De executie van Haidar Ghorbani, een Koerdische politieke gevangene, moet onmiddellijk worden stopgezet

Na de afwijzing van het verzoek om herziening van de zaak van Haidar Ghorbani, een Koerdische politieke gevangene, door het Hooggerechtshof is de bezorgdheid over zijn dreigende executie toegenomen. De toepassing van uitgebreide lichamelijke en psychische martelingen op deze politieke gevangene en het dwingen tot een televisie-bekentenis, samen met een onrechtvaardige en niet-transparante procesgang in het gerechtelijk apparaat die tot de doodvonnis heeft geleid, is een duidelijk bewijs van de voortdurende praktijk van de rechterlijke macht van de Islamitische Republiek om eigenwijs vast te houden aan de executie van politieke en gewetensgevangenen en een grove schending van de mensenrechten in Iran.
Haidar Ghorbani werd in oktober 2016 gearresteerd en beschuldigd van “medeplichtigheid aan opzettelijke moord” en “samenwerking met een van de oppositiepartijen”. Hij werd tot drie strafsencenzen veroordeeld, in totaal 90 jaar gevangenisstraf en 200 zweepslagen. Later werd hij in een ander geval echter ter dood veroordeeld op beschuldiging van “opstand”.
Talrijke documenten en getuigenissen, waaronder verklaringen van Haidar Ghorbani, tonen aan dat hij tijdens zijn gehele gevangenschap herhaaldelijk is gemarteld om gedwongen bekentennissen af te leggen. Bovendien vond zijn proces plaats zonder vertegenwoordiging door een advocaat.
Hadi Ghaeemi, directeur van de Iran Human Rights Campaign, zei in reactie op de afwijzing van het herzieningsverzoek voor de zaak Haidar Ghorbani door het Hooggerechtshof: “De nalatigheid van de gerechtelijke autoriteiten om dit verzoek in behandeling te nemen, ondanks de schending van de bestaande wetgeving van het land, toont aan dat de gerechtelijke procedures louter formeel zijn in zaken waarvan de uitspraken door veiligheidsinstellingen zijn gedaan”.
Volgens Hadi Ghaeemi “is de onrechtvaardige en niet-transparante behandeling van zaken en het negeren van het recht op verdediging van burgers, in het bijzonder politieke en gewetensgevangenen in het gerechtelijk apparaat van de Islamitische Republiek, een voortdurend patroon geworden, wat resulteert in het gemakkelijk nemen van levens van gevangenen door het ongebreideld uitvaardigen van doodvonnissen.”
De Iran Human Rights Campaign verklaart bezorgd te zijn over de mogelijkheid van een dreigende executie van Haidar Ghorbani en roept de Iraanse gerechtelijke autoriteiten op om deze onhumane straf niet uit te voeren en maatregelen te nemen voor herziening van de zaak van deze politieke gevangene. De afwijzing van het verzoek van Haidars advocaat om herziening door het Hooggerechtshof en het onbeantwoord blijven van vele tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in het dossier, ondersteund door juridische documenten die marteling en voortdurende mishandeling van Haidar Ghorbani en zijn familie bevestigen, onderstreept de noodzaak van een nieuwe en rechtmatige herziening van deze zaak.
Het doodvonnis van Haidar Ghorbani werd op 6 augustus 2020 bevestigd door tak 27 van het Hooggerechtshof, en op 27 augustus 2020 maakte Saleh Nikbakht, de advocaat van Haidar Ghorbani, bekend dat het verzoeking tot herziening was afgewezen door tak 27 van het Hooggerechtshof en het dossier naar het openbaar ministerie en de rechtsraad van Kamyaran werd gestuurd voor uitvoering.
Volgens Saleh Nikbakht “werd het herzieningsverzoek van Haidar Ghorbani door drie rechters van de rechtbank van Sanandaj niet aanvaard. Bijgevolg werd het verzoek om toepassing van artikel 477 in deze zaak voor doorverwijzing naar de voorzitter van de rechterlijke macht afgewezen. Nu is het dossier van mijn cliënt naar de rechtbank van Kamyaran gestuurd voor executie van het vonnis.”
Haidar Ghorbani, een 48-jarige burger uit het dorp “Bazush” in Kamyaran in de provincie Koerdistan, werd op 20 oktober 2016 gearresteerd door veiligheidskrachten in deze stad (Kamyaran). Ghorbani werd gearresteerd omdat op 9 oktober 2016 drie leden van de Revolutionaire Garde in een van de dorpen van Kamyaran om het leven waren gebracht.
Zoals Saleh Nikbakht, de advocaat van Haidar Ghorbani, heeft verklaard: “Haidar was alleen de chauffeur van de auto waarmee de drie personen (leden van de Revolutionaire Garde) om het leven werden gebracht”.
De advocaat van Haidar Ghorbani heeft eerder verklaard dat zijn cliënt tijdens de gerechtelijke procedures “noch het lidmaatschap van Koerdische partijen erkende noch persoonlijk een wapen gebruikte, en daarom kan de beschuldiging van opstand niet op hem van toepassing zijn, maar de conclusie van de rechtbank die het vonnis uitvaardigde is dat hij door medeplichtigheid aan moord feitelijk opstand heeft gepleegd.”
Volgens de Iraanse wetgeving is de beschuldiging van opstand van toepassing op degenen die lid zijn van een groep of organisatie die onder wapens tegen het systeem van de Islamitische Republiek Iran is gekomen en gewapende acties heeft ondernomen.
Op basis van de beschikbare verklaringen en documenten geldt geen van de voorwaarden zoals lidmaatschap van een groep en organisatie die gewapende strijd ondersteunt en het gebruik van wapens voor Haidar Ghorbani, en zijn gedwongen bekentennissen zijn onder de ergste martelingen afgedwongen.
De staatstelevisiemaatschappij van de Islamitische Republiek vertoonde in maart 2018 een documentaire getiteld “Driver of Death” waarin ook gedwongen bekentennissen van Haidar Ghorbani werden uitgezonden.
Nu de mogelijkheid van een dreigende executie van Haidar Ghorbani ernstiger wordt, zijn meer verhalen over lichamelijke en psychische martelingen van Haidar Ghorbani naar buiten gebracht; de verspreiding van een audiobestand van Ibrahim Yousefi die in 2016 in de gevangenis van Kamyaran een celgenoot van Haidar Ghorbani was en gedetailleerde informatie gaf over de gevolgen van martelingswonden op het lichaam van Haidar Ghorbani, bewijst dat Haidar Ghorbani onder marteling tot bekentenis is gedwongen.
Eerder had het netwerk voor mensenrechten van Koerdistan gerapporteerd dat Haidar Ghorbani gedurende meerdere maanden in het informatiebureau van Sanandaj en het inlichtingenbureau van deze stad onder ondervraging en lichamelijke en psychische marteling was gesteld.
Amnesty International kondigde in augustus 2020 in een rapport aan dat “de rechtbank in strijd met de wet vertrouwde op bekentennissen die onder marteling, zonder rechtsbijstand en op het moment dat Haidar Ghorbani het slachtoffer van gedwongen verdwijning was, waren afgelegd,” en riep op tot onmiddellijke maatregelen om het doodvonnis van deze politieke gevangene op te heffen.
In de meest recente poging om de uitvoering van het doodvonnis van Haidar Ghorbani te voorkomen, hebben een groep soennitische geestelijken door het schrijven van een brief aan Ali Khamenei, de leider van de Islamitische Republiek Iran, gevraagd om herziening van het gerechtelijk vonnis en herziening van deze zaak.
Bron: Iran Human Rights Campaign




