30 augustus – Werelddag voor slachtoffers van gedwongen verdwijning

Vandaag, 30 augustus, is de Internationale Dag ter herdenking van de slachtoffers van gedwongen verdwijning.
30 augustus is de Internationale Dag ter herdenking van de slachtoffers van gedwongen verdwijning, een dag om degenen die zonder enig teken van leven van ons zijn weggerukt, en hun families die in oneindige onzekerheid en verdriet achterblijven, niet te vergeten. Hoewel deze dag in de wereldkalender voor alle slachtoffers is, heeft deze in Iran een diepere betekenis; een plaats waar geloof en religieuze overtuiging alleen al een voorwendsel kan zijn voor het elimineren en het zwijgen opleggen aan de stem van een mens.
Ook vandaag de dag zijn christenen het doelwit van gedwongen zwijgen door de regering van de Islamitische Republiek. De moderne geschiedenis van Iran staat vol met bittere voorbeelden van christenen die enkel vanwege hun geloof in Christus zijn gearresteerd, verdwenen of in stilte zijn vermoord.
- «Haik Houspianmehr», een vooraanstaande protestantse bisschop, verdween in 1994 nadat hij zich had ingespannen voor de religieuze vrijheid van predikant «Mehdi Dibaj». Enkele dagen later werd zijn levenloze lichaam gevonden, maar er vond geen transparant onderzoek naar zijn dood plaats.
- «Mehdi Dibaj», een predikant die jarenlang in gevangenis zat vanwege afvalligheid, verdween na zijn voorlopige vrijlating die door de inspanningen van Haik Houspianmehr was bereikt, en later werd zijn in stukken gehakt lichaam in het bos gevonden. Zijn enige misdaad was: geloof in Jezus Christus.
- «Hamid Pourmand», een officier van het leger en predikant, werd gearresteerd vanwege zijn geloof en onderging gedurende lange tijd druk in de gevangenis om terug te keren tot het christendom.
- In de afgelopen jaren zijn tientallen christelijke burgers, waaronder Sam en Sassan Khosravi, Yahya Heidari, Maryam en Marjan Fallahi, Pouria Pima en Fatemah Talebi, in revolutionaire tribunalen veroordeeld tot gevangenisstraf, verbanning en beroving van rechten onder vage beschuldigingen zoals «handelingen tegen nationale veiligheid».
Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit tientallen zaken die vaak gepaard gingen met tijdelijke verdwijningen, geheime arrestaties en bedreigingen van families.
De Verenigde Naties hebben herhaaldelijk benadrukt dat gedwongen verdwijning een misdaad tegen de mensheid is. Deze daad beroofd niet alleen het individu van vrijheid, maar werpt families in eindelloze marteling; omdat er geen antwoord is op hun eenvoudige vraag: «Waar is onze dierbare?»
In Iran is deze misdaad echter onderdeel van regeringsbeleid geworden. Geloof in Jezus Christus, het bezitten van een Bijbel of zelfs het houden van een gebedssamenkomst thuis, kan aanleiding zijn voor een gelovige in Christus om te worden ontvoerd en te verdwijnen.
Vandaag, terwijl de wereld de slachtoffers van gedwongen verdwijning herdenkt, rust een zware vraag op de schouders van de mondiale gemeenschap: «Waarom stilzwijgen? Waarom zien we voorbij herhaalde verklaringen geen reactie op het lot van christenen en andere andersdenkenden in Iran?»
Desondanks blijft een waarheid duidelijker dan welke duisternis ook bestaan: Iraanse christenen hebben ondanks druk, bedreigingen en verdwijningen vastgehouden aan hun geloof. Huiskerkjes blijven actief, de evangelie gaat van hand tot hand en de naam van Christus leeft voort in de harten van velen. Deze volharding is zelf het grootste antwoord op het beleid dat het geloof in Jezus Christus tot zwijgen wil brengen.




