Braziliaanse president beschuldigt ngo’s

Met de toename van bosbranden in het Amazoneregenwoud wijst de president van Brazilië met beschuldigende vinger naar non-gouvernementele organisaties. Voor Bolsonaro is de verwoesting van regenwouden in de tropische gebieden een soort programma voor economische groei van het land.
De toespraak van Braziliës milieuminister werd begeleid door luid boegeroep en gefluit van het publiek.
Ricardo Sales was naar Salvador gegaan om een toespraak te houden, waar momenteel de klimaatweek van Latijns-Amerika wordt gehouden. Jair Bolsonaro, president van Brazilië, had zijn minister gestuurd om zijn beleid ten aanzien van het Amazonegebied te verdedigen; de minister werd geconfronteerd met spandoeken waarop stond: “Het Amazonegebied brandt”.
Brazilië ondergaat momenteel de ergste bosbranden in recente jaren. Grote delen van het zuiden van het Amazonegebied en de Pantanal (het grootste tropische moerasgebied ter wereld) worden door vlammen geteisterd. Ook in Bolivia en Paraguay is de situatie niet beter en het bos brandt tot aan de grens met Argentinië. Maar de intensiteit van de branden is volgens gegevens van ruimtevaartorganisaties en satellietbeelden van NASA nergens zo ernstig als in Brazilië.
Oorzaken van de branden: Mens en droogte
Alleen in de eerste helft van augustus werden 9.500 branden geregistreerd, een aantal dat tot nu toe in het jaar oploopt tot 72.000 gevallen. Vergelijking van deze cijfers met vorig jaar toont een toename van 80 procent van de branden.
De situatie is verergerd door het aanhoudende droogteseizoen in sommige gebieden waar wekenlang geen regen is gevallen. In deze gebieden is slechts één vonk nodig om vlammen op te laten laait. Maar het kantoor van de milieuorganisatie “Greenpeace” in Brazilië wijst naar menselijke factoren als oorzaak van de branden. Marcio Castorina van Greenpeace Brazilië zegt dat er een duidelijke relatie bestaat tussen de branden en de sterke toename van boomkap in het Amazonegebied, en gelooft dat de huidige regering van Brazilië onder leiding van Bolsonaro het ontbosingproces bevordert.
Bolsonaro streeft naar groei in plaats van bosbesched. Voor hem is het kappen van Amazone-bomen voor landbouw-, mijn- en infrastructuurontwikkeling een soort programma voor economische vooruitgang. Op 10 augustus organiseerden grondbezitters in Pará (een van Braziliës staten) een dag onder de naam “Branddag”, waarna volgens Braziliës nationale ruimtevaartonderzoeksbureau het brendendrama in de regio plotseling toenam.
Milieuactivisten in Brazilië zeggen dat de boodschap van de regering is dat daders en verantwoordelijken voor “milieudelicten en overtredingen” niet worden bestraft. Volgens deze activisten heeft de regering tegelijkertijd ook de juridische middelen tegen deze overtredingen beperkt.
Beschuldigende vinger naar milieuorganisaties
Volgens de regering is iedereen die kritiek uit op de programma’s van de president met betrekking tot het milieu een vijand. Bijvoorbeeld twee landen Duitsland en Noorwegen die hun financiële steun voor de bescherming van tropische regenwouden hebben stopgezet. De president van Brazilië is nog verder gegaan en beschuldigt milieuorganisaties ervan dat zij deze branden zelf hebben aangestoken in vergelding voor de stopzetting van overheidssteun aan deze organisaties. Bolsonaro heeft gezegd dat deze daad (het aansteken van vuur) “een criminele actie kan zijn van non-gouvernementele organisaties die aandacht willen afleiden van mij en de regering van Brazilië”. Hij ziet zichzelf in een “oorlog” met deze organisaties.
Marcio Astorina van Greenpeace-activisten in Brazilië verwerpt deze “ongegronde aanklacht” en zegt dat de regering met deze beschuldigingen de aandacht wil afleiden van de verantwoordelijkheid die op haar rust.
Nu is de president van plan soldaten naar gebieden te sturen die door branden getroffen zijn. Het beste wapen tegen vlammen is regen. Maar ervaringen leren dat Brazilië in september de droogste maand van het jaar tegemoet gaat. De omvang van de branden zal waarschijnlijk in de komende weken verder toenemen.
Bron: DW




