Europa begint na een decennium migratiecrisis aan ‘nieuw tijdperk van grenscontrole’

Elf jaar na de historische migrantenstroom naar Europa die het migratiesysteem van de Europese Unie met een van de grootste uitdagingen uit de geschiedenis confronteerde, is het ‘Migratie- en Asilumpact’ eindelijk op 12 juni in werking getreden. Dit wettelijk pakket, het resultaat van jarenlange meningsverschillen, onderhandelingen en onderhandelingen tussen lidstaten, probeert een evenwicht te vinden tussen twee tegengestelde eisen: aan de ene kant stringentere grenscontrole en versnelde terugzending van illegale migranten, en aan de andere kant de verdeling van verantwoordelijkheid tussen EU-landen voor opvang en huisvesting van asielzoekers. Desondanks rijzen er ernstige vragen over de paraatheid van lidstaten, de humanitaire gevolgen en het succes ervan bij het beheersen van toekomstige migratiecrises tegelijk met de invoering van deze regelgeving.
Het nieuwe pact, dat in 2024 werd goedgekeurd en na een voorbereidingsperiode van twee jaar in werking trad, wordt beschouwd als de grootste herziening van het Europese asielstelsel sinds de migratiecrisis van 2015. Die crisis, gekenmerkt door de aankomst van meer dan een miljoen vluchtelingen en migranten, voornamelijk uit Syrië en andere landen in het Midden-Oosten en Afrika, onthulde structurele zwaktes in Europese migratiewetten en creëerde diepe kloven tussen de lidstaten.
Onder de nieuwe regelgeving zullen alle personen die illegaal de buitengrenzen van de Europese Unie binnenkomen, eerst worden onderworpen aan een gezamenlijk screeningproces. Deze beoordeling omvat identiteitscontrole, veiligheidsstatus, fysieke toestand en redenen voor de asielvraag. Voor sommige asielzoekers, met name personen uit landen met een lage asielverleneringsquote, zal de behandeling van dossiers versneld verlopen in grensgebieden, zodat in geval van afwijzing terugzending sneller kan plaatsvinden.
Een van de belangrijkste onderdelen van deze hervormingen is het mechanisme van ‘verplichte solidariteit’ tussen lidstaten. Volgens dit mechanisme is voor 2026 initiële capaciteit voorzien voor de herplaatsing of ondersteuning van ongeveer 21.000 asielzoekers. Landen die geen bereidheid tonen deze personen op te nemen, kunnen in plaats van vluchtelingen op te vangen hun financiële bijdrage betalen aan een gemeenschappelijk EU-fonds; een bedrag dat in de praktijk op ongeveer 20.000 euro per persoon wordt geschat.
De Europese Unie streeft ook naar het opzetten van een uitgebreider informatica- en biometrisch systeem voor registratie van vingerafdrukken, foto’s en antecedenten van migranten. De database ‘Eurodac’, die als ruggengraat van dit systeem wordt beschouwd, ondervond bij de inwerkingtreding van het pact eerste technische problemen; een situatie die zorgen heeft doen ontstaan over de paraatheid van de uitvoeringsinfrastructuur in sommige lidstaten.
Voorstanders van dit pact stellen dat Europa na jaren van politieke meningsverschillen eindelijk een gemeenschappelijk kader voor migratiemanagement heeft bereikt. Zij zeggen dat de nieuwe regelgeving de druk op frontlanden als Griekenland, Italië en Spanje kan verlichten en verantwoordelijkheden kan verdelen onder de EU-leden. Daarentegen waarschuwen mensenrechtenorganisaties en enkele experts dat toenemende grensdetentie, beperkte mogelijkheden om bezwaar in te dienen tegen afwijzingen en versnelde uitzettingsprocedures het recht op asiel moeilijker kunnen maken.
De invoering van dit pact is begonnen terwijl de oppositie van sommige landen aanhoudt. Landen als Polen en Hongarije hebben eerder bezwaar aangetekend tegen de acceptatie van verdeelmechanismen voor vluchtelingen, en dit zou in de komende maanden een belangrijke politieke uitdaging voor de Europese Unie kunnen worden.
In een van de verklaringen over deze hervormingen zei ‘Alessandro Ciriani’, lid van het Europees Parlement dat betrokken was bij het opstellen van regelgeving over ‘veilige’ landen, over het vorige migratiebeleid: ‘Het beleid van open deuren bereikte niet het doel dat het zichzelf had gesteld; namelijk het mensen die hun land verlaten de mogelijkheid geven sociale vooruitgang, levensperspectief en hoopvolle toekomstvisies te bereiken.’
Nu is de Europese Unie in een fase terechtgekomen die velen als een echte test van het nieuwe migratiebeleid van het groen continent beschouwen; een test waarvan het resultaat zal aantonen of Europa erin geslaagd is evenwicht te bereiken tussen grensveiligheid, economische behoeften en humanitaire verplichtingen of niet.




