Ibrahim Raïssi verdedigt opnieuw zijn rol in de executies van de zomer van 1988

Ibrahim Raïssi verdedigde zich opnieuw voor zijn rol in de executies van duizenden politieke gevangenen in de zomer van 1988 in een interview met het Amerikaanse nieuwsnetwerk CBS News, dat vorige week in Teheran werd opgenomen en zondag 18 september werd uitgezonden.
De Iraanse president zei in dit interview: “Wat hen overkwam was precies passend bij wat zij deden” en beweerde opnieuw: “Zij pleegden aanslagen op mensen en hun misdaden waren onderzocht.”
De executies in de zomer van 1988 vonden plaats op bevel van ayatollah Khomeini, die een commissie van vier personen, bekend als de “Commissie van de Dood”, aanwees om duizenden politieke en ideologische gevangenen die hun straf uitdienden opnieuw te beoordelen.
Het resultaat van deze maatregel was dat duizenden van deze gevangenen in korte tijd werden geëxecuteerd; een maatregel die Hossein-Ali Montazeri, de toenmalige plaatsvervanger van ayatollah Khomeini, in een vertrouwelijke vergadering met leden van deze commissie ook een “misdaad” noemde.
Hossein-Ali Niri, Morteza Eshraqi, Ibrahim Raïssi en Mostafa Pourmohammadi waren de vier juridische functionarissen en hoofdfiguren van de “Commissie van de Dood” bij de executies in de zomer van 1988.
Ibrahim Raïssi had zich eerder, na de presidentsverkiezingen van 2021, ook verdedigd voor zijn rol als officier van justitie bij de executies van 1988 en gezegd dat dit “waardering en aanmoediging” verdient.
Dit terwijl Human Rights Watch in juni dit jaar een onderzoeksrapport publiceerde waarin het stelde dat de executie van duizenden politieke gevangenen in 1988 in de Islamitische Republiek een zaak van “misdaden tegen de mensheid” was.
Meneer Raïssi weigerde in antwoord op een vraag van een CBS News-verslaggever ook de Holocaust te erkennen en zei: “Historische gebeurtenissen moeten door onderzoekers en historici worden onderzocht.”
De Iraanse president voegde eraan toe: “Er zijn aanwijzingen dat deze gebeurtenis (de Holocaust) heeft plaatsgevonden. Indien dit het geval is, sta dan onderzoek en navorsing toe.”
De Holocaust verwijst naar de moord op meer dan zes miljoen Europese Joden tussen 1939 en 1945 door de nazi’s en hun medestanders, maar dit is niet de eerste keer dat ontkenning en twijfel over de Holocaust van de lippen van functionarissen van de Islamitische Republiek komen.
Ayatollah Khamenei, de leider van de Islamitische Republiek, heeft meermaals de realiteit van de Holocaust in twijfel getrokken en zei bijvoorbeeld in een toespraak op 21 maart 2014: “Het is onduidelijk of deze zaak werkelijk heeft plaatsgevonden of niet, of als dit het geval is, in wat voor vorm.”
Ook in de jaren daarvoor ontkenende Mahmoud Ahmadinejad, de toenmalige president, herhaaldelijk de Holocaust en noemde het “een van de grote leugens”, waarop zijn uitspraken ook brede wereldwijde reacties uitlokten.
Ibrahim Raïssi merkte ook op in het interview met het CBS News-netwerk over de onderhandelingen over het herstel van de JCPOA en bracht opnieuw “garanties voor het voortbestaan van een mogelijk akkoord” ter sprake als voorwaarde van de Islamitische Republiek.
Raïssi, die maandag naar New York vertrok om deel te nemen aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, herhaalde in dit interview ook zijn eerdere standpunt over de mogelijkheid van een ontmoeting en gesprek met Joe Biden, de Amerikaanse president, en zei dat volgens hem er “geen verschil” is tussen de prestaties van de regeringen Biden en Trump.
Tegelijkertijd voegde hij eraan toe dat het onderwerp van gevangenenverwisseling tussen Iran en Amerika nog steeds actueel is en noemde Iraanse gevangenen in Amerika “degenen die zijn gearresteerd onder beschuldiging van pogingen om sancties te omzeilen”.
Ondanks het feit dat de onderhandelingen over het herstel van de JCPOA niet tot resultaat hebben geleid en zijn opgeschort nadat de Islamitische Republiek twee voorwaarden heeft gesteld – permanente garanties en het oplossen van resterende kwesties van het nucleaire programma – benadrukte Ibrahim Raïssi dat “gevangenenverwisseling met Amerika een humanitaire zaak en onderzoekswaardig onderwerp is”.
Dit terwijl Robert Malley, speciale gezant van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken voor Iraanse aangelegenheden, eerder heeft benadrukt dat een nucleair akkoord met Iran zonder de vrijlating van Amerikaanse gevangenen onwaarschijnlijk is.
Op dit moment zijn Siamak Namazi, Emad Sharqi en Morad Tahbaz drie Iraans-Amerikaanse burgers die in Iran gevangenzitten onder beschuldigingen van veiligheidskwesties zoals “spionage” of “handelingen tegen de veiligheid van de Islamitische Republiek”.
Ook voorkomt de Islamitische Republiek dat Baquer Namazi, de vader van Siamak Namazi, Iran verlaat en naar Amerika terugkeert.
De Islamitische Republiek Iran wordt beschuldigd van “gijzeling” van personen met dubbele nationaliteit of buitenlanders als onderdeel van pogingen buitenlandse regeringen onder druk te zetten voor de vrijlating van haar eigen gevangenen in andere landen en het bevorderen van haar ambities.
Bron: Radio Farda




