22 augustus is de internationale dag ter herdenking van slachtoffers van geweld gebaseerd op religie of geloof

De Verenigde Naties hebben 22 augustus aangewezen als de internationale dag ter herdenking van slachtoffers van geweld gebaseerd op religie of geloof.
Terwijl de Islamitische Republiek Iran zich internationaal presenteert als verdediger van mensenrechten op verschillende terreinen, worden religieuze minderheden binnen het land echter geconfronteerd met onderdrukking en schending van fundamentele rechten.
De Verenigde Naties hebben 22 augustus aangewezen als de internationale dag ter herdenking van slachtoffers van geweld gebaseerd op religie of geloof. Deze dag biedt gelegenheid om herinnering op te halen aan de lijdensweg van religieuze minderheden wereldwijd en om de nadruk te leggen op het belang van respect voor religieuze en geloofsvrijheden. Religieuze minderheden in Iran, met name christenen, joden en bahai’s, worden geconfronteerd met voortdurende onderdrukking en schending van fundamentele rechten.
In de afgelopen jaren zijn christenen in Iran geconfronteerd met wijdverbreide arrestaties, sluiting van kerken en sociale druk. Volgens internationale rapporten werden in 2024 meer dan 900 mensen in Iran ter dood gebracht, waarvan velen voor religieuze vergrijpen.
De Joodse gemeenschap in Iran wordt ook geconfronteerd met ernstige bedreigingen. Als gevolg van recente spanningen met Israël hebben Iraanse autoriteiten minstens 24 joden in Teheran en Shiraz gearresteerd. Deze arrestaties gebeurden onder beschuldiging van spionage voor Israël. Hoewel veel van deze personen geen enkele staatsgevaarlijke activiteit hebben ondernomen, zijn zij slachtoffer van onderdrukking geworden vanwege hun toebehoren tot de Joodse gemeenschap.
Bahai’s zijn nog een minderheid die in Iran met systematische schendingen van mensenrechten wordt geconfronteerd. Deze religieuze minderheid is ook uitgesloten van basale rechten zoals het recht op onderwijs, werk en eigendom. In de afgelopen jaren hebben Iraanse autoriteiten minstens 9 bahai’s in Tabriz veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf onder beschuldiging van lidmaatschap van groepen die tegen de Islamitische Republiek optreden. Deze maatregelen geven blijk van discriminatoire en onderdrukkingsbeleid tegen bahai’s.
De Islamitische Republiek Iran maakt religieuze minderheden, met name christenen en joden, instrumentaal voor het bevordering van haar politieke doelstellingen wanneer dit haar uitkomt. Zo maakt zij bijvoorbeeld bij gelegenheden als verkiezingen en religieuze moslimceremoniën zoals Ashura en Arba’in, gebruik van deze minderheden om internationale steun in te trekken, terwijl zij hen op andere momenten afschildert als veiligheidbedreiging, systeemopponenten of spionnen. Deze dubbele benadering getuigt van tegenstrijdig en onmenselijk beleid van de Islamitische Republiek Iran.
22 augustus biedt gelegenheid om herinnering op te halen aan de voortdurende onderdrukking van religieuze minderheden in Iran. De internationale gemeenschap moet door middel van druk op de Islamitische Republiek Iran eisen dat een eind wordt gemaakt aan mensenrechtenschendingen en dat religieuze en geloofsvrijheden worden gerespecteerd in dit land. Alleen dan kan er hoop zijn op verwezenlijking van gerechtigheid en mensenrechten in Iran.




