingen.
Ik dring er bij de Verenigde Staten en de internationale gemeenschap op aan Iran ter verantwoording te roepen voor zijn wangedrag jegens religieuze minderheden en de Iraanse overheidsambtenaren te verplichten hun verplichtingen na te komen met betrekking tot religieuze vrijheid en geloof voor al haar burgers, en deze onderwerpen aan de orde te stellen in hun onderhandelingen met Iran of over Iran.
Tot slot richt ik mij tot de verzamelde menigte in deze zaal en dring ik respectvol aan dat zij ons helpen bij het bewust maken en opwekken van het publieke bewustzijn over de voortdurende vervolging van christenen en religieuze minderheden in Iran. Ik dank u hartelijk voor het geven van deze tijd en voor het geven van dit recht aan mij om het verhaal van mijn familie met u te delen.









