Iran moet de crisis in de bescherming van kinderen aanpakken

Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Meisje vraagt de Human Rights Campaign in Iran de overheid op om de crisis in het land in de bescherming van kinderen aan te pakken en de recent aangenomen richtlijn van de Verenigde Naties uit te voeren, waarin wordt gestreefd naar “het aanpakken van de behoeften en uitdagingen waarmee meisjes worden geconfronteerd.” Deze richtlijn richt zich ook op “het bevorderen van de macht van meisjes en de verwerkelijking van hun mensenrechten”.
Hadi Ghaemi, uitvoerend directeur van de campagne, zei hierover: “Er is geen rechtvaardiging voor gedwongen huwelijken van meisjes, gebrek aan bescherming van kinderen tegen misbruik of executie van kinderen.”
Hij voegde eraan toe: “Miljoen meisjes in Iran worden geconfronteerd met schending van rechten en afwezigheid van wetten en beschermingsmaatregelen die nodig zijn voor hun veiligheid, en dit getuigt van een crisis die de internationale gemeenschap voortdurend moet aanpakken en waarvan de Iraanse autoriteiten moeten worden verantwoordelijk gehouden.”
De Iraanse burgerlijke wet stelt de wettelijke huwelijksleeftijd voor meisjes op 13 jaar, terwijl meisjes onder de 13 jaar ook kunnen trouwen met toestemming van vader en rechter. Volgens schattingen van UNICEF is 17 procent van de meisjes in Iran voor hun 18e verjaardag getrouwd, terwijl recente statistieken die in Iran zijn gepubliceerd aangeven dat 20 procent van de formele huwelijken die in 1396 zijn geregistreerd, betrekking hadden op meisjes onder de 18 jaar. Vijf tot zes procent van de huwelijken in datzelfde jaar betroffen ook meisjes onder de 14 jaar. Deze cijfers weerspiegelen echter niet de werkelijke statistieken van kindhuwelijken in Iran, omdat huwelijken onder de wettelijke leeftijd zelden worden geregistreerd.
Iran staat aan de voorhoede van het executeren van adolescenten in de wereld, wat ook meisjes omvat. Bijvoorbeeld, Zeinab Sekaanvand werd op 17-jarige leeftijd gearresteerd en op 10 september 1397 ter dood veroordeeld wegens moord op haar man, hoewel ze daarvoor klacht had ingediend over fysieke mishandeling door haar man.
De bescherming tegen kindermisbruik is ook ontoereikend in Iran. De huidige wet beschermt kinderen niet tegen fysiek misbruik en vermeldt niet eens seksueel misbruik. De burgerlijke wet en de islamitische strafwet definiëren ook geen beperkingen op lichamelijke bestraffing door ouders. Het voorstel voor de bescherming van kinderen en adolescenten is al meer dan tien jaar niet aangenomen. Bovendien bestaan er zeer zwakke mechanismen voor preventie, rapportage en interventie in gevallen van geweld tegen kinderen in het land.
Kinderarbeid in Iran krijgt ook onvoldoende aandacht en treft zowel meisjes als jongens. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn er ongeveer drie miljoen werkende kinderen in Iran, terwijl Iraanse niet-gouvernementele organisaties dit getal op bijna zeven miljoen kinderen schatten. Veel van deze kinderen zijn meisjes. Irans zwakke toezichtspositie en gebrek aan handhaving van bestaande arbeidswetgeving bevordert het gebruik van kinderarbeid in de economie van het land.
Kwetsbare meisjes, zoals meisjes met een beperking, worden vooral geconfronteerd met een onderwijssysteem dat geen toegankelijkheid en gelijkheid voor hen biedt. Seksueel diverse meisjes, die herhaaldelijk slachtoffer van geweld thuis, op scholen en in de samenleving worden, kunnen geen steun aanvragen zonder het risico van straf en arrestatie. Bovendien is kinderhandel in de sexindustrie nog steeds een onderwerp dat in Iran geen aandacht krijgt.
Meisjes worden op onmenselijke wijze gescheiden van hun gevangen moeders
Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Meisje herdenkt de Human Rights Campaign in Iran meisjes die op onmenselijke en onrechtvaardigde wijze van hun moeders zijn gescheiden, die politieke gevangenen in Iran zijn.
Gabriella Gissou, dochter van Nazanin Zaghari-Ratcliffe, is onlangs naar dit land teruggekeerd om haar vader Richard Ratcliffe te bezoeken en het schooljaar in Engeland te beginnen. Nazanin Zaghari, die onder vage en onbewijsbare spionageanklachten de afgelopen drie jaar in Iraanse gevangenissen heeft doorgebracht en daardoor van haar dochter Gissou is gescheiden, komt sinds het najaar van 1396 en op grond van artikel 58 van de Iraanse islamitische strafwet in aanmerking voor vrijlating. Zij zit echter nog steeds in Evin-gevangenis. Nazanin Zaghari moet onmiddellijk worden vrijgelaten en toegang krijgen tot haar dochter Gissou.
Dochters van andere politieke gevangenen in Iran hebben ook soortgelijke onthemde ervaringen ondergaan. De kinderen van Narges Mohammadi, die vanwege vreedzaam politiek activisme in Iran gevangen zit, zijn bijvoorbeeld permanent beroofd van telefoniecontact met hun moeder en wonen momenteel in Frankrijk. Azadeh Bazargan, moeder van Narges Mohammadi, schreef in een brief die onlangs door het Center for Defenders of Human Rights is gepubliceerd: “In de geschiedenis van de mensheid hebben maar weinig regeringen deze schande op hun voorhoofd gedragen dat zij jonge kinderen zodanig van hun moeder ontheemd hebben dat zij het gezicht en de stem van hun moeder vergeten zijn en in hun kinderdromen tussen hebben en niet-hebben en leven of dood van hun moeder in angst en schrik vervallen.”
De Human Rights Campaign in Iran vraagt de relevante organisaties van de Verenigde Naties, waaronder het bureau van de Secretaris-Generaal, de speciale rapporteur over de situatie van mensenrechten in Iran en andere mechanismen met betrekking tot kinderen, alsmede regeringen over de hele wereld, om aan de Iraanse autoriteiten op alle niveaus aanhoudend te verzoeken ernstige schendingen van de rechten van meisjes aan te pakken en het gebrek aan overheidssteun voor deze categorie kinderen aan te pakken.
Bron: Human Rights Campaign




