Iran Nieuws

Naschokken van CFT-goedkeuring; van doodsbedreigingen tot bedreigingen om het parlement te bombarderen

Tegenstanders van Irans toetreding tot het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme zijn niet stil blijven zitten na goedkeuring ervan in het parlement. De bedreigingen gaan door. Sommige parlementsleden hebben doodsbedreigingen ontvangen. Sommige berichten spreken van “het parlement bombarderen”.

De goedkeuring van Irans toetreding tot het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme in het Iraanse parlement heeft verschillende reacties uitgelokt onder voorstanders en tegenstanders van het wetsvoorstel. Tegenstanders, die vanaf het begin aanvallen en zelfs bedreigde sms’jes naar adres van parlementsleden hadden gestart, gaven niet op na de goedkeuring van het wetsvoorstel over Irans toetreding tot CFT en zetten hun aanvallen voort. Zelfs sommige parlementsleden kondigden op maandag 16 Mehr (8 oktober) aan dat ze “met de dood bedreigd” of “met bombardement bedreigd” waren.

Tegenstanders van Irans toetriding tot het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme, en met name radicale conservatieven, zouden nu hun hoop volledig op de Raad der Bewakers moeten stellen. Maar gezien de stellingname van gisteren van het kantoor van de leider van de Islamitische Republiek ten aanzien van dit wetsvoorstel, die door Ali Larijani, voorzitter van het parlement, werd voorgelezen, is het moeilijk geworden om de reactie van de Raad der Bewakers in te schatten.

Het kantoor van de leider van de Islamitische Republiek schreef namens Ali Khamenei: “Wat ik in een ontmoeting met parlementsleden heb gezegd over de vier wetsvoorstellen en verdragen, had betrekking op het principe van de verdragen en niet op een specifiek verdrag. Daarom heb ik geen bezwaar tegen het onderzoeken van deze wetsvoorstellen in het parlement zodat deze hun wettelijke weg kunnen volgen.”

Dit gebeurde terwijl de leider van de Islamitische Republiek op 30 Khordad vorig jaar zijn duidelijke bezwaar tegen het wetsvoorstel over Irans toetreding tot het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme had uitgesproken en de parlementsleden had gevraagd andere wetten in deze sector aan te nemen.

Standpunt Raad der Bewakers: het is nog te vroeg

De eerste reactie van de Raad der Bewakers toonde ook twijfel van dit benoemde orgaan over de goedkeuring van “CFT”. Abbas Ali Kadkhodai, woordvoerder van de Raad der Bewakers, zei gisteren: “Het is nog te vroeg om een standpunt in te nemen. Het parlement heeft het goedgekeurd, maar het is nog niet bij ons ingediend. Het moet eerst naar de Raad der Bewakers worden gezonden zodat wij, God willende, ons standpunt kunnen innemen. Zolang het niet naar de Raad der Bewakers komt, heb ik geen enkele mening.”

Kadkhodai zei ook dat de “gelegenheid” om twee andere wetsvoorstellen met betrekking tot FATF (Financial Action Task Force) te behandelen, namelijk het wetsvoorstel over toetreding tot het Verdrag van Palermo en wijziging van de wet tegen witwassen, niet was ontstaan en dat deze wetsvoorstellen ook “deze week op de agenda” van de Raad der Bewakers staan. De woordvoerder van de Raad der Bewakers schreef ook op Twitter dat het onderzoek van dit orgaan naar het “CFT”-wetsvoorstel “net als andere besluiten” zal geschieden en met “de norm van de grondwet en religieuze beginselen”.

“Een glanzend voorbeeld van democratie” voor aanhangers van de regering

Het is duidelijk dat de regering ook het bezwaar van de Raad der Bewakers vreest. Hossein Asna, adviseur van de Iraanse president, schreef op zijn Twitter-account, stellende dat “de vastgestelde conservatieven in het parlement hun taken hebben vervuld”, dat “het volgende stadiums rest, en zeker zullen de vastgestelde conservatieven in de andere instellingen ook hun taken goed vervullen.” “Vastgestelde conservatieven in andere instellingen” is een niet erg verborgen verwijzing naar de Raad der Bewakers of, onder bepaalde omstandigheden, de Raad voor Onderscheiding van Belang van het Stelsel, die volgens Hassan Rouhani’s adviseur hun “taken goed” moeten vervullen.

Mahmoud Vaezi, hoofd van het presidentiële bureau, sprak ook zijn “waardering” uit voor het parlement en beschouwde de goedkeuring van het CFT-wetsvoorstel in de Iraanse wetgevende macht als “een machtige vertoning van eenheid, democratie en politieke dynamiek” en zei dat parlementsleden “uiteindelijk hebben gestemd voor wat in het belang van de nationale belangen en het heilige systeem van de Islamitische Republiek was.”

