Rekeningen van prominente gezichten die geld inzamelden voor aardbevinginghsslachtoffers geblokkeerd

Op de vooravond van het eerste jaar jubileum van de aardbeving in Kermanshah heeft de houding van de Iraanse regering tegenover prominente personen die probeerden de slachtoffers te helpen, zich in een nieuw incident onthuld. De Iraanse gerechtelijke autoriteiten hebben enkele van deze personen opgeroepen en zelfs hun bankrekeningen geblokkeerd.
De aardbeving van 7,3 op de schaal van Richter in het westen van Iran die in november 2017 plaatsvond, onthulde naast de verwoesting en meer dan 500 doden een ander beeld van het wantrouwen van het volk in de Iraanse regering, zelfs in crisissituaties. Het wantrouwen van het volk in de noodhulporganisaties van de regering was zo groot dat zij geldstortingen op persoonlijke rekeningen van prominente personen prefereerden boven enige regeringsrekening.
Nu dat een jaar voorbij is, trachten autoriteiten, die in de ogen van het volk geen effectieve rol hebben gespeeld in de wederopbouw van de getroffen gebieden, nu op te treden als controleurs tegenover het volk.
De oproep van Ali Daei, een prominent voetbalfiguur in Iran, met betrekking tot bankrekeningen voor het inzamelen van steun voor de slachtoffers van de aardbeving in Kermanshah, heeft opnieuw het onderwerp van gerechtelijke actie tegen prominente personen die wilden helpen aan getroffen gebieden naar voren gebracht.
De Iraanse politie heeft in recente dagen voorlopige oproepen uitgegeven voor prominente personen, waaronder Ali Daei, om uitleg te geven over gelden die op hun rekeningen zijn gestort.
Deze oproepen hebben veel reacties opgewekt, waaronder video’s die Ali Daei op zijn Instagram-pagina heeft gepubliceerd over het bouwproces en steun van het volk aan kinderen in getroffen dorpen van Kermanshah, samen met de volgende woorden: “De bouw van huizen voor mensen gaat door met nog meer vastberadenheid. Als de heren dit toestaan totdat de winter aanbreekt, zullen we onze doelstellingen in de aardbevingsteelde dorpen van Kermanshah bereiken. Mocht er geen obstructie en verstoring zijn, dan zullen spoedig alle dierbare personen in hun eigen huizen worden ondergebracht.”
Sadegh Zibakalam, politicologieprofessor, was een ander prominent gezicht dat op zijn Instagram-pagina aankondigde dat zijn bankrekening in verband met het inzamelen van steun voor aardbevingsslachtoffers was geblokkeerd.
Hij schreef hierover: “Ik ben persoonlijk erg blij met deze maatregel van de gerechtelijke macht en had eerder al gezegd dat ik een schaap heb beloofd als het openbaar ministerie mijn rekening zou sluiten, maar vanwege de verdediging van de bewoners van het dorp Omid en landgenoten die geld op deze rekening hebben gestort, zal ik zowel bezwaar indienen bij de geachte voorzitter van de gerechtelijke macht als een klacht indienen bij commissie artikel 90 van het parlement tegen de gerechtelijke macht.”
Zibakalam publiceerde ook een open brief gericht aan Sadegh Larijani, voorzitter van de Iraanse gerechtelijke macht, waarin hij schreef: “Stel dat er een klacht tegen mij is ingediend op basis van misbruik van verzamelde gelden, in welke rechtbank is deze klacht behandeld en welke uitspraak is gedaan waarin ik schuldig ben bevonden en mijn rekening is geblokkeerd? Het resultaat van het hebben van macht en gezag maar niet verantwoording afleggen, kan niet slechter zijn dan dit.”
Het volk vertrouwt de regering niet
Zibakalam had eerder in een interview met Deutsche Welle gezegd over het wantrouwen van het volk in de regering: “De aardbeving in Kermanshah toonde vanuit sociologisch perspectief dat het wantrouwen van het volk in de regering dieper is dan in 2013. We zagen tekenen van dit wantrouwen in dat jaar, maar functionarissen wilden deze tekenen niet zien. Nu zijn mensen bereid om mensen zoals ‘Sadegh Zibakalam’ te vertrouwen en zeggen zij: we zullen geld op uw persoonlijke rekening storten, maar we geven geen geld aan de Rode Halve Maan, het Imam Khomeini Comité of de lokale moskee en de imam van het vrijdaggebed.”
Ghiasaldin Jafarzadeh, een van de afgevaardigden van Rasht in de Majlis, had ook zijn teleurstelling uitgesproken dat het volk na 39 jaar zegt geen vertrouwen in overheidsinstelling te hebben en zelf hulpverlening aan getroffen gebieden willen organiseren.
Majid Rafizadeh, expert in Midden-Oosterse aangelegenheden, schreef ook in een artikel in de ‘Huffington Post’: “De Iraanse regering zou, gezien de voorgeschiedenis van meerdere aardbevingen, waaronder de aardbevingen in Bam en Rudbar, voldoende bekwaamheid en ervaring bij het omgaan met dergelijke natuurrampen moeten hebben, maar de Islamitische Republiek stelt haar eigen veiligheid en voortbestaan boven het welzijn van het Iraanse volk. De functionarissen van de Islamitische Republiek besteden het meeste van hun tijd aan het terroriseren en executeren van burgers en het onwettig toeëigenen van rijksschatten en het geven daarvan aan de IRGC voor het financieren van regionale plannen en hun gedelegeerde terroristische groepen.”
Het recente optreden van gerechtelijke autoriteiten tegen prominente personen heeft plaatsgevonden in omstandigheden waarin het gebruik van het potentieel van deze personen voor het inzamelen van steun van het volk in de wereld met overheidssteun niet ongebruikelijk is, maar in Iran heeft het wantrouwen van het volk in de regering aan de ene kant en het gebrek aan transparantie in het optreden van de gerechtelijke macht aan de andere kant ertoe geleid dat de regering de weg van obstructie en gerechtelijke actie tegen deze personen heeft gekozen.
Een blik op de recent gepubliceerde oproepen toont aan dat, in tegenstelling tot wat de gerechtelijke macht beweert over transparantie, de actie en oproepen zijn gericht tegen personen die juist regelmatig aan het volk verslag hebben uitgebracht over hun steunactiviteiten.
Bron: Voice of America




