MensenrechtenWereldgebeurtenissen

Jaarrapport Amnesty International: 54 procent van alle geregistreerde executies ter wereld vonden plaats in Iran

«Onrechtvaardig, onmenselijk en ineffectief» zijn woorden die Amnesty International gebruikt om de doodstraf te beschrijven en roept opnieuw alle landen op deze straf af te schaffen.

«Onrechtvaardig, onmenselijk en ineffectief» zijn woorden die Amnesty International gebruikt om de doodstraf te beschrijven en roept opnieuw alle landen op deze straf af te schaffen.

Amnesty International maakte in zijn jaarrapport over executies in de wereld, gepubliceerd op dinsdag 24 mei, bekend dat in het jaar 2021 minstens 579 executies wereldwijd werden geregistreerd.

Iran, Egypte en Saoedi-Arabië waren vorig jaar verantwoordelijk voor 80 procent van alle geregistreerde executies ter wereld.

In dit rapport staat ook dat het aantal uitgesproken doodvonnissen dat vorig jaar werd geregistreerd meer dan 2.050 bedroeg, wat een stijging van 39 procent ten opzichte van het vorige jaar betekent.

Deze statistieken zijn zonder executies in China, omdat dit land het aantal executies als staatsgeheim beschouwt en geen statistieken hierover verschaft. Amnesty International stelt echter in zijn rapport dat beschikbare informatie aantoont dat elk jaar duizenden mensen in China ter dood worden veroordeeld en geëxecuteerd.

Amnesty International zegt dat het, behalve China, geen nauwkeurig aantal executies kent in Vietnam, Wit-Rusland en Noord-Korea.

Iran verantwoordelijk voor 60 procent van alle geregistreerde executies in het Midden-Oosten

De Islamitische Republiek Iran nam vorig jaar met minstens 314 uitgevoerde doodvonnissen opnieuw de tweede plaats ter wereld in, na China, en is dus verantwoordelijk voor 54 procent van alle geregistreerde executies in de wereld.

Dit cijfer is het hoogste geregistreerde aantal sinds 2017 in Iran en omvat 60 procent van alle executies in het Midden-Oosten.

Egypte met 83 executies en Saoedi-Arabië met 65 executies nemen plaatsen na Iran in.

Syrië (24 gevallen), Irak (17 gevallen), Jemen (14 gevallen) en de Verenigde Arabische Emiraten met één executie zijn de andere landen in het Midden-Oosten waar executies werden geregistreerd.

Amnesty International zegt dat het werkelijke aantal executies in Iran waarschijnlijk hoger is dan 314, omdat de autoriteiten van de Islamitische Republiek de werkelijke executiecijfers niet vrijgeven en toegang tot deze gegevens, vooral in gebieden met minderheden, moeilijker is.

Van alle geregistreerde executies in Iran betroffen 159 executies de uitvoering van «qisas» vonnis in moordkwesties.

Executies wegens moord in Iran worden uitgevoerd onder de naam «qisas» en voert de gerechtelijke macht, stellende zich te baseren op de Islamitische strafwet, deze uit onder toezicht van de familie van het slachtoffer (de rechtmatige erfgenamen).

Terwijl mensenrechtenadvocaten en -activisten stellen dat op basis van internationaal recht de beslissing over de straf van een misdadiger de verantwoordelijkheid van het gerechtsstelsel dient te zijn.

Vorig jaar werden 132 personen ook geëxecuteerd voor druggerelateerde misdrijven, wat een vijfvoudige toename is ten opzichte van het vorige jaar.

Amnesty International zegt dat op basis van internationaal recht druggerelateerde misdrijven niet als «ernstige misdrijven» kunnen worden beschouwd en de doodstraf hiervoor niet zou mogen worden voltrekt.

Iran en Jemen enige landen die «kindmisdadigers» executeren

Het rapport van Amnesty International toont aan dat in 2021 vier «kindmisdadigers» in de wereld werden geëxecuteerd, waarvan één in Jemen en drie anderen in Iran werden opgehangen.