Hamid Aboutalebi, politiek adjunct van het presidentiële bureau, begroette gisteren Irans toetreding tot het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme en schreef onder meer op Twitter: “Parlementsleden hebben aangetoond dat de nationale veiligheid van het land en de belangen van het Iraanse volk voorop stonden in hun besluitvorming en dat zij toekomstige uitdagingen met wijsheid en standvastigheid zouden aanpakken.”

Hamid Baeidinejad, Irans ambassadeur in Groot-Brittannië, noemde het proces van goedkeuring van het CFT-wetsvoorstel in de Islamitische Consultatie-raad “een glanzend voorbeeld van democratie” en schreef op Twitter: “Met deze resolutie werden de vier juridische verplichtingen van ons land ten aanzien van FATF financiële en bankingstandaarden door het parlement goedgekeurd en voltooid.”

“Zwarte dag” voor radicale tegenstanders in het parlement

De reacties hadden echter ook een ander aspect. De dag van goedkeuring van het wetsvoorstel over Irans toetreding tot het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme was een moeilijke dag voor hardnekkige tegenstanders. Nader Ghazi Pour, lid van de loyaliteitsfractie in het parlement, noemde de dag van goedkeuring van het CFT-wetsvoorstel een “zwarte dag” van de Islamitische Consultatie-raad en zei in een tussentijdse toespraak in de openbare zitting op zondag: “Militaire functionarissen hebben de gevaarlijke nadelen van dit wetsvoorstel uiteengezet, maar regeringsfunctionarissen spraken tegen hen in en drongen aan op FATF-goedkeuring, en uiteindelijk werd een beschamende verdrag zoals Parijs, Golestan en Turkmenistan voor de tweede keer in het parlement goedgekeurd. Het volk had 120 tegen stemmen.”

De verklaringen van Ghazi Pour geven de mate en diepte aan van de oppositie van Irans radicalen tegen de goedkeuring van de vier wetsvoorstellen met betrekking tot “FATF”. Natuurlijk beperkt de oppositie zich niet alleen tot felle openbare verklaringen. Parlementsleden hadden ook bericht ontvangen van “bedreigde sms’jes” en op zondag bevestigde Ali Larijani ook tijdens de behandeling van het wetsvoorstel het verzenden van deze berichten en zei: “Het parlement is volwassener dan dat een paar sms’jes zijn mening veranderen.”

Gisteren, gelijktijdig met het begin van de behandeling van het “CFT”-wetsvoorstel in het parlement, verzamelden tegenstanders van de goedkeuring ervan zich ook voor het Iraanse parlementsgebouw en eisten dat parlementsleden tegen het wetsvoorstel zouden stemmen. Maar het lijkt erop dat de goedkeuring van het wetsvoorstel geen einde aan de bedreigingen heeft gemaakt.

Dreiging met “het parlement bombarderen”

Parvane Salehshouri, lid van het parlement voor Teheran, onthulde gisteren op haar Twitter-account haar doodsbedreigingen en schreef: “Tot gisteren was het scheldwoorden. Vanaf gisteravond doodsbedreigingen van tegenstanders van de goedkeuring van wetsvorstellen tegen witwassen en terrorismefinanciering. Mijn naasten weten dat ik dertig jaar extra leven van God heb gekregen en ik ben niet bang voor bedreigingen. Ik zeg trots dat ik tegen degenen die terreur steunen in Iran en ter wereld heb gestemd. Trouwens, ik ga ook niet naar het zwembad. Denk aan een ander plan.”

Tayyebeh Siavoshi, een ander lid van het hervormingsgezinde parlement, deelde ook een bedreigend bericht dat ze zondagavond ontving op Twitter. In dit bericht staat: “Bij God, als u voor deze wetsvoorstellen stemt, bombarderen we het parlement.” Siavoshi schreef: “Ze zijn van plan het parlement te bombarderen! Waar komen deze sms’jes en rare organisaties vandaan? Deze bedreigingen lijken tot diep in de nacht door te gaan en zijn niet te stoppen.”

Mohammad Reza Badamchian, lid van de Hope-fractie in het parlement, zei tegen het staatspersbureau IRNA, stellende dat “ze parlementsleden willen intimideren”: “Al geruime tijd worden bedreigde sms’jes over het CFT-wetsvoorstel naar parlementsleden gestuurd. We hadden gedacht dat deze berichten na behandeling en goedkeuring van dit wetsvoorstel zouden eindigen, maar deze berichten gaan nog steeds door en hebben een vervloekingskarakter aangenomen.”

