Bevestiging van 10-jarige gevangenisstraf voor Ares Amiri: Veroordeling zonder juridische documentatie en zonder hoorzitting in hoger beroep

De neef van Ares Amiri, een gedetineerde met dubbele nationaliteit die bij onherroepelijke uitspraak voor 10 jaar is veroordeeld in het hoger beroep, heeft tegen Human Rights Campaign Iran gezegd dat de «onrechtvaardig» vonnis van het hof van beroep vroeg op zondag 27 Mordad aan advocaat Amiri is betekend. Volgens dit vonnis heeft afdeling 36 van het hof van beroep de straf van «10 jaar gevangenis» voor Ares Amiri en «twee jaar werkverbod en uitreisverbod» ter zake van het vermeende «beheer van een staatsomverwerpend netwerk met als doel de omwenteling van de Islamitische Republiek» ongewijzigd bevestigd. Ares Amiri verblijft momenteel in de vrouwenafdeling van Evin-gevangenis.
Mohsen Omrani, de neef van Ares Amiri, zei over de bewijsstukken van de tegen haar ingebrachte beschuldigingen en welk staatsomverwerpingsnetwerk zij zou hebben geleid: «De advocaat en familie van Ares hebben het gerechtshof herhaaldelijk gevraagd welke illegale groep of netwerk Ares zou hebben opgericht of geleid, zodat zij op zijn minst zouden weten waar het om gaat, maar geen enkele naam van een groep of netwerk is in het gerechtshof of in het vonnis genoemd. In werkelijkheid is Ares zonder juridische documentatie en zonder het bestaan van enige groep ter zake van deze beschuldiging en de zware straf veroordeeld.»
Volgens Mohsen Omrani vond de hoorzitting in hoger beroep plaats zonder zijn aanwezigheid en die van zijn advocaat: «Op grond van het verzoek van Ibrahim Raisi om de afhandeling van zaken te versnellen is het niet langer noodzakelijk een hoger beroep in te stellen, maar hoe kan voor een gevoelige zaak als die van Ares, die met een gevangenisstraf van 10 jaar werd geconfronteerd en waarvan de enige hoop op verandering van dit vonnis de verdediging in hoger beroep was, niet nodig worden geacht een dergelijke hoorzitting door te gaan? Zelfs het recht op beroep werd haar ontnomen.»
Mevrouw Amiri schreef onlangs een brief aan Ibrahim Raisi, het hoofd van de gerechtelijke macht, waarin zij stelt dat verantwoordelijken van het Ministerie van Inlichtingen haar hebben verzocht samen te werken, en dat zij na afwijzing van dit verzoek opnieuw is aangehouden en onder de nieuwe beschuldiging van «beheer van een staatsomverwerpingsnetwerk» is vervolgd.
Meneer Omrani zei, stellende dat de familie van Ares Amiri verdrietig is over de bevestiging van dit vonnis: «De familie van Ares is herhaaldelijk bij officials langs geweest voor hulp en heeft ook gunstige beloften ontvangen voor vernietiging van het vonnis, en daarom waren zij hoopvol, maar met de ongewijzigde bevestiging van het gerechtsvonnis raakte hun kind zwaar teleurgesteld.»
De neef van Ares Amiri zei, wijzend op het feit dat Ares geen lichamelijke problemen heeft en zich psychisch probeert energiek en blij te houden, maar dat de werkelijkheid is dat een jong meisje voor een misdrijf dat zij niet heeft begaan onrechtvaardig 10 jaren van haar leven in gevangenis zou moeten doorbrengen. Natuurlijk, hoe energiek zij ook is, zal dit vonnis zijn effect op haar hebben.»
Mohsen Omrani zei over de gevoeligheid van het gerechtshof ten aanzien van British Council, waar mevrouw Amiri voor haar arrestatie werkte: «Ares werkte via een advertentie en als eenvoudige werknemer bij de British Council en zoals British Council officieel heeft verklaard had Ares geen enkele leidinggevende rol in deze organisatie. Ondanks de kreten van de familie en advocaten van Ares hebben de gerechtelijke en veiligheidsdiensten nooit duidelijk gemaakt welke illegale staatsomverwerpingsgroep Ares volgens hen zou hebben geleid die een dergelijke zware straf rechtvaardigt. Interessant genoeg ontbreekt in deze zaak de hypothetische staatsomverwerpingsgroep en de reden voor het beheer van deze hypothetische groep door Ares, en het is onduidelijk welk staatsomverwerpingsnetwerk wordt bedoeld in het tegen Ares gewezen vonnis.»
Bron: Human Rights Campaign




