Huiszoeking en bedreiging van Iraanse joden na de oorlog tussen Iran en Israël

Na de oorlog tussen Iran en Israël is de huiszoeking en druk van veiligheidsinstanties op de joodse gemeenschap toegenomen.
Gepubliceerde rapporten wijzen op de huiszoeking bij twee bekende rabbijnen en enkele geestelijke leiders en hun bedreiging, waarbij waarschuwings- en bedreigingsboodschappen vanuit de Joodse Raad naar de joodse gemeenschap zijn verzonden.
Volgens een geïnformeerde onderzoeker die onderzoek doet naar Iraanse joden, zijn in de afgelopen dagen een aantal hazanim (joodse geestelijken) en twee bekende joodse rabbijnen in Teheran en Shiraz door veiligheidsinstanties ondervraagd en na waarschuwing ook bedreigd.
Volgens de uitspraken van deze onderzoeker hebben de veiligheidsinstanties van de Islamitische Republiek de Joodse Raad van Iran gedwongen bedreigde sms’en naar leden van de Iraanse joodse gemeenschap te verzenden, waarbij deze berichten beginnen met de uitdrukking “Geachte medegelovigen” en hun wordt gewaarschuwd dat enig contact van joden met het buitenland verboden is en dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het uiten van meningen over en het herdelen van inhoud met betrekking tot de oorlog van de afgelopen twaalf dagen.
Ook in een ander bericht dat naar de joodse gemeenschap is verzonden, is hun gevraagd deel te nemen aan een steunbijeenkomst op donderdag 5 Tir met als thema “Steun voor zijn Eminentie Ayatollah Khamenei, de Opperste Leider van de Revolutie en de strijdkrachten van de Islamitische Republiek Iran”.
De genoemde conferentie vond gisteren plaats in de synagoge “Abrisham” in Teheran en een aantal joden die in het Iraanse leger dienen waren aanwezig in militaire uniform en kippa.
“Hamayoun Sameyeh”, vertegenwoordiger van de joden in het Shura-parlement, deelde op deze bijeenkomst mee dat als gevolg van de Israëlische aanvallen op Iran ook enkele huizen van Iraanse joden zijn verwoest, waarover zijn uitspraken zeer brede reacties van de Iraanse joodse gemeenschap in het buitenland uitlokten. Iraanse joden in het buitenland bestempelden dit als ongegrond en stelden zijn uitspraken voor als het gevolg van druk, arrestatie en bedreigingen van veiligheidsinstanties.
“Harrav Gerami”, opperrabbijn van de Iraanse joden, was ook aanwezig op deze conferentie en verklaarde in zijn toespraak: “De joodse gemeenschap van Iran ondersteunt niet alleen haar volk en regering, maar staat ook als één front ter ondersteuning van Iraans grondgebied naast het Iraanse volk.”
De huiszoeking van joodse leiders door veiligheidsinstanties vindt plaats terwijl de joodse en christelijke gemeenschap herhaaldelijk hun loyaliteit aan de Islamitische Republiek hebben bewezen door deze te steunen en bij alle officiële gelegenheden naast de Islamitische Republiek hebben gestaan; echter, zonder rekening te houden met de steun van deze religieuze minderheden, heeft het regime van de Islamitische Republiek hen alleen misbruikt voor de verwezenlijking van zijn doelen, waaronder deelname aan verkiezingen en andere officiële ceremonies, en heeft hen in andere gevallen gearresteerd, lastiggevallen en verolgd.
Deskundigen op het gebied van mensenrechten hebben ook gewaarschuwd dat de joodse gemeenschap van Iran gevangen zit in het politieke conflict tussen Iran en Israël en meer dan voorheen blootstaat aan schending van hun wettelijke rechten en vrijheden.




