Laatste situatie van Atena Daemi in gesprek met haar vader; zevende dossier geopend voor deze gedetineerde civiele activist

De vader van Atena Daemi, gedetineerde civiele activist in Evin-gevangenis, zegt dat dit het zevende dossier is en momenteel het meest recente dossier dat voor deze politieke gevangene is geopend.
Hossein Daemi, vader van Atena Daemi, civiele activist en gevangene, zei maandag 19 Khordad in een gesprek met Voice of America dat deze civiele activist zondag 18 Khordad zonder haar advocaat aanwezig was overgebracht van de vrouwen-afdeling van Evin-gevangenis naar tak 2 van het openbaar ministerie van de gevangenis, en dat haar de aanklacht “verstoring van gevangenisorderecht door leuzen tegen de Islamitische Republiek op de nacht van 22 Bahman van het jaar 1398” is meegedeeld, een aanklacht die Atena Daemi heeft verworpen.
De vader van deze civiele activist zei tegen Voice of America dat de advocaat van mevrouw Daemi zich tot de gerechtelijke autoriteiten heeft gewend om het dossier in behandeling te nemen, maar omdat het dossier nog in de vooronderzoeksfase is, heeft hij geen antwoord ontvangen en zal de advocaat naar het openbaar ministerie gaan in de hoop dat ditmaal toestemming wordt gegeven tot inzage in het dossier.
Volgens Hossein Daemi is eerder reeds een ander dossier voor Atena Daemi geopend, dat tot op heden ondanks het houden van één rechtszitting nog geen vonnis van de gerechtelijke autoriteiten heeft opgeleverd, en is medegedeeld dat dit dossier vanwege gebrek in het dossier nog in behandeling is. Hij zegt dat dit het geval is terwijl deze civiele activist op 29 Mehr 1393 werd gearresteerd en sinds 6 Azar van het jaar 1395 zonder één dag verlof haar vonnis van 5 jaar gevangenisstraf uitdient.
Op basis van beschikbare informatie zal het vonnis van 5 jaar gevangenisstraf voor Atena Daemi op 14 Tir eindigen. Maar ondanks dit zal volgens haar vader, deze civiele activist, daarna een vonnis van 2 jaar en één maand gevangenisstraf vanwege de aanklacht “belediging van de opperbevelhebber”, dat op 14 Shahrivar 1398 door tak 36 van het Hooggerechtshof van de provincie Teheran is uitgesproken, ten uitvoer worden gelegd.
De heer Daemi verwijzend naar de talrijke ziektes van deze gedetineerde civiele activist, waaronder MS en trillingen in handen en voeten, waarvoor zij moet worden overgeplaatst naar een ziekenhuis buiten de gevangenis voor behandeling, zegt dat vóór de uitbraak van het coronavirus met veel inspanningen en met goedkeuring van de onder-gerechtsdeurwaarder werd afgesproken dat mevrouw Daemi naar een ziekenhuis buiten de gevangenis zou worden gebracht; maar met de uitbraak van dit virus werd haar overbrenging naar het ziekenhuis geannuleerd en zelfs ondanks een omzendbrief van de gerechtelijke macht die begin Esfand van vorig jaar na de uitbraak van het coronavirus en de verspreiding ervan in de Iraanse gevangenissen was uitgegeven, werd haar geen verlof of voorwaardelijke vrijlating gegeven.
De vrijlating van een aantal gevangenen begon op woensdag 7 Esfand met de uitvaardiging van een nieuwe omzendbrief van de voorzitter van de gerechtelijke macht, terwijl daarop wordt gesteld dat met inachtneming van bepaalde voorwaarden bevel tot beperkt verlof voor een groep van ter gevangenis veroordeelde gevangenen is gegeven. In een van de bepalingen van die omzendbrief staat dat die politieke gevangenen die wegens “handelingen tegen de nationale veiligheid” tot meer dan 5 jaar gevangenisstraf zijn veroordeeld “van zending naar verlof zijn uitgesloten.” Dit terwijl het merendeel van de politieke gevangenen met die aanklacht vonnissen van meer dan 5 jaar hebben.
Hossein Daemi zei in zijn gesprek met Voice of America, terwijl hij zijn bezorgdheid uitte over de verspreiding van het coronavirus in Evin-gevangenis, dat gezien het naderende einde van het vonnis van 5 jaar gevangenisstraf van zijn dochter werd verwacht dat naar aanleiding van de omzendbrief van de gerechtelijke macht zij ook zou worden vrijgelaten, maar ze hebben haar noch vrijgelaten noch verlof gegeven. De heer Daemi zei dat zijn dochter “nog altijd in de gevangenis zit en andere gevangenen die naar verlof waren gestuurd opnieuw naar de gevangenis zijn teruggekeerd.”
De vader van Atena Daemi beschreef de gezondheidssituatie in Evin-gevangenis op droevige toon: “De gevangenis [Evin] heeft niet de noodzakelijke faciliteiten, noch een ziekenhuis, polikliniek en laboratorium waar onze kinderen heen zouden willen gaan om zich te laten onderzoeken om duidelijk te maken of zij met dit virus zijn besmet of niet.”
De heer Daemi benadrukte aan het einde van zijn gesprek met Voice of America: in de huidige omstandigheden waarin “onze kinderen in gevaar verkeren, wensen de families van gevangenen de vrijlating van hun kinderen en verzoeken wij de autoriteiten Atena vrij te laten. Het hoort niet dat zij in de gevangenis zit, zij is een civiele activist en mensenrechtenactivist, haar zorgen zijn menselijk en voor vrije mensen en het is niet nodig dat zij in de gevangenis verblijft.”
Mike Pompeo, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, zei woensdag 6 Farvardin in een persconferentie: “We hebben niet alleen Syrië, maar ook de Islamitische Republiek Iran gevraagd in deze omstandigheden niet alleen Amerikaanse burgers, maar iedereen die onrechtvaardig in de gevangenis is belandt, vrij te laten. Dit is een humanitaire actie en afgezien van het feit dat deze personen illegaal in de gevangenis zijn belandt, dicteert in deze omstandigheden het principe van menselijkheid dat zij uit de gevangenis worden vrijgelaten.”




