Goedkeuring van regeringsmaatregel voor huurplafond; een onprofessioneel besluit?

De goedkeuring van de regeringsmaatregel voor huuurverhogingen in Iran door de leiders van de drie machten is uitgegroeid tot een heet discussieonderwerp in de media en sociale netwerken. Deskundigen zeggen dat deze maatregel aantoont dat de regering niet in staat is de woningcrisis op te lossen.
Zaterdagavond, 28 Khordad (18 juni), keurde de Hoge Raad voor Economische Coördinatie van de Islamitische Republiek met aanwezigheid van de leiders van de drie machten de regeringsmaatregel voor het bepalen van huurplafonds goed.
Volgens deze maatregel mogen huiseigenaren de huur in Teheran jaarlijks met maximaal 25 procent en in andere Iraanse steden met 20 procent verhogen.
Rostam Qasemi, minister van Wegen en Stadsplanning, gaf onlangs op zijn persoonlijke Twitter-pagina toe: “Het scherpe zwaard van huurverhogingen ligt op de nek van kwetsbare groepen en het verwijderen ervan vereist een grote, heilige inspanning en een interdepartementale actie.” Hij verwees hiervoor naar een “nieuw pakket om uit deze crisis uit te breken met samenwerking van deskundigen”, dat nu is goedgekeurd door de leiders van de machten.
De regeringsmaatregel is in sociale netwerken en media in Iran een heet discussieonderwerp geworden. Veel gebruikers van sociale netwerken beschuldigen de regering van onmacht op het gebied van de woningcrisis en hebben geschreven over hun “aangstwekkende huurverhogingen” en die van hun familieleden. Verschillende media hebben met waarschuwende titels als “Meneer de president, huurverhogingen hebben de rug van huurders gebroken” of “Het seizoen van lijden voor huurders” gereageerd op de beslissing van de regering.
Een besluit op basis van mening van “deskundigen”
Volgens Rostam Qasemi is het bepaalde plafond het resultaat van “professioneel werk van het marketingreguleringsstafbureau”. Terwijl deskundigen van dit bureau tot de conclusie zijn gekomen dat een jaarlijkse stijging van 25 of 20 procent in overeenstemming is met de inflatie, hebben er in de afgelopen weken veel discussies over plaatsgevonden en hebben veel onafhankelijke deskundigen de regering gewaarschuwd dat een dergelijke maatregel het huutkwestie niet oploost. Zij hebben voortdurend benadrukt dat het bepalen van huurplafonds afhangt van verschillende factoren, waaronder de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt en ook de inflatie.
Een dag vóór de goedkeuring van de regeringsmaatregel publiceerde de afdeling Huisvesting en Bouwen van het ministerie van Wegen en Stadsplanning statistieken die aantoonden dat de gemiddelde huurbetaling per vierkante meter voor een woonunit in Teheran in Ordibehesht van dit jaar een stijging van 50 procent had vergeleken met de laatste maanden van 1400.
De krant Farhangiyan schreef hierover onder verwijzing naar het Iraanse Centraal Statistiekbureau en de centrale bank dat de huurwoningen in de stad Teheran in de afgelopen tien jaar 14 keer zijn gestegen, terwijl het gezinsinkomen in deze periode met 12,6 keer is gestegen.
De krant Armane Melli is ook tot een tegengestelde conclusie gekomen dan wat deskundigen van het marketingreguleringsbureau hebben gevonden. Deze krant schrijft onder verwijzing naar een lid van de makelaarsvakbond: “In slechts de afgelopen drie jaar zijn huurverhogingen tot 300 procent gestegen en het grootste deel van dit getal is gericht op de afgelopen maanden, en men kan zeggen dat huurverhogingen in de afgelopen maanden op een verschrikkelijke manier zijn gestegen.”
Het lid van de makelaarsvakbond in de provincie Teheran zei: “Elk jaar zien we dat de woning van huurders één of meerdere gebieden achtergaat en dit betekent decadentie in de samenleving en cultureel verschil en tegenspraak in een woonwijk en dit veroorzaakt spanning en onrust.”
Hij waarschuwde: “Als deze praktijk doorgaat, zullen we een ramp op de woningverhuurmarkt zien.”
In Duitsland mag het huurplafond voor woningen over drie jaar niet meer dan 20 procent stijgen. In gebieden waar de woningmarkt onder hoge vraagdruk staat, is het huurplafond voor drie jaar op 15 procent gesteld.
Bron: DW




