Onderdrukking van religieuze minderheden in Iran; Burger veroordeeld tot 7 jaar gevangenis wegens bahá’í-geloof en verzending van mening naar Voice of America

Farid Ziraki Moghadam, een bahá’í-burger woonachtig in Birjand, is in twee afzonderlijke zaken tot in totaal zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld. Naar verluidt is een van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen het verzenden van zijn mening over religieuze minderheden in de vorm van een audiobestand naar Voice of America.
Een geïnformeerde bron meldde maandag, 3 Shahrivar, in gesprek met Voice of America dat deze bahá’í-burger, woonachtig in Birjand, die eind Mordad van vorig jaar door veiligheidskrachten was gearresteerd, door de eerste afdeling van het Revolutionaire Gerechtshof van Birjand onder voorzitterschap van rechter Jafar Islamkhah tot zes jaar gevangenis is veroordeeld op beschuldigingen als “lidmaatschap van bahá’í-organisaties” en “propaganda tegen het systeem”, en door afdeling 102 van het Strafrechtelijke Gerechtshof van de twee districten Birjand tot één jaar gevangenis wegens “belediging van heilige zaken”.
Deze geïnformeerde bron, die om veiligheidsredenen anoniem wenste te blijven, vertelde Voice of America dat de gevangenisvonnissen tegen dhr. Ziraki Moghadam zijn uitgesproken terwijl hij tijdens het gerechtelijk onderzoek geen toegang had tot een advocaat. Ook nadat hij een advocaat kreeg, weigerde de rechter in het Revolutionaire Gerechtshof van Birjand de verdedigingsadvocaat van deze bahá’í-burger toestemming om zijn cliënt te verdedigen. Tijdens de behandeling van de zaak bij het Strafrechtelijke Gerechtshof van Birjand had hij evenmin toegang tot een advocaat.
Volgens deze geïnformeerde bron waren de tegen dhr. Ziraki Moghadam uitgesproken vonnissen gebaseerd op een rapport van de Inlichtingendienst van de provincie Zuidoost-Khorasan, die hem op grond van zijn lidmaatschap van meerdere kanalen van bahá’í-volgelingen en mensenrechtencircuits strafwaardig achtte.
Verder stelde deze geïnformeerde bron dat een van de voorbeelden van de beschuldiging van “propaganda tegen het systeem” tegen Farid Ziraki Moghadam het verzenden van zijn mening in audiobestandsvorm naar het Voice of America-programma was, met betrekking tot religieuze minderheden. Zijn ondervrager tijdens de arrestatie beschouwde het uiten en verzenden van zijn mening naar Voice of America als een voorbeeld van communicatie “met personen buiten het land en vijandige media”.
Deze bewering komt voort uit het feit dat Voice of America als mediakanaal zijn publiek in Iran vraagt berichten in te dienen over diverse economische, politieke en sociale kwesties ter verspreiding via Voice of America, zodat deze via dit mediakanaal aan anderen kunnen worden doorgegeven.
Volgens beschikbare informatie werd Farid Ziraki Moghadam op 12 Mordad 1398 door veiligheidskrachten in de stad Birjand gearresteerd. Na 34 dagen hechtenis werd hij tegen betaling van een borgsom van 150 miljoen toman voorlopig en tot het einde van de gerechtelijke procedures uit de openbare detentieruimte van Birjand vrijgelaten.
Deze geïnformeerde persoon zei voorts tegen Voice of America: “Farid Ziraki Moghadam, die nu 25 jaar oud is, is tot gevangenis veroordeeld terwijl familieleden van hem door lichamelijke problemen werkonbekwaam zijn. Het onderhoud van het gezin rust volledig op zijn schouders. Indien deze bahá’í-burger ter uitvoering van het vonnis naar de gevangenis zou moeten gaan, zou dit de steun van zijn gezin verbreken.”
Dit is niet de eerste keer dat een burger vanwege contact met Voice of America met gevangenisvonnissen wordt geconfronteerd. Eerder was een van de beschuldigingen tegen Amir Salar Davoudi, advocaat in mensenrechtenzaken die tot 30 jaar gevangenis is veroordeeld, “samenwerking met vijandige staten door middel van een interview met het Voice of America-televisiestation”.
Sam Brownback, ambassadeur van de Verenigde Staten voor internationale religieuze vrijheid, zei op 25 Ordibehesht tijdens een speciale persconferentie in Washington: “Bahá’í’s in Iran, en helaas in enkele andere landen ter wereld, worden blootgesteld aan ernstige vervolgingen en beledigingen.”
De Commissie van de Verenigde Staten voor internationale religieuze vrijheid uitten begin Ordibehesht in haar jaarlijkse rapport opnieuw bezorgdheid over de toestand van religieuze en kerkelijke vrijheden in Iran. In een deel van dit rapport staat dat de Islamitische Republiek steeds meer moslimminderheidsgroepen, met name soennieten en derwisjen, en volgelingen van andere religies en godziensten, onder meer bahá’í’s en christenen, als doelwit aanmerkt.
Bron: Voice of America