De drie minderjarige misdadigers die in Iran werden geëxecuteerd, waren Sajad Sanjari, Ali Akbar Mohammadi en Arman Abdol-Ali, die allemaal jonger dan 18 jaar waren toen het misdrijf plaatsvond.

Iran is sinds 1993 lid van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en is verplicht dit uit te voeren, maar is desondanks één van de weinige landen dat met schending van dit verdrag doorgaat met het executeren van misdadigers onder de 18 jaar.

De gerechtelijke macht van Iran stelt zich in dit opzicht op het standpunt van de islamitische wetten en houdt rekening met de religieuze leeftijd van individuen, die in de islam voor meisjes op 9 jaar en voor jongens op 15 jaar wordt gesteld.

Dit onderwerp is in de afgelopen jaren onder zware kritiek komen te staan van de internationale gemeenschap.

«Onrechtvaardig» gerechtelijk proces en toename van executies van etnische minderheden in Iran

Amnesty International zegt dat de regering van Iran executie gebruikt als hulpmiddel voor politieke onderdrukking en dat personen die tot etnische minderheden behoren vaker dan anderen onder vage beschuldigingen als «moharebeh» (oorlog voeren tegen God) ter dood worden veroordeeld.

Volgens dit rapport werden in 2021 minstens 61 Balotsche burgers geëxecuteerd, wat gelijk staat aan 19 procent van alle geregistreerde executies in Iran.

Amnesty International verwijst in dit verband naar de uitvoering van doodvonnissen tegen Mehran Narouyi, een Balotsche burger, en Heyder Ghorbani, een Koerdische burger, en schrijft dat «hun bekentenissen onder druk en foltering waren afgelegd en deze personen werden onthouden van een eerlijk proces.»

Mensenrechtenorganisaties en juristen hebben herhaaldelijk gezegd dat beschuldigingen zoals «boghi» (opstand), «moharebeh», «spionage» en «ifsat fil arz» (bederf op aarde) «vage» beschuldigingen zijn en de regering van Iran dergelijke beschuldigingen meestal als wapen gebruikt om om te gaan met tegenstanders en critici of om etnische minderheden te onderdrukken.

Amnesty International zegt dat de executie van personen die tot etnische minderheden behoren in Khuzestan, Koerdistan en Sistan en Balochistan «deel uitmaakt van een langdurig en diepgeworteld patroon van discriminatie en onderdrukking tegen minderheden» door de autoriteiten van de Islamitische Republiek.

Amnesty International zegt dat de Islamitische Republiek in veel gevallen tot geheime executies is overgegaan en ook heeft geweigerd het lichaam van de geëxecuteerden aan hun families af te geven.

In het rapport staat dat sommige geëxecuteerden in Iran zonder medeweten van hun families op onbekende locaties worden begraven, wat een geval van «gedwongen verdwijning» is.

Amnesty International kritiseert in een deel van zijn rapport ook de gerechtelijke processen in Iran en schrijft dat veel doodvonnissen worden uitgesproken na onrechtvaardig proces en op basis van verklaringen die onder foltering van personen zijn afgenomen.

Streven naar een wereld zonder executie

Volgens het rapport van Amnesty International voerden in 2021 slechts 18 landen ter wereld doodvonnissen uit.

Deze lijst omvat China, Iran, Egypte, Saoedi-Arabië, Syrië, Irak, Somalië, Jemen, Zuid-Soedan, Bangladesh, Wit-Rusland, Botswana, Oman, Noord-Korea, Vietnam, Japan, de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten.

Volgens dit rapport hebben 144 landen ter wereld de doodstraf in hun wetten afgeschaft of hebben zij de uitvoering ervan in de praktijk stopgezet.

Amnesty International zegt dat het zich inspant voor de afschaffing van de doodstraf over de hele wereld en gelooft dat met inspanning van iedereen een wereld zonder executie kan worden bereikt.

Bron: Voice of America

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security