Amnesty International veroordeelt toenemende wreedheden in Midden-Oosten

Amnesty International veroordeelt in zijn jaarrapport over het Midden-Oosten het verschijnsel van straffeloosheid van criminelen. De organisatie kritiseerde ook Iran vanwege de gewelddadige onderdrukking van protesten van burgers tegen slechte economische en sociale omstandigheden in het land.
Amnesty International kritiseerde in zijn jaarrapport over de Midden-Oostenregio, dat dinsdag 26 februari werd gepubliceerd, vooral de toenemende gevallen van straffeloosheid van misdadigers en criminelen.
De mensenrechtenorganisatie waarschuwde dat “wereldverschilligheid het vuur van gruweldaden in het Midden-Oosten aanwakkert”.
Amnesty International schrijft in zijn rapport: “De onderdrukking van maatschappelijke activisten en politieke tegenstanders in Egypte, Iran en Saoedi-Arabië is sterk toegenomen.”
Amnesty International zegt: “In de hele regio gebruiken regeringsfunctionarissen willekeurige arrestaties, buitensporig geweld tegen demonstranten en administratieve maatregelen om de maatschappij in te perken.”
Deze mensenrechtenorganisatie zegt dat “wereldverschilligheid ten opzichte van schending van mensenrechten” in 2018 het vuur van “gruweldaden en straffeloosheid” in de regio heeft aangewakkerd.
In het Amnesty International-rapport over de moord op Jamal Khashoggi, een Saudische journalist, in het consulaat van Saoedi-Arabië in Istanbul op 2 oktober 2018, wordt opgemerkt dat “deze zaak niet werd vervolgd met enige concrete maatregel om gerechtigheid te garanderen ten opzichte van de verantwoordelijken voor de moord”.
Amnesty International verwelkomt de “zeldzame maatregelen” van landen als Denemarken en Duitsland die wapenleveringen aan Saoedi-Arabië hebben stopgezet, maar wijst erop dat “belangrijke bondgenoten van Saoedi-Arabië, waaronder de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk, dergelijke maatregelen niet hebben genomen”.
De mensenrechtenorganisatie veroordeelt ook de militaire aanval van Saoedi-Arabië op Jemen en zegt dat de door Saoedi-Arabië geleide militaire coalitie “verantwoordelijk is voor oorlogsmisdaden” en een groot aandeel heeft in het creëren van een “humanitaire ramp” in dit oorlogsgebied.
Amnesty International veroordeelt ook de onderdrukking van deelnemers aan protesten in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, waarvan wordt gezegd dat dit heeft geleid tot de dood van “ten minste 195 Palestijnen, waarvan 41 kinderen waren”.
Amnesty International kritiseert ook Iran, onder meer vanwege de onderdrukking van protesten van burgers tegen slechte economische en sociale omstandigheden in het land. In het Amnesty International-rapport staat in dit verband: “Veiligheidstroepen sloegen demonstranten die geen wapens droegen gewelddadig en verspreidden hen. Ze gebruikten daartoe munitie, traangas en waterkannon, wat leidde tot doden en gewonden.”
Amnesty International spreekt van “oorlogsmisdaden” die Syrië, Libië en Jemen samen met dodelijke conflicten en humanitaire rampen hebben verwoest. In het rapport van deze mensenrechtenorganisatie lezen we dat in deze drie landen “militaire strijdkrachten de huizen van burgers, ziekenhuizen en medische faciliteiten als doelwit hebben gebruikt voor luchtaanvallen en soms zelfs clusterbommen hebben gebruikt, die wereldwijd verboden zijn”.
Amnesty International heeft ook gewezen op enkele vooruitgangen op het gebied van mensenrechten in het Midden-Oosten, die het “lichtpunten van hoop” noemde.
Zo werden in de Maghreblanden (Tunesië, Algerije en Marokko) wetten tegen geweld tegen vrouwen ter hand genomen en in Saoedi-Arabië werd het rijverbod voor vrouwen opgeheven.
Bron: DW




