Publicatie van nieuwe foto’s tegen Iran en uitzending van Amerikaanse troepen naar de regio

Amerika stuurt nog eens duizend soldaten naar het Midden-Oosten voor “defensieve doeleinden”. Het Amerikaanse Ministerie van Defensie publiceerde eerder nieuwe foto’s tegen de Islamitische Republiek in verband met de recente aanval op tankschepen in de Golf van Oman.
De spanningen tussen Amerika en Iran nemen toe. Patrick Shanahan, de Amerikaanse minister van Defensie, maakte maandag 27 Khordad (17 juni) via een verklaring bekend dat hij nog eens duizend soldaten naar het Midden-Oosten stuurt.
Hij stelde duidelijk: “Deze actie vindt plaats om de veiligheid en het welzijn van ons militaire personeel dat in de hele regio aanwezig is te waarborgen, en ook om Amerikaanse belangen te beschermen.” Shanahan benadrukte tegelijkertijd dat “Amerika niet op zoek is naar een oorlog met Iran”.
Dit is de tweede keer in korte tijd dat Amerika nieuwe troepen naar het Midden-Oosten stuurt.
De Verenigde Staten hadden eind mei 1500 extra personen naar de regio gestuurd om hun militaire personeel in het Midden-Oosten te versterken. De Amerikaanse minister van Defensie zei destijds dat de uitzending van militairen plaatsvond ter bestrijding van “voortdurende bedreigingen van Iraanse strijdkrachten, inclusief de Revolutionaire Garde en haar aanhangers”.
Nieuwe beelden
Het Amerikaanse Ministerie van Defensie publiceerde maandag 27 Khordad ook nieuwe foto’s die volgens het Pentagon zouden aantonen dat de marine van de Iraanse Revolutionaire Garde verantwoordelijk is voor de recente aanval op twee buitenlandse tankschepen in de Golf van Oman.
Het Pentagon stelde in een daartoe uitgegeven verklaring dat één van de nieuwe foto’s “overblijfselen van een magnetisch koppelingapparaat van een onontplofte mijn toont”.
Volgens de verklaring van het Amerikaanse Ministerie van Defensie waren deze nieuwe foto’s gemaakt door een Amerikaanse legerhelikopter.
Op een van de elf nieuwe foto’s die werden gepubliceerd, is volgens het Pentagon te zien hoe de krachten van de Revolutionaire Garde proberen een onontplofte mijn van de romp van de tankschip Kokuka Courageous los te maken en daarmee hun sporen uit te wissen.
Op een ander beeld is volgens het Amerikaanse Ministerie van Defensie de schade te zien die door de aanval op het genoemde tankschip is veroorzaakt.
Het Centraal Commando van het Amerikaanse leger (CENTCOM) had ook één dag na de aanval op donderdag 13 juni op twee tankschepen in de Golf van Oman een video vrijgegeven waarop volgens hen een patrouilleerboot van de Revolutionaire Garde te zien is die een onontplofte mijn van de romp van het tankschip probeert los te maken.
Washington beschuldigt de Islamitische Republiek ervan betrokken te zijn bij de aanslagen van 13 juni op twee tankschepen in de Golf van Oman. Iran heeft elk aandeel in deze aanslagen ontkend en deze incidenten als “verdacht” aangeduid.
“Belachelijke acties”
Generaal Mohammad Bagheri, hoofd van de Generale Staf van de Strijdkrachten van de Islamitische Republiek, noemde op maandag 27 Khordad (17 juni) de explosieve operaties tegen tankschepen in de Golf van Oman en de Indische Oceaan “belachelijke en waardeloze acties” van vijanden van de Islamitische Republiek.
Naar aanleiding van het afwijzen van Amerikaanse beschuldigingen over de aanval op tankschepen zei hij: “We hebben de moed om verantwoordelijkheid voor onze acties te nemen”. Mohammad Bagheri stelde duidelijk dat als “Iran dat wil, de Straat van Hormuz kan sluiten en kan voorkomen dat scheepsverkeer of tankschepen door deze waterweg varen”.
Abbas Mousavi, woordvoerder van het Iranische Ministerie van Buitenlandse Zaken, vergeleek ook gelijktijdig in gesprek met de “Jonge Journalisten Club” de Amerikaanse beschuldigingen grappend en benadrukte dat de recente aanval op twee tankschepen in de Golf van Oman “het werk van Team B zou kunnen zijn”.
Team “B” verwijst naar Benjamin Netanyahu, premier van Israël, John Bolton, Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur, Mohammad bin Salman, kroonprins van Saoedi-Arabië, en Mohammad bin Zayed, kroonprins van Abu Dhabi, die naar mening van de Islamitische Republiek proberen de spanningen tussen Iran en Amerika aan te wakkeren.
Verdeeldheid in de Europese Unie
De Europese Unie beschikt momenteel niet over een eensluidend standpunt ten aanzien van de Amerikaanse beweringen. Groot-Brittannië beschouwt Iran, net als Amerika, verantwoordelijk voor de aanval op de tankschepen.
Een aantal Europese landen hebben echter afgehouden van steun voor het Amerikaanse standpunt over de verantwoordelijke voor de recente aanval op twee tankers in de Golf van Oman.
De ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Luxemburg, Nederland en Oostenrijk verklaarden maandag 27 Khordad (17 juni) aan de zijlijn van de vergadering van ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie dat zij nog steeds onduidelijkheid hebben over de dader van de aanval en momenteel hun informatie en gegevens met de gegevens van de Amerikaanse regering vergelijken.
Heiko Maas, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, zei in dit verband dat hoewel zijn land de informatie van Amerika en Groot-Brittannië heeft ontvangen, het nog steeds niet tot een definitief oordeel over de dader van de aanval is gekomen. Hij pleitte, met nadruk op de noodzaak van “hoge voorzichtigheid en gevoeligheid” bij het onderzoek van deze kwestie, voor geen overhaasting.
Volgens Alexander Schallenberg, minister van Buitenlandse Zaken van Oostenrijk, is het gevaar dat “er met vuur wordt gespeeld en uiteindelijk iedereen verliest”. Hij voegde eraan toe: “Niemand baat bij snelle en ononderzochte standpuntverklaringen”.
Jean Asselborn, minister van Buitenlandse Zaken van Luxemburg, herinnerde aan de onjuiste Amerikaanse documenten en bewijzen met betrekking tot Iracks toegang tot massavernietigingswapens, wat de basis voor de aanval op Irak in 2003 was, en verzocht de secretaris-generaal van de Verenigde Naties om een onafhankelijke onderzoeksmissie in te stellen voor onderzoek van deze zaak en identificatie van de dader van de aanval.
Bron: DW