Volgens Badamchian: “Degenen die deze berichten sturen, zeiden tot gisteren ‘doen dit en doen dat niet’; sinds gisteren en na goedkeuring van dit wetsvoorstel is de toon van hun berichten veranderd en zeggen ze ‘wee je’.”

Deze hervormingsgezinde vertegenwoordiger reageerde ook op de bijeenkomst van gisteren voor het parlement door te zeggen dat “mensen worden aangemoedigd om voor het parlement te komen en te schreeuwen. We hebben gehoord dat deze mensen via een bepaald geografisch traject en wijken per bus voor het parlement zijn gebracht; dit is echt niet waardig voor het beschaafde volk van Iran.”

Het gebruik van “chemische wapens in cyberspace”

Mohammad Javad Zarif, Irans minister van Communicatie en Informatietechnologie, zei gisteren, verwijzend naar sms’jes met betrekking tot de goedkeuring van het wetsvoorstel over Irans toetreding tot “CFT”: “We moeten voorzichtiger zijn zodat sommigen hun medestanders niet misbruiken door chemische wapens in cyberspace in te zetten tegen openbaar vertrouwen.”

De Iraanse minister van Communicatie voegde eraan toe: “Sommigen hebben gisteravond in cyberspace oneerbiedigheid jegens de voorzitter van de Islamitische Consultatie-raad getoond en dit is een duidelijk voorbeeld van het gebruik van chemische wapens door medestanders.” Mohammad Javad Zarif benadrukte: “Sommigen weten niet dat het gebruik van chemische wapens door medestanders een schadelijker effect heeft op het aantasten van openbaar vertrouwen. Wat betekent het dat sommigen in de kleding van medestanders functionarissen van het systeem ervan betichten medeplichtigheid te zijn, behalve het gebruik van chemische wapens tegen medestanders?”

Mohammad Ali Vakili, lid van de presidium van het parlement, zei vandaag dat de bedreigde sms’jes die naar parlementsleden worden gestuurd “eerst met belediging en doodsbedreigingen van Ali Larijani, voorzitter van het parlement, beginnen en vervolgens andere parlementsleden bedreigen en beledigen.”

Alireza Rahimi, lid van de presidium van het parlement, zei gisteren, verwijzend naar “bedreigde” sms’jes naar parlementsleden, dat de bron van de meeste ervan de provincies Khorasan en Isfahan waren en zei: “In feite hebben tegenstanders, inclusief lijkwassen dragers en sommige studenten, onder verschillende omstandigheden diepgaande deskundige debatten naar de straten gebracht en op dezelfde manier is er ook een tribunaal in de IRIB ter beschikking gesteld.”

De adjunct-gouverneur voor politieke, veiligheids- en sociale zaken van de provincie Razavi Khorasan zei ook dat anti-FATF-sms’jes vanuit een husseiniya aan de Chamran-straat in Mashhad naar parlementsleden worden gestuurd. Volgens Mohammad Rahim Nourozian werd een persoon met de naam Kh.M., die voormalig lid van de gemeenteraad van Mashhad was, beschouwd als de “belangrijkste instigator” van het verzenden van sms’jes, en deze zaak maakte hij openbaar bekend en was het geen geheim zaak. In de lijst van leden van de gemeenteraad van Mashhad was er een persoon genaamd Khalil Mohammadi Mohassil Toos, lid van de vierde periode (2013-2017).

Tegelijkertijd beschuldigde de vice-voorzitter van de onafhankelijke loyaliteitsfractie in het parlement ook de IRIB van het Iraanse systeem ervan dat hij “in harmonie” met een “minimale groep” tegen FATF werkt. Gholam Ali Jafarzadeh Imamabadi, verwijzend naar de uitzending van een “anti-FATF documentairerapport” op Iraanse televisie, waarvan de hoofd door de leider van de Islamitische Republiek wordt benoemd, zei: “IRIB zou een plek voor meningsverschillen moeten zijn en in de letterlijke zin van het woord ‘nationaal’; maar helaas zijn we getuige van dat door politieke manipulatie de richting van IRIB zodanig is dat het lijkt alsof het de publieke opinie dwingend in een bepaalde richting wil sturen.”

“Codewoord” van Zarif volgens Karimi Qadoosi

Javad Karimi Qadoosi, een radicale conservatief en een van de hardnekkigste tegenstanders van de goedkeuring van FATF-gerelateerde wetsvoorstellen, is een van degenen die felle reactie op de uitspraken van gisteren van Irans buitenlandse minister in het parlement hebben getoond en de goedkeuring van het “CFT”-wetsvoorstel impliciet beschouwen als een soort terugtrekking die vervolgens ook herziening van de regionale en raketprogramma’s van de Islamitische Republiek zou kunnen inhouden.

