Iran Nieuws

Ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen de Doodstraf; Jaarverslag executies in Iran

Op initiatief van het statistiekbureau van de coalitie van mensenrechtenactivisten in Iran wordt jaarlijks rond 10 oktober, de Internationale Dag tegen de doodstraf, een verslag van het afgelopen jaar op dit gebied gepubliceerd met als doel de aandacht van het publiek te vestigen op de situatie van de duizenden personen die momenteel wachten op de uitvoering van hun doodvonnis.

In het voorliggende verslag staat dat in de periode van 10 oktober 2016 tot begin oktober 2017 minstens 508 personen op verschillende plaatsen in Iran door ophangen zijn geëxecuteerd. Dit aantal is niet alleen niet gedaald in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, maar heeft zelfs een groei van minstens ongeveer 1% laten zien. De uitvaardiging en uitvoering van doodvonnissen tegen burgers in Iran vindt plaats terwijl veel van de verdachten geen toegang hebben gehad tot een rechtvaardige gerechtelijke procedure. Ook moet worden opgemerkt dat vanwege het verbod op activiteiten van onafhankelijke mensenrechtengroepen in Iran het voorliggende verslag niet als volledig kan worden beschouwd.

De voornaamste bron van dit verslag bestaat uit rapporten die zijn opgesteld door het nieuwsorgaan van de coalitie van mensenrechtenactivisten in Iran (HRANA) en andere onafhankelijke en betrouwbare bronnen. Een ander deel van deze verslagen bestaat uit nieuwsberichten of verzamelingen van verklaringen die gerechtelijke autoriteiten officieel hebben verstrekt aan staatsmedia over de uitvaardiging en uitvoering van doodvonnissen voor burgers.

Van 10 oktober 2016 tot begin oktober 2017 zijn 381 rapporten door het statistiekbureau en publicatieafdeling van de coalitie van mensenrechtenactivisten in Iran met betrekking tot executies geregistreerd. Dit omvat veroordelingen tot dood van minstens 223 personen en de uitvoering van doodvonnissen van minstens 508 personen, waarvan 32 personen in het openbaar zijn geëxecuteerd. Van de slachtoffers wier identiteit is vastgesteld, waren 6 vrouwen, en eveneens waren 6 geëxecuteerde personen jonger dan 18 jaar ten tijde van het begaan van het misdrijf.

De executie van verdachten onder de 18 jaar vindt plaats terwijl de rechtbank in enkele gevallen, naast het ontbreken van bewijs en geldige documenten tegen de verdachte, het doodvonnis heeft uitgesproken zonder rekening te houden met de lichamelijke en leeftijdstoestand van de verdachte.

Gedurende de genoemde periode zijn 7 jeugdige daders eveneens ter dood veroordeeld. Deze veroordeelden stellen dat zij in de meeste gevallen onder zware psychologische druk en marteling zijn gedwongen tot zelfbeschuldiging.

De uitvoering van doodvonnissen gedurende de onderzochte periode is niet afgenomen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar en heeft zelfs een groei van ongeveer 1% laten zien. Deze stijging in executies vindt plaats terwijl de uitvaardiging van doodvonnissen met 62% is gedaald. Het aantal openbare executies is met 5% gedaald in vergelijking met dezelfde periode daarvoor, en executies van vrouwen laten een daling van 33% zien.

Volgens dit verslag werden 57% van de geëxecuteerden ter dood veroordeeld wegens drugsgerelateerde misdrijven in Iran, 36% wegens moord, 4% wegens verkrachting, 2% wegens politieke of veiligheidsgerelateerde beschuldigingen en 1% voor overige zaken.

De stijgende statistieken van executies voor drugsmisdrijven vinden plaats terwijl het Iraanse parlement een amendement heeft goedgekeurd dat de wettelijke voorwaarden voor het uitspreken van doodstraffen in verband met drugsmisdrijven beperkter maakt, zodat dit tot vermindering van doodstraffen voor duizenden gevangenen kan leiden. Voor het van kracht worden moet het echter door de Raad der Wijzen worden goedgekeurd.

Zoals opgemerkt, bestaan er ondanks alle inspanningen en druk geen volledige en foutloze statistieken over het aantal uitgevoerde executies. Dit bleek zo erg dat een parlementslid onlangs verklaarde dat de gerechtelijke macht hem geen statistieken over drugsmisdrijven-executies verstrekt.

Het onderstaande diagram toont de verhouding van misdrijven van geëxecuteerde gevangenen, waarin het aantal geëxecuteerde personen voor drugsmisdrijven meer dan twee keer hoger is dan voor andere misdrijven.

De provincie Alborz met haar drie druk bezette en belangrijke gevangenissen van het land, die voornamelijk gebruikt worden voor het vasthouden van personen verdacht van gewelddadige misdrijven, staat met minstens 127 executies gedurende de genoemde periode, waarvan veel groepsgewijze zijn uitgevoerd, aan de top van de lijst van plaats waar ter dood veroordeelden worden geëxecuteerd.

Ook de meeste executies in gevangenissen hebben plaatsgevonden in de provincie Alborz en in de gevangenis Rajai Shahr in Karaj. Gedurende de genoemde periode zijn 73 personen in de gevangenis Rajai Shahr in Karaj geëxecuteerd. De meeste van deze executies hebben groepsgewijze plaatsgevonden.

In het onderstaande cirkeldiagram zijn executies in verschillende provincies van het land onderzocht. Op basis hiervan staat de provincie Alborz met 25% op de eerste plaats, gevolgd door West-Azarbaijan en Gilan met respectievelijk 11% en 6% op de tweede en derde plaats.

Op basis van de gepresenteerde statistieken zijn 6% van de executies in het openbaar uitgevoerd.

De provincies waar de meeste openbare executies hebben plaatsgevonden zijn: de provincie Hormozgan met 7 openbare executies op de eerste plaats en de provincie Razavi Khorasan met 5 openbare executies op de tweede plaats.

Ook het grootste aantal executies op één dag betreft 25 december 2015, toen 18 personen op één dag werden geëxecuteerd.

In dit diagram, dat rechtstreeks verband houdt met geheime executies van gevangenen, zijn executies die door onafhankelijke en mensenrechtenorganisaties zijn gerapporteerd onderzocht. Op basis van dit diagram zijn 82% van de geëxecuteerde personen in het geheim of zonder bekendmaking in de massamedia geëxecuteerd.

 

Bron: HRANA

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security