Mohammad Javad Zarif, die aanwezig was in de openbare zitting van het parlement om het “CFT”-wetsvoorstel te verdedigen, had onder meer gezegd: “Noch ik noch de heer president garanderen dat door toetreding tot het Verdrag ter voorkoming van financiering van terrorisme de problemen van het land zullen worden opgelost. Maar we geven deze garantie dat Amerika zonder toetreding tot dit wetsvoorstel belangrijke preteksten zal hebben om onze problemen te vergroten.”

Karimi Qadoosi, bij uitleg van het “codewoord” van Zarif, schreef in een reeks tweets: “Op basis van hun en de president’s beleid; nadat alle deze overeenkomsten zijn geaccepteerd en de problemen opnieuw niet zijn opgelost, als u de heer minister nogmaals zou vragen, wat moet dit volk na het JCPOA en FATF doen om problemen op te lossen?! Ze zullen zeker antwoorden het raketprogramma opgeven en de weerstandsbeweging niet meer steunen.”

Intussen heeft Mahmoud Ahmadinejad, Irans voormalige president, die al enige tijd naar de rand van de macht is verdreven, impliciet bezwaar gemaakt tegen de goedkeuring van het “CFT”-wetsvoorstel. Ahmadinejad schreef op zijn Twitter-account: “Geen internationaal verdrag mag zonder stemming en goedkeuring van het Iraanse volk worden ondertekend.”

 

Het belang van de vier wetsvoorstellen voor Iran

De Islamitische Consultatie-raad plaatste vier wetsvoorstellen op haar agenda om aan de veiligheid van volledige blokkade van bankoverboekingswegen te ontsnappen met de komst van Amerikaanse sancties: het wetsvoorstel over Irans toetreding tot het Verdrag ter bestrijding van transnationale georganiseerde misdaad, bekend als het “Verdrag van Palermo”; het wetsvoorstel over Irans toetreding tot het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (CFT), het wetsvoorstel tot wijziging van de wet tegen witwassen en het wetsvoorstel tot wijziging van de wet ter bestrijding van terrorismefinanciering.

Het parlement, naast het wetsvoorstel over Irans toetreding tot “CFT”, heeft ook drie andere wetsvoorstellen goedgekeurd. Hoewel deze wetsvoorstellen, met uitzondering van het wetsvoorstel tot wijziging van de wet ter bestrijding van terrorismefinanciering, tegen bezwaar van de Raad der Bewakers zijn aangelopen.

Minder dan een maand geleden wees de Raad voor Onderscheiding van Belang ook een van de FATF-gerelateerde wetsvoorstellen, namelijk het wetsvoorstel tot wijziging van de wet tegen witwassen, af als onverenigbaar met “het beleid voor het verzet van de economie, bevordering van investeringen, voedselzekerheid en economische veiligheid” en wees dit af met verwijzing naar de “gevaren” voortvloeiend uit de goedkeuring van een dergelijk wetsvoorstel.

Desondanks beschouwen veel aanhangers van de goedkeuring van de vier wetsvoorstellen de standpunten van de Raad voor Onderscheiding van Belang als “adviserend” en beschouwen zij de instantie die verantwoordelijk is voor dergelijke “vitale” wetsvoorstellen niet als deze raad, maar als de Nationale Raad voor Veiligheid. Het Iraanse onderhandelingsteam, dat momenteel in gesprekken met de Europese Unie is betrokken om het JCPOA te behouden, had eerder zijn boodschap over de noodzaak van goedkeuring van de vier wetsvoorstellen ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering aan het parlement doorgegeven.

De goedkeuring van de vier wetsvoorstellen, inclusief toetreding tot het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme, is noodzakelijk om de internationale bankbeperkingen voor Iran te doorbreken. Het afvlakken van dit pad zonder samenwerking van de Islamitische Republiek met “FATF”, onder welks verdrag deze werkt, is onmogelijk. Een van de aanbevelingen van de intergouvernementele organisatie Financial Action Task Force is het creëren van “internationale standaarden” voor bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Deze groep, die de activiteiten van Iran en de mate van vooruitgang van dit land in de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering in de gaten houdt, gaf in het begin van juni vorig jaar de Islamitische Republiek drie maanden extra om, door aan de voorwaarden van deze organisatie te voldoen, de voorwaarden voor volledige verwijdering uit de “zwarte lijst” te scheppen.

 

Bron: DW

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security